Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
Digitaal te lezen in de app
40.000+ leerlingen gingen je voor

De arbeidsmarkt

De arbeidsmarkt is een belangrijk onderdeel van de economie. Op deze markt worden banen verdeeld, wordt de hoogte van salarissen bepaald en wordt de machtsverhouding aan de CAO-onderhandelingstafel op zijn kop gezet. Maar hoe werkt de arbeidsmarkt nu precies? Dat lees je in dit artikel!

Arbeidsmarkt

Wat is de arbeidsmarkt?

Wat is de arbeidsmarkt?

De arbeidsmarkt is het geheel van de vraag naar arbeid en het aanbod van de productiefactor arbeid:

  • De vraag op de arbeidsmarkt komt van werkgevers: zij vragen namelijk om arbeid. Je kunt zien hoe groot de vraag is door te kijken naar de werkgelegenheid: de hoeveelheid bezette banen plus het aantal openstaande vacatures. 
  • Het aanbod op de arbeidsmarkt komt van de beroepsbevolking: zij bieden namelijk hun arbeid aan.

Net zoals bij marktvorming is er sprake van een prijs. De prijs op de arbeidsmarkt is het loon wat een werknemer verdient bij het beschikbaar stellen van zijn/haar arbeidsvermogen. Het arbeidsvermogen is de potentie tot het verrichten van de arbeid. Met 'loon' wordt hierbij vaak verwezen naar het brutoloon.

De arbeidsmarkt is in het algemeen een abstracte markt en geen concrete markt, omdat de vragers en aanbieders van arbeid niet op 1 plek fysiek samenkomen. Alhoewel de vragers en aanbieders van arbeid soms fysiek samenkomen op een beurs of banenmarkt, wordt er een abstracte markt bedoeld wanneer er wordt gesproken over "de arbeidsmarkt".

Vraag en aanbod van arbeid

Vraag en aanbod van arbeid

De vragers naar arbeid zijn de werkgevers die vragen naar het arbeidsvermogen van werknemers. Concreet zijn dit bedrijven, organisaties en de overheid die naar arbeid vragen. Hoe meer vraag er op de arbeidsmarkt is en dus hoe meer bezette banen en openstaande vacatures er zijn, hoe hoger de werkgelegenheid is.

De hoeveelheid van de vraag op de arbeidsmarkt wordt bepaald door de:

  • Bestedingen in de economie
  • Prijs van arbeid ten opzichte van de prijs van kapitaal
  • Arbeidsproductiviteit

Bij een hoge arbeidsproductiviteit is er op korte termijn minder vraag naar arbeid, maar op lange termijn juist meer vraag naar arbeid. In het begin zijn er natuurlijk minder werknemers nodig om hetzelfde te bereiken (arbeiders zijn dan namelijk productiever). Echter, dat betekent ook minder loonkosten per product, waardoor de verkoopprijs kan worden verlaagd. Door deze lagere verkoopprijs neemt de vraag naar producten toe, wat zorgt voor meer productie, wat vervolgens zorgt voor meer vraag naar personeel/arbeid.

De aanbieders van arbeid behoren tot de beroepsbevolking van een land. De beroepsbevolking bestaat uit mensen tussen 15 en 75 jaar die betaald werk hebben of onlangs naar betaald werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn. Mensen die tussen de 15 en 75 jaar zijn, maar bijvoorbeeld niet kunnen werken door ziekte, behoren tot de niet-beroepsbevolking.

Video

Wil je nog meer weten over de arbeidsmarkt? Bekijk dan onderstaande video van Economie Academy, waarin hij duidelijk uitlegt hoe de arbeidsmarkt werkt en wat er allemaal bij komt kijken.

 

Is er sprake van marktwerking op de arbeidsmarkt?

Is er sprake van marktwerking op de arbeidsmarkt?

Er is sprake van marktwerking op de arbeidsmarkt, maar niet precies zoals dat bij veel andere markten het geval is.

Bij de marktvorm volkomen concurrentie spreken we van marktwerking, waarbij een prijs tot stand komt door het prijsmechanisme en verschuivingen van vraag en aanbod. Echter, marktevenwicht op de arbeidsmarkt zou betekenen dat er een evenwichtsloon is en geen werkloosheid. Dat is natuurlijk niet het geval.

Ten eerste komt dit doordat er bij volkomen concurrentie sprake is van een homogeen goed, terwijl arbeid heterogeen is. Elke werknemer is anders. Denk aan specifieke opleidingen, ervaringen en kwaliteiten die een andere werknemer niet heeft. Voorbeeld: zelfs als een astronaut €20 miljoen per jaar verdient, zal nog steeds niet iedereen astronaut worden, aangezien niet iedereen astronaut kan worden.

Ten tweede is het toetreden en uittreden van de arbeidsmarkt niet zo makkelijk als bij een perfecte markt. Als je jarenlang hebt geleerd voor arts, ga je niet van de ene op andere dag kapper worden. Het zou zonde zijn van al die studiejaren, en je moet eerst weer een paar jaar lang leren voordat je bevoegd kapper kunt worden. Daarnaast kun je natuurlijk vastzitten aan een contract dat je bij je werkgever hebt. Kortom, je komt niet super snel van een baan af, en je hebt ook niet super snel een andere baan.

De laatste reden is dat iedereen op de hoogte moet zijn van de markt (transparantie), wat niet het geval is. Werknemers kunnen bijvoorbeeld niet op de hoogte zijn van alle beschikbare banen.

Is er sprake van prijsmechanisme op de arbeidsmarkt?

Is er sprake van prijsmechanisme op de arbeidsmarkt?

Het prijsmechanisme is ook niet van toepassing bij de arbeidsmarkt, want op korte termijn is er sprake van loonstarheid.

Dit betekent dat lonen niet snel kunnen veranderen, doordat ze vastliggen in de Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) van een sector. Bij het opstellen van een CAO komen werkgevers- en werknemersorganisaties van een bepaalde sector samen en onderhandelen ze over, onder andere, de lonen. Daarnaast is er in Nederland sprake van een wettelijk minimumloon, wat ook kan zorgen voor minder flexibele loonveranderingen. Tevens tekenen werknemers een individuele arbeidsovereenkomst, waardoor het salaris niet zomaar kan veranderen.

Verder is er geen sprake van een normaal prijsmechanisme, omdat mensen loon nodig hebben om in behoeften te voorzien. Daarom zal het aanbod van arbeid niet of nauwelijks dalen als de prijs (het loon) daalt. In plaats daarvan zal de prijs (het loon) niet of nauwelijks stijgen. Economen noemen dit fenomeen neerwaartse loonstarheid.

Stel, de supermarkt bij jou in de wijk zoekt 1 vakkenvuller en 20 jongeren uit de wijk, inclusief jij, solliciteren daarop. Er is dan veel aanbod en weinig vraag. De werkgever kan dan het loon niet of minder hard laten stijgen, want er zal waarschijnlijk wel 1 van de 20 personen genoegen nemen met het aangeboden salaris. Echter, de werkgever laat de prijzen in zo een geval zelden dalen, omdat mensen afhankelijk zijn van hun salaris.

Andersom, als er veel vraag is naar bepaalde werknemers, bijvoorbeeld ICT’ers, dan kunnen zij een hogere prijs (loon) vragen voor hun werk.

Wat is het verschil tussen een krappe en ruime arbeidsmarkt?

Wat is het verschil tussen een krappe en ruime arbeidsmarkt?

In een krappe arbeidsmarkt is er meer vraag dan aanbod van arbeid. Andersom is er in een ruime arbeidsmarkt meer aanbod dan vraag naar arbeid.

Krapte en ruimte kan ook voorkomen in een bepaalde sector, zoals de ICT, de zorg of het onderwijs.

Bij een krappe arbeidsmarkt is er een vraagoverschot en zijn er weinig werkzoekenden voor de grote hoeveelheid beschikbaar werk. Dit betekent dat bedrijven met lege posities zitten en er veel openstaande vacatures zijn. Als gevolg hiervan is er weinig werkloosheid en veel werkgelegenheid. De lonen zullen hierdoor sterk stijgen, omdat aanbieders van arbeid de banen voor het kiezen hebben en werkgevers met elkaar concurreren om de werkzoekenden.

Bij de CAO-onderhandelingen in een krappe arbeidsmarkt hebben de werknemersorganisaties dan ook een sterkere machtspositie dan de werkgeversorganisaties, waardoor de lonen stijgen. Een krappe arbeidsmarkt komt vaak voor in een hoogconjunctuur, waarin het beter gaat met de economie. Er is veel vraag, veel productie en werkgevers hebben meer personeel nodig om aan de hoge vraag te voldoen. Ook kan krapte op de arbeidsmarkt ontstaan door bijvoorbeeld vergrijzing. Vergrijzing zorgt ervoor dat de beroepsbevolking kleiner wordt, waardoor het aanbod van arbeid dus daalt.

Bij een ruime arbeidsmarkt is er een aanbodoverschot en zijn er veel mensen op zoek naar werk, terwijl er relatief weinig werkgelegenheid is. Dit zal zorgen voor een vermindering in de loonstijging en/of meer werkloosheid. Werkgevers hebben hierin meer keuze tussen werkzoekenden, waardoor werkgevers de lonen lager kunnen houden. Voor werklozen wordt het lastiger om werk te vinden doordat er veel concurrentie is als ze solliciteren.

Dit verslechtert de onderhandelingspositie van werknemersorganisaties en vakbonden bij de CAO-onderhandelingen ten opzichte van de werkgeversorganisaties. Hierdoor zullen lonen in ieder geval niet of minder stijgen. Een ruime arbeidsmarkt komt vaak voor in een laagconjunctuur, waar het slechter gaat met de economie. Hierdoor is er weinig vraag, minder productie en hebben bedrijven minder personeel nodig.

Wat heeft invloed op de werkgelegenheid?

Wat heeft invloed op de werkgelegenheid?

De werkgelegenheid is de aanwezigheid van voldoende werk. Dit wordt beïnvloed door de bezettingsgraad van bedrijven (oftewel de hoeveelheid productiecapaciteit die wordt benut) en de personeelskosten die bedrijven hebben ten opzichte van hun kapitaalkosten. Als er veel vraag is en veel productie, dan zal de werkgelegenheid stijgen, en andersom zal deze dalen. Daarnaast geldt vaak dat er bij een hogere werkgelegenheid minder werkloosheid is.

De werkgelegenheid wordt beïnvloed door de kosten die een bedrijf maakt aan het personeel ten opzichte van kapitaal. Als machines goedkoper worden, dan heeft dit invloed op de werkgelegenheid, want werknemers zullen eerder worden vervangen door machines. Dus hoe goedkoper machines ten opzichte van personeel, hoe lager de werkgelegenheid.

De werkgelegenheid kun je berekenen door:

  • Werkgelegenheid = productie / arbeidsproductiviteit

Of in indexcijfers:

  • Indexcijfer werkgelegenheid = indexcijfer productie / indexcijfer arbeidsproductiviteit

Werkgelegenheid kan worden uitgedrukt in personen en in arbeidsjaren:

  • Met werkgelegenheid in personen bedoelen we hoeveel mensen een baan hebben.
  • Met werkgelegenheid in arbeidsjaren bedoelen we het arbeidsvolume in uren wat we omrekenen naar voltijdbanen.

P/a ratio

De p/a ratio is de verhouding is tussen hoeveel personen er werken (werkgelegenheid in personen) en het aantal arbeidsjaren.

Voorbeeld

Stel, in een bedrijf werken 10 werknemers die fulltime (40 uur per week) werken, en 5 werknemers die parttime werken (ieder 20 uur per week). Het aantal personen is dan 10 + 5 = 15 personen, terwijl het aantal arbeidsjaren dan uitkomt op:

  • 10 + ((5 personen × 20 uur per week) / 40 uur per week) = 12,5 arbeidsjaren.

De p/a ratio is dan in dit geval 15 personen / 12,5 arbeidsjaren = 1,2. Dit betekent dat er per 10 banen 12 mensen werkzaam zijn. Hieruit kun je aflezen in hoeverre mensen in een bepaald land deeltijd (parttime) werken. 

Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren
Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren