Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
Digitaal te lezen in de app
40.000+ leerlingen gingen je voor

Hoe reken je met belastingschijven?

Als je in Nederland een inkomen hebt, betaal je inkomstenbelasting. Hierbij wordt gerekend met een zogenaamd schijvenstelsel. Wil je weten hoe dit werkt? Lees dan snel verder.

Rekenen met belastingschijven

Video

Wil je stap voor stap op video zien hoe je rekent met belastingschijven? Check dan onderstaande video.

 

Wat is het verschil tussen het primair inkomen en het belastbaar inkomen?

Primair en belastbaar inkomen

Het inkomen dat je in een jaar verdient is vaak niet hetzelfde als het bedrag waarover je belasting betaalt. Dit komt doordat je bij dit inkomen soms nog dingen moet optellen, zoals een eigenwoningforfait, of moet aftrekken, zoals een hypotheekrenteaftrek. Over het bedrag dat je daarna overhoudt betaal je belasting.

Het primair inkomen is het inkomen dat je verdient met het beschikbaar stellen van je productiefactoren, oftewel alle loon, pacht, rente en winst die je in een jaar binnenkrijgt. Als je werkt en dus arbeidsinkomsten hebt, zijn je inkomsten hiervan het brutoloon.

Het belastbaar inkomen is het bedrag waarover je belasting betaalt. Dit is niet hetzelfde als het primair inkomen: je moet nog een aantal dingen bij het primair inkomen optellen en ervan aftrekken om bij het belastbaar inkomen te komen.

Bij examenopgaven wordt er meestal alleen gerekend met het inkomen uit box 1: je inkomen uit arbeid en woning. Het inkomen uit arbeid wordt gerekend met je brutoloon en eventuele andere inkomsten die je krijgt uit arbeid. Als je een huis hebt moet je hier een bedrag bij optellen: het eigenwoningforfait. Door het eigenwoningforfait neemt het belastbaar inkomen toe.

Box 1: inkomen uit arbeid en woning

  • Inkomen uit arbeid: brutoloon
  • Inkomen uit woning: eigenwoningforfait

Naast bijtellingen zoals het eigenwoningforfait kan het ook zijn dat je dingen van je bruto inkomen kunt aftrekken: zogenaamde aftrekposten. Een bekend voorbeeld hiervan is de hypotheekrenteaftrek. Hierbij mag je een bedrag aftrekken van je bruto inkomen, waardoor je belastbaar inkomen omlaag gaat

Box 1

+ bruto inkomen (brutoloon)

+ bijtellingen (eigenwoningforfait)

- aftrekposten (hypotheekrente)

= belastbaar inkomen

 

Voorbeeld

Stel je voor dat iemand een brutoloon heeft van € 50.000 per jaar. Hiernaast heeft deze persoon een eigenwoningforfait van € 4.000 en een hypotheekrente van € 5.000. Het belastbaar inkomen is dan € 50.000 + € 4.000 - € 5.000 = 49.000.

Hoe bereken je het belastingbedrag in een schijvenstelsel?

Belastingschijven

Het belastingstelsel in Nederland gebruikt het schijvenstelsel. In 2019 hadden we het volgende schijvenstelsel voor box 1: (bron: Nibud)

BelastingschijfInkomenPercentage belasting

Schijf 1

Tot € 20.384

36,65 procent

Schijf 2

Tot € 34.300

38,10 procent

Schijf 3

Tot € 68.507

38,10 procent

Schijf 4

Vanaf € 68.507

51,75 procent

 

Over de eerste € 20.384 die je verdient betaal je 36,65% belasting (schijf 1). Over elke euro die je tussen daarna verdient, tot een inkomen van € 34.300, betaal je 38,10% belasting. Bij een inkomen van € 25.000 betaal je in schijf twee op deze manier over 25.000 - 20.384 = € 4.616 belasting. Het bedrag wat je dan in schijf twee betaalt is 4.616 × 0,381 = € 1.467.

Voorbeeld

Stel je voor dat iemand een belastbaar inkomen van € 100.000 heeft. Het belastingbedrag dat diegene moet betalen bereken je dan als volgt:

  1. Schijf 1: 20.384 × 0,3665 = € 7.470
  2. Schijf 2: 34.300 – 20.384 = € 13.916. En 13.916 × 0,3810 = € 5.301
  3. Schijf 3: 68.507 – 34.300 = € 34.270. En 34270 × 0,3810 = € 13.056
  4. Schijf 4: 100.000 – 68.507 = € 31.493. En 31.493 × 0,5175 = € 16.297

De totale belasting over de 4 schijven is dan 7.470 + 5.301 + 13.056 + 16.297 = € 42.124.

Let op: bij het bepalen van hoeveel belasting je in een schijf betaalt mag je tussentijds in je eigen voordeel, dus naar beneden, afronden. In schijf 4 betaal je dus € 31.493 × 0,5175 = 16.297,63 >>> € 16.297.

Het bedrag wat je overhoudt na het betalen van belasting heet het besteedbaar inkomen: dit is het bedrag dat je daadwerkelijk kunt besteden. Iemand met een belastbaar inkomen van € 100.000 heeft in het bovenstaande voorbeeld een besteedbaar inkomen van 100.000 - 41.124 = € 58.876. Het besteedbaar inkomen wordt ook wel het secundair inkomen genoemd.

Wat is het verschil tussen het gemiddeld en het marginaal belastingtarief?

Gemiddeld en marginaal belastingtarief

In het voorbeeld hierboven heb je gezien dat je bij een belastbaar inkomen van € 100.000 in totaal € 42.124 aan belasting betaalt. Als je wilt uitrekenen hoeveel je dan per euro die je verdient aan belasting betaalt, kun je het gemiddeld belastingtarief uitrekenen.

Gemiddeld belastingtarief = (belasting / bruto inkomen) x 100%

Bij een inkomen van € 100.000 is je gemiddeld belastingtarief dan (42.124 / 100.000) × 100% = 42,1%.

Bij het marginaal belastingtarief kijk je naar hoeveel belasting iemand betaalt over de laatst verdiende euro. Zo kun je zien hoeveel procent belasting iemand zou betalen als diegene één euro meer zou verdienen. Bij een inkomen van € 100.000 betaal je over de laatst verdiende euro belasting in schijf 4. Het marginaal belastingtarief is dan 51,75%. Als iemand met een inkomen van € 100.000 één euro meer zou verdienen, zou die persoon daarover 51,75% betalen.

Aftrekposten en heffingskortingen

Aftrekposten en heffingskortingen

Aftrekposten en heffingskortingen zorgen ervoor dat je minder belasting hoeft te betalen. Bij een aftrekpost mag je een bepaald bedrag van je belastbaar inkomen aftrekken. Een heffingskorting trek je niet van het belastbaar inkomen af maar van het belastingbedrag.

Hoe reken je met een aftrekpost?

Een aftrekpost trek je af van het belastbaar inkomen. Als iemand met een inkomen van € 40.000 een aftrekpost van € 1.000 heeft, wordt het belastbaar inkomen 40.000 - 1.000 = € 39.000. De totale belasting die deze persoon betaalt wordt dan 39.000 × 0,25= € 9.750. Het besteedbaar inkomen wordt dan 40.000 - 9.750 = € 30.250. Een aftrekpost van € 1.000 levert zo een belastingvoordeel van € 250 op: Iemand met een inkomen van € 40.000 heeft nu een besteedbaar inkomen van € 30.250 in plaats van € 30.000. Je kunt dit voordeel ook uitrekenen door te kijken naar hoeveel belasting er wordt  betaald over het bedrag van de aftrekpost: met een aftrekpost van € 1.000 bespaart iemand 1.000 × 0,25= € 250 aan belasting.

Hoe reken je met een heffingskorting

Een heffingskorting trek je af van het belastingbedrag. Als iemand met een inkomen van € 40.000 een heffingskorting van € 1.000 heeft, betaalt die persoon € 1.000 minder belasting. In plaats van € 10.000 wordt er nu € 9.000 aan belasting betaald. Het besteedbaar inkomen wordt dan 40.000 - 9.000 = € 31.000.

Voorbeeld

Stel je voor dat in een land er een belastingstelsel is met maar één belastingpercentage: 25%. Iemand die in zo’n systeem € 40.000 verdient betaalt dan 40.000 × 0,25 = € 10.000 aan belasting. Het besteedbaar inkomen van deze persoon is dan 40.000 - 10.000 = € 30.000.

Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren
Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren