Hoe werkt de normering van een examen?
De eindexamens zijn klaar. Je hebt grofweg het aantal behaalde punten per examen kunnen berekenen. Daarna begint het afwachten. Wachten tot ruim twee weken na de examens de definitieve normeringen uitkomen en je de door jouw behaalde punten kunt omzetten in een eindcijfer. En dan natuurlijk hopen op die voldoende waar je zo hard voor hebt gewerkt. Wie niet twee weken in onzekerheid wilt zitten wachten, kan alvast de punten afzetten tegen oude normeringen van voorgaande examens. Dit biedt natuurlijk geen garantie voor de normering van het huidige jaar. Wel geeft het al een beetje een gevoel of het een dikke voldoende wordt, of een magere 5,5. Voor iedereen die zich afvraagt hoe die normering precies werkt, leggen we je dat in dit artikel graag uit.

Waarom verandert de normering elk jaar?

Voordat we uitleggen hoe je met de normering je eindcijfer kunt berekenen, is het goed om eerst stil te staan bij de vraag waarom de normering elk jaar anders is. In een normale situatie (N = 1,0) zou een score van 50 punten op een examen waar je 100 punten kunt halen, leiden tot een 5,5. Deze 5,5 zal vervolgens afgerond een 6 op je eindlijst opleveren. Toch werkt het centraal examen niet helemaal zo. De reden hiervoor is dat de centraal examens over de jaren heen toch niet helemaal hetzelfde zijn. Elk jaar wordt wel grofweg dezelfde stof getoetst, maar de vragen verschillen natuurlijk per examen. Zo kan het zijn dat als de examens over meerdere jaren naast elkaar worden gelegd, het examen in het ene jaar makkelijker was dan in het andere jaar. Dit vormt een probleem. Het College voor Toetsen en Examens (CvTE) wilt natuurlijk dat alle leerlingen langs dezelfde meetlat worden gelegd. Een diploma behaald in het ene jaar moet dezelfde waarde hebben als een diploma behaald in een ander jaar. Om deze reden wordt elk jaar gekeken naar de normering. Was het examen relatief makkelijk, dan moet de normering zwaarder worden. Dit betekent dus dat je meer punten moet behalen om op een voldoende uit te komen. Was het examen relatief moeilijk, dan moet de normering lichter worden. In dat geval haal je bij minder punten al een voldoende.
Hoe komt de normering tot stand?

Het CvTE moet elk jaar de afweging maken om de normering omhoog/omlaag aan te passen danwel gelijk te houden. Het CvTE doet dit door een aantal bronnen te betrekken in het bepalen van de normeringsterm (ofwel de N-term). Dit gaat in samenwerking met Cito.
Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar de moeilijkheid van het examen ten opzichte van eerdere jaren, maar ook naar de scores van alle examenleerlingen. Met deze gegevens maakt Cito een technische analyse, waarin het examen als geheel en de afzonderlijke examenvragen worden beoordeeld. Op basis hiervan komt de technische N-term tot stand.
Daarna bekijkt het CvTE of er redenen zijn om deze technische N-term aan te passen. Hierbij worden ook inhoudelijke meldingen meegenomen, zoals reacties van docenten via de Examenlijn, klachten van leerlingen bij het LAKS, opmerkingen van vakverenigingen en de resultaten van een quickscan onder docenten. Op basis van deze informatie wordt de definitieve N-term door het CvTE vastgesteld en bekendgemaakt. Dit is het moment waar je als examenkandidaat zo naar uitkijkt, omdat je daarmee je definitieve cijfers kunt berekenen.
Hieruit blijkt dat het dus altijd goed is om te klagen bij het LAKS als je klachten hebt over een examen. Als er terecht zaken onduidelijk waren of het examen niet aansloot bij de examenstof, dan kan het CvTE dit meenemen in het bepalen van de normering.
Wat is precies de N-term?

Hierboven heb je kunnen lezen dat normering en normeringsterm of N-term door elkaar worden gebruikt. N-term of normeringsterm is de benaming voor de methode om alle examenvakken van een vergelijkbare meetlat te voorzien.
Het CvTE gebruikt de volgende vergelijking om tot een cijfer te komen:
C = 9 * (S / L) + N
Dit komt op het volgende neer. Je cijfer (C) wordt bepaald door: (1) het aantal punten (S) te nemen wat je voor een toets hebt behaald; (2) dit te delen door de (L) lengte van de toets; dit (3) om te zetten naar een numerieke waarde tussen 1 en 9; en vervolgens (4) de N-term (N) erbij op te tellen.
Je mag bovenstaande gelijk weer vergeten, zolang je maar weet dat een normale N-term 1 is (want 9+1 zou tot het cijfer 10 leiden, wat je maximaal zou kunnen halen voor een toets). Een N-term ligt in principe tussen de 0 en 2. Als 1 dus normaal is, dan heb je bij een N-term van 2 met een hele moeilijke toets te maken. Is de N-term 2, dan krijg je dus bijna een punt extra bovenop je cijfer, omdat het examen relatief moeilijk was. Is de N-term 0, dan zou het examen zo makkelijk zijn geweest dat je een punt aftrek krijgt op je eindscore. Bij een N-term van 0 was het examen dus relatief makkelijk. Overigens is de kans op een N-term van 0 of 2 klein. Als dat zou ontstaan, zou je vraagtekens mogen zetten bij de kwaliteit van het examen.
Wanneer wordt de normering bekendgemaakt?

Dit schooljaar zal de normering van het eerste tijdvak van de examens VMBO, HAVO en VWO bekend worden gemaakt op woensdag 16 juni 2027 om 08.00 uur (voor CSPE's VMBO zal dit al op woensdag 9 juni 2027 om 08.00 zijn). Voor het tweede tijdvak wordt de normering bekendgemaakt op dinsdag 6 juli 2027 om 8.00. Op dat moment weet je of je bent geslaagd of niet.
De normering van het derde tijdvak wordt bekendgemaakt in augustus. De exacte datum zal in maart 2027 duidelijk worden gemaakt door middel van de maartmededeling.
Ik heb een oud examen gemaakt. Waar kan ik de normering vinden?
Die kun je vinden op Examenblad.nl. Dit is de officiële website van de overheid over de eindexamens. Zoek in de navigatie naar jouw niveau en vak. Stel vervolgens het correcte jaartal in (linksbovenin). Als je bijvoorbeeld een oud examen maakt uit 2019, dan scroll je hier terug naar 2019. Vervolgens zie je voor tijdvak 1 en 2 de omzettingstabel normering. Die moet je hebben. Nu kun je zelf kijken wat voor cijfer je hebt gehaald voor dat examen.
Video
Mocht je meer willen weten over hoe de normeringen tot stand komen, check dan de volgende video van het CvTE.
Conclusie
Samengevat, kun je het volgende stappenplan volgen:
- Tel het aantal behaalde punten op je toets
- Bekijk het aantal maximaal te behalen punten voor de toets
- Deel het aantal behaalde punten door het totaal.
- Vermenigvuldig deze score keer 9.
- Tel daar de N-term bij op.
Weet je de N-term nog niet. Gebruik dan een 1 als N-term. Onthoud verder als vuistregel:
- Elke tiende boven een N-term van 1 is een tiende bovenop je eindcijfer;
- Elke tiende onder de 1 is een tiende aftrek van je eindcijfer.
Zie hier trouwens de N-termen van de afgelopen jaren.
En nu hopen dat je bent geslaagd!


