Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
100.000+ leerlingen gingen je voor

Examen Biologie HAVO 2024

Begrijp jij de dynamiek in ecosystemen en kun jij de energiestromen en kringlopen in de natuur beschrijven? Zijn begrippen als homeostase en stofwisseling duidelijk voor je en snap je hoe erfelijkheid werkt? Op deze pagina kun je alles lezen over het Biologie eindexamen HAVO.

Examen_biologie_havo

De examenstof

Het eindexamen Biologie HAVO 2024 bestaat uit een aantal onderdelen, namelijk:

Het onderwerp zelfregulatie is het grootste onderwerp van het examen. Dit onderwerp is op te breken in zes subonderdelen van cel tot organisme en ecosysteem.

1A. Stofwisseling van de cel

1B. Stofwisseling van het organisme

1C. Zelfregulatie van het organisme

1D. Afweer van het organisme

1E. Waarneming door het organisme

1F. Regulatie van ecosystemen

Zelforganisatie van cellen gaat in op genexpressie en celdifferentiatie. Bij genexpressie is het belangrijk om de bouwstoffen van cellen te kennen, namelijk eiwitten. Zorg dat je de verschillende soorten eiwitten, zoals structuureiwitten en enzymen, kent. Let op, er zijn er meer. Ook moet je weten wat nucleïnezuur is en het verschil tussen DNA en RNA. Bij celdifferentiatie is het belangrijk om te weten hoe cellen zonder specialisme worden omgevormd tot cellen met specialisme. Vooral stamcellen staan hier centraal

Dit onderdeel gaat specifiek over de interactie in ecosystemen. Onder andere de rol van concurrentie binnen en tussen soortgenoten of verschillende soorten is hierbij belangrijk. Het is belangrijk te snappen hoe individuen zich in deze omgeving specialiseren en evolueren over de tijd. Daarnaast kan het ook zijn dat soorten samenwerken in plaats van concurreren. Bijvoorbeeld bij voortplanting (bijen helpen bloemen) of om een prooi te vangen. De laatste vorm van interactie die je moet kennen is het langdurig samenleven van verschillende soorten, ook wel symbiose genoemd.

Organismen interacteren niet alleen met elkaar, maar ook met andere factoren in de omgeving. Bijvoorbeeld temperatuur. Dit soort abiotische factoren bepalen waarom organismen juist op bepaalde plaatsen voorkomen en niet op anderen. Het verspreidingsgebied, de optimumkromme en de tolerantiegrenzen zijn hierbij belangrijk. Ook moet je de impact van menselijk handelen hierin kunnen benoemen. Denk aan milieuproblemen, zoals het versterkt broeikaseffect.

Reproductie gaat in op erfelijke eigenschappen. Organismen erven bepaalde eigenschappen van ouders. Op het examen moet je weten hoe erfelijkheid werkt. Zorg dat je weet wat DNA, een chromosoom, gen of allel is. Maar ook hoeveel chromosomen een mens kent en wat het geslacht bepaalt. Een belangrijk deel van dit thema is kunnen rekenen met monohybride en dihybride kruisingen.

Het laatste onderdeel, evolutie, gaat in op selectie en soortvorming. Je moet hierbij weten dat DNA alle erfelijke code van een organisme bevat. En dat een mutatie een spontane verandering in het DNA veroorzaakt. Je moet het verschil kennen tussen chromosoommutaties, genmutaties en genoommutaties. Erfelijkheid wordt doorgegeven door middel van geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting. Dit laatste komt met name in de landbouw voor. Zorg dat je weet hoe dit wordt toegepast. De mens probeert met bepaalde technieken erfelijke informatie uit genen te veranderen. Zorg dat je hiervan weet welke technieken worden toegepast.

Bij soortvorming is belangrijk te begrijpen hoe een populatie tot stand komt en hoe tegelijk variatie ontstaat. Zorg je dat begrippen als natuurlijke selectie en genetische drift hierin kunt toepassen. Wanneer externe omstandigheden veranderen, vindt er adaptatie plaats en passen soorten zich aan. Zorg hierbij dat je weet wat evolutie is en dat je analoge en homologe evolutie kunt onderscheiden. Ondanks natuurlijke selectie kunnen verschillende vergelijkbare soorten ontstaan. Hierin past de theorie van reproductieve isolatie. Zorg dat je deze kent.

Het Biologie eindexamen HAVO

Biologie, de leer van het leven, bestudeert het leven op verschillende niveaus. Op het eindexamen Biologie HAVO 2024 komen vijf hoofdonderwerpen terug. Het examen bestaat uit open en meerkeuzevragen over deze onderwerpen. Hieronder leggen we uit wat voor vragen je kunt verwachten.

Op het centraal examen Biologie moet je op verschillende biologische niveaus verbanden kunnen leggen. Van moleculen tot cellen, organen, organismen, populaties en ecosystemen. Verder komen er een aantal vragen terug over erfelijkheid en evolutie. Hier komt ook een stukje kansberekenen in terug.

Andere vragen gaan rechtstreeks over de begrippen. Leer de begrippen daarom goed. Laat je eventueel overhoren door een klasgenoot. Daarnaast komt het ook voor dat je begrippen in een context moet plaatsen. Probeer goed te letten op de relatie van de begrippen in combinatie met een groter onderwerp.

Hoe kunnen wij jou helpen bij het eindexamen?

Wij geloven dat iedereen kan slagen voor het eindexamen. Om jou te helpen goed voorbereid het examen in te gaan, hebben wij de volgende drie hulpmiddelen voor jou:

De examenperiode is de meest stressvolle tijd van de middelbare school. Maar als jij onze samenvatting goed doorneemt, veel oefenvragen maakt en onze examentips leest, dan ga jij straks slagen voor het eindexamen!

© 2024 ExamenOverzicht.nl