Het eindexamen: wat mag je meenemen?
Om straks dikke voldoendes te halen op het eindexamen moet je je goed voorbereiden op de examenstof. Maar wist je dat er naast het kennen van de examenstof ook andere dingen zijn waar je je op moet voorbereiden? Om jou zonder stress het examen door te helpen, hebben wij voor jou uitgezocht wat je mee mag nemen naar het eindexamen. Sommige examens vereisen dat je iets tekent of uitrekent. Andere examens vereisen dat je juist niets met potlood opschrijft. Daarnaast is ook de ene rekenmachine de andere niet. In dit artikel geven we duidelijkheid per vak en per niveau over wat je wel en niet mag meenemen naar het eindexamen. Ook vertellen we wat je kunt doen als je behoefte hebt aan extra ondersteuning tijdens het maken van je eindexamens.

Algemeen
Het is allereerst goed om aan te geven dat er duidelijke regels zijn over wat je wel en niet mag meenemen naar het eindexamen. Deze regels worden niet door jouw leraar of school bepaald, maar opgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Dit heet de regeling toegestane hulpmiddelen voor de centrale examens VO. Deze regels worden elk jaar opnieuw beoordeeld en eventueel aangepast. Omdat de officiële regeling wat droog en langdradig is uitgelegd, geven we je hieronder een samenvatting in begrijpelijke taal.
Grofweg zijn de regels op te delen in vier onderdelen:
1: Basis hulpmiddelen: elk vak, elk niveau

Naast de vakspecifieke toegestane hulpmiddelen die in de volgende secties aan bod komen, zijn er basis hulpmiddelen die je altijd bij je mag hebben. Dit zijn de hulpmiddelen die niet direct verbonden zijn aan de exameneisen, maar wel handig kunnen zijn om mee te nemen. We hebben deze voor je op een rijtje gezet:
- Tekenpotlood;
- Blauw en rood kleurpotlood;
- Schrijfmateriaal, incl. millimeterpapier;
- Liniaal met millimeterverdeling;
- Passer;
- Nietmachine;
- Geodriehoek;
- Vlakgum;
- Simpele rekenmachine*
- Woordenboek Nederlands** (let op: ons eigen woordenboek voor het eindexamen is helaas niet toegestaan);
Het volgende hulpmiddel mag je bij ieder schriftelijk examen meenemen:
- Computer***
* Je mag een simpele rekenmachine meenemen voor vakken waar je geen grafische rekenmachine voor nodig hebt. Een simpele rekenmachine moet voldoen aan de voorwaarde dat deze geen tekst kan opslaan; geluid kan maken; letters kan intoetsen of weergeven; informatie kan ontvangen/verzenden; of grafieken kan weergeven. Een grafische rekenmachine wordt dus niet gezien als een simpele rekenmachine en de rekenmachine op je telefoon mag dus ook niet. Grappig detail in de regels is dat je ook geen rekenmachine mag gebruiken die met een stekker aan het stroomnet moet worden aangesloten. Mocht je dus de oude rekenmachine van je oma willen meenemen, dan is dat dus niet toegestaan.
** Het woordenboek mag slechts uit één deel bestaan. Het gaat hier om een Nederlands woordenboek of een woordenboek met de opzet Nederlands-thuistaal en thuistaal-Nederlands. Zolang deze laatste twee maar in één band (dus als één deel) zijn gebonden. Als je bijvoorbeeld Pools zou zijn, mag je dus ook een Pools-Nederlands of Nederlands-Pools woordenboek meenemen. Ten slotte mag het woordenboek niet digitaal zijn.
*** De school mag dit toestaan als schrijfgerei voor alle kandidaten, maar is dat niet verplicht.
De regels stellen verder dat hulpmiddelen die geen relatie tot de exameneisen hebben en geen examenfunctie dienen, niet zijn toegestaan. Dit is om onduidelijkheid weg te nemen over wat wel en niet mag worden meegenomen. Een flesje drinken daarentegen, dient geen examenfunctie, maar is meestal geen probleem. Wel is het handig om de wikkel van het flesje te halen, zodat er geen discussie kan ontstaan over wat er op het label van het flesje is geschreven. Een transparante fles met water zal niet snel tot discussie leiden. Ook een puntenslijper of markeerstift kun je gewoon meenemen, omdat het functioneel is.
2: Vakspecifieke hulpmiddelen VMBO in 2027

Naast de basishulpmiddelen gelden voor sommige vakken aanvullende eisen over wat wel en niet is toegestaan om mee te nemen naar het eindexamen. We hebben in onderstaande tabel per vak aangegeven wat je aanvullend mag meenemen voor het eindexamen VMBO:
| Vak | Niveau | Hulpmiddel |
|---|---|---|
| Alle vakken behalve de talen | Alle leerwegen | Spraaksynthese. |
| Fries en de moderne vreemde talen | Alle leerwegen | Woordenboek thuistaal-doeltaal en doeltaal-thuistaal. Bij Engels (op verzoek van kandidaat) ook een woordenboek Engels-Engels. |
| NaSk1 | VMBO-BB | Binas vmbo-basis, informatieboek NaSk1 (2e editie, ISBN 978-90-01-80067-3) |
| NaSk1, NaSk2 | VMBO-KB en TL/GL | Binas vmbo-kgt, informatieboek voor NaSk1 en NaSk2 (2e editie, ISBN 978.90.01.80069.7) |
| Wiskunde | Alle leerwegen | Roosterpapier in cm^2, windroos en een rekenmachine die pi, X^y, X kwadraat, 1/x, en sin/cos/tan in graden (en inversen) kan berekenen* |
| Cspe beroepsgericht | Alle leerwegen | De informatie over de benodigde materialen, grondstoffen, gereedschappen en/of hulpmiddelen bij de praktische opdrachten van het cspe wordt elk jaar in de instructie voor de examinator meegedeeld. |
* Bij VMBO-BB moet de rekenmachine beschikken over toetsen voor (tweedemachts) worteltrekken en X kwadraat.
Verder hoeft "thuistaal" bij het woordenboek niet per sé Nederlands te zijn. Als je bijvoorbeeld Pools zou zijn en je zou Fries examen willen doen, mag je dus ook een Pools-Fries of Fries-Pools woordenboek meenemen. Ten slotte mag het woordenboek niet digitaal zijn.
Let op: het is niet toegestaan om bladwijzers of plakkertjes in Binas of ScienceData te plaatsen.
3: Vakspecifieke hulpmiddelen HAVO/VWO in 2027

Naast de basishulpmiddelen gelden voor sommige vakken aanvullende eisen over wat wel en niet is toegestaan om mee te nemen naar het eindexamen. We hebben in onderstaande tabel per vak aangegeven wat je aanvullend mag meenemen voor het eindexamen HAVO/VWO.
| Vak | Niveau | Hulpmiddel |
|---|---|---|
| Alle vakken behalve de talen | HAVO/VWO | Spraaksynthese. |
| Aardrijkskunde | HAVO/VWO | -* |
| Biologie, Natuurkunde, Scheikunde | HAVO/VWO | Goedgekeurd informatieboek: Binas 7e editie voor HAVO en VWO of Sciencedata.** |
| Fries en moderne vreemde talen | HAVO/VWO | Woordenboek thuistaal-doeltaal en doeltaal-thuistaal. Bij Engels (op verzoek van kandidaat) ook een woordenboek Engels-Engels. |
| Latijn en Grieks | VWO | Latijns of Grieks woordenboek, een grammatica-overzicht en een alfabetische werkwoordenlijst zonder voorbeeldzinnen en toelichting op het gebied van de syntaxis.*** |
| Wiskunde A, B, C | HAVO/VWO | Roosterpapier in cm^2 en een goedgekeurde grafische rekenmachine.**** |
* Let op: het is op zowel HAVO als VWO niet meer toegestaan om een atlas te gebruiken tijdens het eindexamen.
** Het is niet toegestaan om bladwijzers of plakkertjes in Binas of ScienceData te plaatsen. Je mag ook niet beide boeken meenemen.
*** Een woordenboek dat specifiek gericht is op een auteur waarover de vertaalopgave gaat of waarop deze gebaseerd is, is niet toegestaan.
**** De basisregels die voor een simpele rekenmachine gelden, gelden ook voor de grafische rekenmachine. Daarnaast moet het geheugen van de rekenmachine geblokkeerd of gewist zijn. Ook mag je niet meer dan één (grafische) rekenmachine meenemen en mag je deze niet met andere leerlingen delen. Als je een grafische rekenmachine meeneemt, mag je niet ook nog een normale rekenmachine gebruiken voor dat examen.
Verder hoeft "thuistaal" bij het woordenboek niet per sé Nederlands te zijn. Als je bijvoorbeeld Pools zou zijn en je zou Fries examen willen doen, mag je dus ook een Pools-Fries of Fries-Pools woordenboek meenemen. Ten slotte mag het woordenboek niet digitaal zijn.
Daarnaast is het goed om te weten dat niet elke grafische rekenmachine mag worden meegenomen naar het eindexamen. In 2027 mag je ALLEEN de volgende rekenmachines meenemen:
| Texas Instruments | Casio | HP | NumWorks |
|---|---|---|---|
| TI-84 Plus CE-T | Fx-CG50 | HP Prime G2 | De GR van NumWorks* |
| TI-84 Plus CE-T Python Edition | |||
| TI-Nspire CX (alleen de versie zonder CAS) | |||
| TI-Nspire CX II-T (zowel de versie met als zonder CAS) | |||
*De Numworks grafische rekenmachine moet op de achterkant het modelnummer N0110 of hoger (N0115, N0120, ... ) hebben. Oudere types mogen voor zowel HAVO als VWO niet meer gebruikt worden.
Let op: een grafisch rekenmachine is bij het eindexamen alleen toegestaan bij wiskunde A, B en C. Ook moet een grafisch rekenmachine tijdens het eindexamen altijd op de examenstand staan en mag de CAS-functionaliteit in principe niet beschikbaar zijn.
Tip: je kunt op de website van Texas Instruments, Casio, HP en NumWorks lezen hoe je jouw grafische rekenmachine op de examenstand zet.
4: Passend examineren

Moet je eindexamen doen en heb je daarbij behoefte aan extra ondersteuning? Dan zijn er verschillende mogelijkheden om de afname van je examens zo fijn en eerlijk mogelijk te maken.
Wat is passend examineren?
Als eindexamenleerling maak je het centrale examen om te laten zien dat je aan alle exameneisen voldoet. Heb je daarbij behoefte aan ondersteuning? Dan kan de manier waarop het examen wordt afgenomen aangepast worden. Dit noemen we passend examineren. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar een eventuele diagnose, maar vooral naar waar jij tijdens het examen tegenaan loopt en welke ondersteuning je nodig hebt. Denk bijvoorbeeld aan concentratieproblemen, dyslexie, faalangst, een lichamelijke beperking of een chronische ziekte. De inhoud van het examen wordt niet aangepast. Het is de bedoeling om de omstandigheden beter te maken waardoor je het examen op een eerlijke manier kunt maken.
Hoe vraag je passend examineren aan?
Als je behoefte hebt aan ondersteuning, kun je dit aangeven bij je school. Doe dit op tijd! Je kunt hiervoor dit stappenplan gebruiken. De school gaat kijken welke ondersteuning mogelijk is en bepaalt uiteindelijk hoe dat wordt gedaan.
Wat zijn de mogelijkheden voor passend examineren?
Welke ondersteuning mogelijk is, verschilt per leerling en situatie. Om je een beeld te geven, bespreken we hieronder een paar mogelijkheden. Let wel op dat dit slechts voorbeelden zijn.
- Pauzes of een time-out: bijvoorbeeld als je een chronische ziekte, faalangst of concentratieproblemen hebt. Door een time-out te nemen, is er bijvoorbeeld ruimte om medische handelingen te doen of even tot jezelf te komen. Een time-out gaat niet af van de examentijd.
- Spraaksynthese: je kunt bijvoorbeeld tekst laten voorlezen als je dyslexie hebt.
- Extra tijd: in bepaalde situaties kun je maximaal 30 minuten extra tijd krijgen. Bijvoorbeeld bij concentratieproblemen, autisme, dyslexie of dyscalculie.
- Spellingscorrectie: bijvoorbeeld bij schrijfvaardigheid van Nederlands.
- Aanwijshulp: heb je kleurenblindheid, dan kan een aanwijshulp aangeven welke kleur in het examen wordt bedoeld.
- Andere moedertaal: als je minder dan zes jaar in Nederland op school zit en Nederlands niet je moedertaal is, mag je een digitaal woordenboek gebruiken.
Er zijn nog veel meer mogelijkheden voor passend examineren. Bij het expertisepunt passend examineren van de Rijksoverheid kun je meer voorbeelden vinden. Welke ondersteuning jij krijgt, hangt af van jouw persoonlijke situatie en ondersteuningsbehoefte. Het betekent dus niet dat je automatisch één van deze aanpassingen krijgt bij een bepaalde diagnose. Jouw school kijkt welke ondersteuning passend is.