Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
Digitaal te lezen in de app
40.000+ leerlingen gingen je voor

Werkwoordstijden in het Engels

Engelse werkwoorden kunnen best verwarrend zijn. Wat is bijvoorbeeld het verschil tussen de present perfect en de present simple? Op deze pagina lees je alles wat je moet weten over de werkwoordstijden in het Engels.

Werkwoordstijden Engels

Video

Wil je een samenvatting van de Engelse werkwoordstijden op video zien? Kijk dan onderstaande video.

 

Present simple

Present simple

De present simple is de onvoltooid tegenwoordige tijd in het Nederlands en wordt gebruikt om een feit, een gewoonte of een regelmatig weerkerende handeling weer te geven.

Vorm: het hele werkwoord. Bij de 3e persoon enkelvoud (he/she/it, wordt er een -s aan toegevoegd.

I work
You work
He/she/it works
We work
You work
They work

Er zijn een aantal signaalwoorden die het gebruik van de present simple aangeven: always, never, often, sometimes, usually, on ‘Tuesdays’, in the weekend.

Voorbeeldzinnen:

  • Ezra speaks three languages. Dit is een feit.
  • I play tennis every Saturday. Dit is een gewoonte.
  • She always flies KLM. Dit is een regelmatig wederkerende handeling.

Perfect tenses (de voltooide tijden)

Perfect tenses

De voltooide tijden worden gevormd door een vorm van het hulpwerkwoord to have + voltooid deelwoord. De voltooide tijd duidt een verband aan tussen twee handelingen, waarvan de ene handeling eerder plaatsvond dan de tweede, die het gevolg of het resultaat van de eerste is.

Present perfect

De present perfect wordt gebruikt om aan te geven dat een handeling nog niet is afgelopen of dat het resultaat ervan van belang is.

Vorm: have/has + werkwoord + -ed

Opmerking: onregelmatige werkwoorden krijgen geen -ed aan het einde!

De signaalwoorden van de past perfect vormen het ezelsbruggetje FYNE JAS waarbij iedere letter voor een signaalwoord staat: for, yet, never, ever, just, already, since.

Voorbeeldzinnen:

  • We have been friends since high school.
  • Aaron has never visited Amsterdam.
  • Selena still hasn’t done her homework.

Past perfect

De past perfect beschrijft een handeling die plaatsvond vóór een bepaald moment in het verleden.

Vorm: had + voltooid deelwoord

Opmerking: onregelmatige werkwoorden krijgen geen -ed aan het einde!

Voorbeeldzinnen:

  • She said she had seen Arya.
  • I had saved my project before my laptop crashed.
  • We were very tired because we had travelled a lot.

Present Continuous

De present continuous geeft 3 gevallen aan:

  • Dat iets aan de gang is
  • De toekomst aanduiden
  • Irritatie uitdrukken

Vorm: am/are/is + werkwoord + ing

Voorbeeldzinnen:

  • What is Jamie doing?
  • You are constantly complaining!
  • We are flying to India next week.

Let op, de continuous wordt niet gebruikt:

  • Om een feit of gewoonte aan te duiden:
    • Violet’s piano lesson starts at nine ‘clock.
  • Met de zintuig gerelateerde werkwoorden to hear, to see, to smell, to taste:
    • I hear the sound of the ocean waves.

Uitzondering: How are you feeling today?

Past continuous

De past continuous beschrijft een handeling die op een bepaald moment in het verleden aan de gang was of een handeling die in het verleden begon en die nog steeds aan de gang is. Kortom, het is een onafgemaakte handeling in het verleden.

Vorm: was/were + werkwoord + ing

Voorbeeldzinnen:

  • The sun was shining when she got out of bed.
  • I was having a nightmare when the alarm went off.
  • Noah was taking a shower when we arrived.

Future simple

De future simple geeft 3 gevallen aan:

  • Als er nog geen plan bestaat, een spontane beslissing
  • Een handeling in de toekomst
  • Iets dat absoluut gaat plaats vinden

Vorm: will + heel werkwoord

Voorbeeldzinnen:

  • Hayes will travel directly to London.
  • I will make dinner when Eliza gets here.
  • She will get up early tomorrow morning.

Overzicht

Overzicht Engelse werkwoordstijden

Hieronder kun je een kort overzicht van de werkwoordstijden in het Engels zien.

Present Simple

Heel werkwoord/ -s bij he/she/it

Feit, gewoonte, regelmatigheden

Present Perfect

Have/has + voltooid deelwoord

Een handeling is nog niet afgelopen of het resultaat is belangrijk

Past Perfect

Had + voltooid deelwoord

Een handeling vond plaats voor een bepaald moment in het verleden

Present Continuous

Am/are/is + werkwoord + -ing

Er is iets aan de gang, de toekomst of irritaties

Past Continuous

Was/were + werkwoord + -ing

Onafgemaakte handeling in het verleden

Future Simple

Will + heel werkwoord

Spontane beslissing, toekomst, zekere handeling

Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren
Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren