Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
Digitaal te lezen in de app
40.000+ leerlingen gingen je voor

Verschil begrotingstekort en financieringstekort

Als een overheid meer uitgeeft dan er binnenkomt, ontstaat er een tekort. Hierdoor kan een land een staatsschuld krijgen. Deze staatsschuld zal toenemen als de overheid vaker een tekort heeft. De staatsschuld kan afnemen als de overheid aflossingen doet. Ook kan het zijn dat de overheid een tekort heeft, maar dat een gedeelte van dat tekort uit aflossingen bestaat. Hieruit ontstaat het verschil tussen het begrotingstekort en het financieringstekort.

Begrotingstekort en financieringstekort

Wat is een begrotingstekort?

Begrotingstekort

Een overheid heeft inkomsten en uitgaven. De overheid geeft geld uit aan heel veel verschillende zaken, zoals sociale zekerheid, gezondheidszorg, onderwijs, defensie en nog heel veel andere dingen. De inkomsten van de overheid komen vooral uit belastingen, zoals inkomstenbelasting, BTW en andere belastingen. De inkomsten en uitgaven voor een jaar worden door de overheid gepland in de overheidsbegroting. In de overheidsbegroting stelt de overheid vast hoeveel er het komende jaar zal worden uitgegeven en hoeveel belastinginkomsten er worden verwacht. Zowel de overheidsuitgaven als de belastinginkomsten kunnen hoger of lager uitvallen dan gepland. Dit kan vele oorzaken hebben, zoals een recessie of door onvoorziene inkomsten of uitgaven.

Als de overheidsuitgaven hoger zijn dan de belastinginkomsten heeft de overheid een begrotingstekort. In dit geval zal de overheid moeten lenen om de overheidsuitgaven te kunnen bekostigen. Alleen de belastinginkomsten zullen in dit geval niet genoeg zijn. Als de overheid geld leent kan er een staatsschuld ontstaan. Dit betekent dat de overheid een schuld heeft: er moet dan meer geld aan schulden betaald worden dan de overheid in reserves heeft. Over de staatsschuld betaalt de overheid rente. Hierdoor kan de staatsschuld nog verder toenemen.

Wat is het verschil tussen een begrotingstekort en een financieringstekort?

Verschil

Als de overheid een staatsschuld heeft kan zij besluiten om een deel van die schuld te gaan aflossen. Bij aflossen betaalt de overheid een deel van de schuld terug. Hoe meer er afgelost wordt, hoe meer er terugbetaalt wordt.

In het begrotingstekort worden deze aflossingen gezien als een deel van de overheidsuitgaven. De aflossingen worden betaald en worden dus gezien als een uitgave. Het begrotingstekort is dus niet hetzelfde als de daling van de staatsschuld: aflossingen worden hierin niet meegenomen.

Het financieringstekort is de verandering van de staatsschuld die optreedt bij een tekort. Hierbij worden aflossingen wel meegenomen. Er wordt gekeken hoeveel de staatsschuld stijgt bij een tekort, en de aflossingen zijn hiervoor dus van belang. Om het financieringstekort uit te rekenen moet je eerst het begrotingstekort weten en de aflossingen daar vanaf trekken:

Financieringstekort = begrotingstekort - aflossingen

Voorbeeld: stel je voor dat je van een land over een jaar de volgende gegevens krijgt:

Overheidsuitgaven

€ 253 miljard

Belastinginkomsten

€ 237 miljard

Aflossingen

€ 8 miljard

Staatsschuld aan het begin van het jaar

€ 89 miljard

 

Wat is dan het begrotingstekort en wat is het financierinstekort? Wat is de nieuwe staatsschuld?

Uitwerking

Het begrotingstekort is de hoeveelheid geld die meer wordt uitgegeven dan er binnenkomt. Dit is dus het verschil tussen de overheidsuitgaven en de belastinginkomsten. De overheidsuitgaven zijn in dit voorbeeld hoger dan de belastinginkomsten: € 252 miljard versus € 237 miljard. Het begrotingstekort is dan € 253 miljard – € 237 miljard = € 15 miljard.

Het financieringstekort is het verschil in staatsschuld dat optreedt bij een tekort. Het begrotingstekort is in dit voorbeeld € 15 miljard. Er wordt € 15 miljard meer uitgegeven dan er binnenkomt. Hier zit wel € 8 miljard aan aflossingen bij. Het financieringstekort is dan € 15 miljard – € 8 miljard = € 7 miljard. Je kunt dit ook uitrekenen door eerst de aflossingen van de overheidsuitgaven van de staatsschuld af te trekken en deze vervolgens te verrekenen met de belastinginkomsten. De overheidsuitgaven exclusief aflossingen zijn dan € 252 miljard – € 8 miljard = € 244 miljard. Het financieringstekort is dan € 244 miljard – € 237 miljard = € 7 miljard.

De staatsschuld stijgt als gevolg van het financieringstekort. Aan het begin van het jaar is de staatsschuld € 89 miljard. Hier komt door het financieringstekort € 7 miljard bij. De nieuwe staatsschuld is dan € 89 miljard + € 7 miljard = € 96 miljard.

Wat is herfinancieren?

Herfinancieren

Stel je voor dat je € 10 van een vriend leent en die over een week terug moet betalen. Als je dan over een week geen € 10 hebt, kun je besluiten om € 10 van een andere vriend te lenen om je lening af te betalen. Dit noem je herfinanciering.

Overheden lenen vaak geld door middel van staatsobligaties. Staatsobligaties zijn een type lening. De overheid geeft dan een staatsobligatie uit en degene die deze staatsobligatie koopt leent geld uit aan deze overheid. Staatsobligaties hebben een vaste looptijd, bijvoorbeeld 10 jaar. Na deze looptijd moet de staatsobligatie afbetaald worden. Als een overheid op het moment dat de staatsobligatie afbetaald moet worden een tekort heeft, kan het deze lening niet met belastinginkomsten afbetalen. Er zal dan opnieuw geleend moeten worden om deze oude lening af te betalen. Als een overheid leent om oude leningen af te betalen is er sprake van herfinanciering.

Als de overheid geld leent betaalt zij niet altijd dezelfde rente. Deze rente schommelt vaak en kan op één moment hoger of lager zijn dan op een ander moment. Als een overheid een hoge rente over de staatsschuld betaalt is dit niet gunstig voor die overheid. Door de hoge rente moet de overheid meer betalen voor haar leningen, en zal de staatsschuld sneller toenemen. Het is dus in het belang van de overheid om voor een zo laag mogelijke rente te lenen.

Stel je voor dat een overheid met staatsobligaties geld geleend heeft tegen 5% rente. Als de rente dan een jaar later 2% is, is het voor deze overheid goedkoper om voor 2% rente genoeg geld te lenen om de leningen met 5% rente af te betalen. Ook in dit geval kan een overheid besluiten tot herfinanciering: als de rente daalt kan een overheid goedkoper geld lenen, en dit geld kan ook gebruikt worden om duurdere leningen af te lossen.

Wat is het groei- en stabiliteitspact?

Groei- en stabiliteitspact

In de eurozone zijn regels opgesteld met betrekking tot het begrotingstekort en de staatsschuld. Deze regels zijn:

  • Het begrotingstekort van een land mag maximaal 3% van het BBP bedragen.
  • De staatsschuld van een land mag maximaal 60% van het BBP bedragen.

Deze regels zijn opgesteld om te voorkomen dat landen in de eurozone een te hoog tekort of een te hoge schuld krijgen. Stel je voor dat een land een BBP van € 1.000 miljard heeft. Het begrotingstekort mag dan maar maximaal 3% × € 1.000 miljard = € 30 miljard zijn. Dit betekent dat de overheid van dit land maar maximaal € 30 miljard meer mag uitgeven dan er binnenkomt. Als het tekort hoger wordt, moet de overheid ervoor zorgen dat de overheidsuitgaven dalen of de belastinginkomsten stijgen (of beide). Het tekort moet dan worden teruggedrongen naar € 30 miljard.

Bij een BBP van € 1.000 miljard mag de staatsschuld maar maximaal 60% × € 1.000 miljard = € 600 miljard zijn. Als de staatsschuld hoger wordt dan € 600 miljard, moet de overheid van dit land een gedeelte van de staatsschuld aflossen. Deze overheid mag dan geen begrotingstekort meer hebben. Er is een overschot nodig om de staatsschuld te verkleinen.

Het doel van het groei- en stabiliteitspact is om de conjunctuur te stabiliseren. Als een land een erg hoog tekort of een erg hoge schuld krijgt kan dit leiden tot schommelingen in de conjunctuur. Er kan bijvoorbeeld een recessie ontstaan, of de inflatie kan erg gaan stijgen. Door de regels van het groei- en stabiliteitspact mogen landen in de eurozone niet meer hele hoge tekorten krijgen of hun schuld heel hoog laten worden, waardoor het risico op schommelingen in de conjunctuur kleiner wordt.

Video

Wil je een samenvatting zien over het verschil tussen het begrotingstekort en het financieringstekort? Kijk dan onderstaande video van Economie-Academy.

Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren
Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren