Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
Digitaal te lezen in de app
40.000+ leerlingen gingen je voor

Obligaties

Als je wilt beleggen, is één optie om te gaan beleggen in obligaties. Je kunt hierbij kiezen voor staatsobligaties, maar ook voor obligaties van bedrijven. Daarnaast zijn er nog meer verschillende soorten obligaties en je kunt ze ook nog eens verhandelen op de beurs. In dit artikel kun je meer lezen over wat obligaties zijn en wat je ermee kunt doen.

Obligaties

Wat is een obligatie?

Wat is een obligatie?

Een obligatie is een verhandelbaar schuldbewijs voor een lening. Obligaties staan op de balans onder vreemd vermogen. Een obligatie behoort tot vreemd vermogen op de lange termijn. Dit betekent dat een obligatie een lange looptijd heeft. Dit kan bijvoorbeeld 10 jaar zijn, maar ook langer of korter. Omdat obligaties tot vreemd vermogen op de lange termijn behoren, worden ze verhandeld op de kapitaalmarkt en niet op de geldmarkt. De geldmarkt is namelijk bedoeld voor vreemd vermogen op de korte termijn.

Obligaties worden vooral uitgegeven door overheden en bedrijven. Als een overheid of bedrijf een obligatie uitgeeft, leent het geld. Een obligatie die wordt uitgegeven door een overheid, heet een staatsobligatie.

Stel je voor dat de Nederlandse overheid voor € 600 miljoen aan staatsobligaties uitgeeft. De Nederlandse overheid leent dan € 600 miljoen op de kapitaalmarkt. Aan het einde van de looptijd moet deze lening weer worden terugbetaald.

Als je een obligatie koopt, leen je geld uit. Stel je voor dat je een Duitse staatsobligatie van € 1.000 koopt. Je betaalt dan € 1.000 aan de Duitse overheid. De Duitse overheid moet deze € 1.000 dan aan het einde van de looptijd van de obligatie terugbetalen.

Rente en risico

Rente en risico

Over obligaties wordt interest betaald. Dit wordt ook wel rente genoemd. Dit werkt net zoals bij een gewone lening: als je een obligatie uitgeeft en dus geld leent, betaal je rente. En als je een obligatie koopt, en dus geld uitleent, ontvang je rente. Als je dus een Duitse staatsobligatie met 1% rente koopt, moet de Duitse overheid jou 1% rente betalen.

Net zoals bij een gewone lening is het rentepercentage afhankelijk van het risico dat een lening niet wordt terugbetaald. Bij obligaties wordt dit risico bepaald aan de hand van de kredietwaardigheid van het bedrijf of land dat geld wil lenen. Hoe hoger de kredietwaardigheid van een bedrijf of land is, hoe lager de kans dat de obligatielening niet zal worden terugbetaald.

Een land met een hoog begrotingstekort en een hoge staatsschuld zal gewoonlijk een lage kredietwaardigheid hebben, en daardoor een hoge rente over obligatieleningen moeten betalen. Om de kredietwaardigheid van een obligatie aan te geven, hebben de meeste obligaties een rating. Deze ratings worden gegeven door ratingbureaus. Aan deze ratings kunnen beleggers zien of een obligatie een hoge of lage kredietwaardigheid heeft. Hieruit kunnen ze dus afleiden of een bepaalde obligatie een laag of juist een hoog risico heeft.

Risico-rendement verhouding

Emissie van obligaties

Emissie van obligaties

Als er nieuwe obligaties op de markt komen, vindt er een emissie plaats. Beleggers die een nieuwe obligatie willen kopen, kunnen zich daarvoor inschrijven. Het kan zijn dat beleggers zich inschrijven voor meer obligaties dan dat er op de markt komen.

Wat kenmerkend is aan een obligatielening is dat er dat er een groot aantal geldverstrekkers is. Stel je voor dat een bedrijf voor € 2.000.000 wil lenen en daarvoor obligaties wil gebruiken. Dit bedrijf kan dan kiezen om obligaties van € 1.000 uit te geven. De lening moet daarvoor worden opgedeeld in € 2.000.000 / € 1.000 = 2.000 obligaties van € 1.000. Deze 2.000 obligaties hoeven niet allemaal door dezelfde belegger te worden gekocht: het zou zelfs zo kunnen zijn dat 2.000 verschillende mensen allemaal een obligatie van dit bedrijf kopen. Op deze manier wordt het gemakkelijker voor het bedrijf om geld te lenen: het is gemakkelijker om verschillende beleggers te vinden die € 1.000 willen uitlenen dan één belegger die € 2.000.000 uitleent. Obligaties zijn vrij verhandelbaar op de beurs, waardoor ze door een groot aantal verschillende geldverstrekkers gekocht kunnen worden.

Stel je voor dat de Nederlandse overheid 20.000 obligaties uitgeeft, en dat beleggers zich inschrijven voor 30.000 obligaties. De nieuwe obligaties worden dan verdeeld onder de beleggers aan de hand van de hoeveelheid obligaties waarvoor zij zich hebben ingeschreven. Een belegger die zich heeft ingeschreven voor 150 obligaties, ontvangt dan bijvoorbeeld 20.000 / 30.000 × 150 = 100 obligaties.

Wat zijn de nominale waarde, beurskoers en emissiekoers van obligaties?

Wat zijn de nominale waarde, beurskoers en emissiekoers?

Obligaties hebben net zoals aandelen een nominale waarde, een beurskoers en een emissiekoers.

De nominale waarde van een obligatie is de waarde die op de obligatie geschreven staat. Als de Nederlandse overheid een staatsobligatie van €1.000 uitgeeft, is € 1.000 de nominale waarde.

De beurskoers is vaak niet hetzelfde als de nominale waarde. Als de Nederlandse overheid door de markt als erg betrouwbaar wordt gezien en een hoge kredietwaardigheid heeft, kan de beurskoers stijgen. Zo kan het bijvoorbeeld voorkomen dat je op de beurs € 1.020 voor een staatsobligatie van € 1.000 moet betalen. Andersom kan het ook voorkomen dat de beurskoers lager ligt dan de nominale waarde. Op het moment dat de Nederlandse overheid als onbetrouwbaar wordt gezien en een lage kredietwaardigheid heeft, bijvoorbeeld omdat de staatsschuld erg hoog is, kan de beurskoers van een obligatie dalen. Het risico van de obligatie stijgt in dat geval. Het kan dan zijn dat een Nederlandse staatsobligatie van € 1.000 voor bijvoorbeeld € 980 wordt verhandeld.

De emissiekoers van een obligatie is de koers waarvoor een obligatie op de markt komt. Net zoals de beurskoers, kan de emissiekoers hoger of lager zijn dan de nominale waarde. Zo kan het zijn dat de emissiewaarde van obligaties op € 1.400 ligt, als een bedrijf met veel schulden nieuwe obligaties van € 1.500 uitgeeft. De obligatie wordt dan beneden (onder) pari uitgegeven: de emissiewaarde is lager dan de nominale waarde. Andersom kan het ook zo zijn dat een obligatie boven pari wordt uitgegeven. Als de rente van een nieuwe obligatie bijvoorbeeld hoger ligt dan die van bestaande obligaties, dan zijn de nieuwe obligaties aantrekkelijk voor beleggers. Een nieuwe obligatie met een emissiewaarde van € 1.500 kan dan voor bijvoorbeeld € 1.600 worden verkocht (boven pari dus).

Stel je voor dat een obligatie met een nominale waarde van € 1.000 en een emissiekoers van 104% wordt uitgegeven. De waarde van een obligatie op de beurs bij de emissie is dan € 1.000 × 1,04 = € 1.040. De obligatie wordt dus boven pari uitgegeven. Als een obligatie beneden pari wordt uitgegeven is de emissiekoers lager dan 100%. Stel je voor dat een obligatie met een nominale waarde van € 1.200 met een emissiekoers van 97% wordt uitgegeven. De waarde van de obligatie bij emissie is dan € 1.200 × 0,97 = € 1.164.

Wat zijn agio en disagio?

Wat zijn agio en disagio?

Agio is het bedrag dat wordt ontvangen boven de nominale waarde. Oftewel, het verschil in positieve zin tussen het ontvangen bedrag en de nominale waarde. Als een obligatie boven pari wordt uitgegeven, ontvangt het bedrijf of land dat de obligatie uitgeeft meer geld dan voor leningen is uitgegeven.

Stel je voor dat ExamenOverzicht BV 8.000 obligaties van € 1.000 uitgeeft, en dat de emissiekoers € 1.050 is. De nominale waarde van de obligatielening is dan 8.000 × € 1.000 = € 8.000.000. Het bedrag dat ontvangen wordt, is hoger: dit is 8.000 × € 1.050 = € 8.400.000. Het bedrag dat wordt ontvangen boven de nominale waarde van de obligatielening is dan de agio. In dit voorbeeld is het totaal aan agio € 8.400.000 - € 8.000.000 = € 400.000. Je kunt dit ook uitrekenen door de agio per obligatie te vermenigvuldigen met het totale aantal obligaties. Je doet dit met de volgende berekening: (€ 1.050 - € 1.000) × 8.000 = € 400.000.

Disagio is het verschil in negatieve zin tussen het ontvangen bedrag en de nominale waarde. In dat geval ontvangt een bedrijf bij de emissie van nieuwe obligaties dus minder dan de nominale waarde van de obligatielening. Obligaties worden dan beneden pari uitgegeven.

Stel je voor dat een een land 20.000 staatsobligaties met een nominale waarde van € 1.200 per obligatie uitgeeft, en dat de emissiekoers van deze nieuwe staatsobligaties 95% is. De nominale waarde van de obligatielening is dan 20.000 × € 1.200 = € 24.000.000. De waarde van de obligatie bij emissie is € 1.200 × 0,95 = € 1.140. De ontvangen waarde is 20.000 × € 1.140 = € 22.800.000. De totale disagio is dan € 24.000.000 - € 22.800.000 = € 1.200.000. Je kunt dit ook uitrekenen door de disagio per obligatie te vermenigvuldigen met het aantal obligaties: (€ 24.000.000 - € 22.800.000) × 20.000 = € 1.200.000.

Wat is het verschil tussen aandelen en obligaties?

Wat is het verschil tussen aandelen en obligaties?

Obligaties worden soms verward met aandelen. Dat komt omdat er wel enige overeenkomsten zijn tussen aandelen en obligaties. Zo worden beiden verhandeld op de beurs en kunnen ze worden gekocht door beleggers. Ook worden zowel aandelen als obligaties door bedrijven gebruikt om meer vermogen te krijgen. Echter zijn er ook verschillen tussen tussen aandelen en obligaties:

1. Eigenaarschap

Een belegger die een aandeel in een bedrijf koopt, wordt mede-eigenaar van dat bedrijf. Een obligatiehouder wordt geen mede-eigenaar van het bedrijf waarvan de obligatie wordt gekocht.

2. Ander soort vermogen

Aandelen behoren tot het eigen vermogen en zijn permanent: aandelen kunnen niet worden afgelost, omdat zij geen lening zijn. Obligaties daarentegen behoren tot het vreemd vermogen, omdat de obligatie een bewijs is van schuld van een bedrijf, en niet van eigendom. Ook zijn obligaties een tijdelijk vermogen: aan het einde van de looptijd worden zij afgelost.

3. Stemrecht

Doordat aandeelhouders mede-eigenaar zijn van een bedrijf, kunnen zij stemrecht krijgen in de aandeelhoudersvergadering van het betreffende bedrijf. Aangezien obligatiehouders geen mede-eigenaar van het bedrijf zijn, kunnen zij geen stemrecht krijgen in de aandeelhoudersvergadering. Zodoende kunnen aandeelhouders meebeslissen met wat er in een bedrijf gebeurt en kunnen obligatiehouders dat niet.

4. Dividend vs rente

Als mede-eigenaar ontvangt de aandeelhouder ook een deel van de winst van het bedrijf. Het gedeelte van de winst dat wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders wordt dividend genoemd. Omdat een obligatie een vorm van een lening is, bestaat de beloning uit rente in plaats van dividend. 

5. Mate van risico

Doordat een aandeelhouder voor rendement afhankelijk is van of een bedrijf winst maakt, is het risico van aandelen groter dan van obligaties. Het dividend kan namelijk lager uitvallen dan verwacht. Ook raakt de aandeelhouder het ingelegde geld kwijt bij een faillissement. Doordat de beloning bij obligaties vast is, is de koers over het algemeen ook stabieler dan die van aandelen.

Wil je meer weten over het verschil tussen aandelen en obligaties? Kijk dan onderstaande video.

Wat is het verschil tussen onderhandse leningen en obligaties?

Wat is het verschil tussen onderhandse leningen en obligaties?

Er zijn meerdere verschillen tussen onderhandse leningen en obligaties:

1. Het aantal geldverstrekkers

Bij een onderhandse lening is er maar één geldverstrekker, terwijl er bij een obligatie veel meer geldverstrekkers kunnen zijn. Er is hierdoor bij een onderhandse lening rechtstreeks contact tussen de geldverstrekker en degene die geld wil lenen. 

2. Vaste voorwaarden vs onderhandelbare voorwaarden

Bij een onderhandse lening kan worden onderhandeld over de voorwaarden, omdat er rechtstreeks contact is met die ene geldverstrekker. Deze voorwaarden zijn bijvoorbeeld de hoogte van het rentepercentage en duur van de looptijd. Bij obligaties is er sprake van een vast rentepercentage en vaste looptijd. Dit komt omdat het voor de geldvrager onmogelijk is om afspraken te maken met iedere afzonderlijke geldverstrekker.

3. Provisiekosten

Bij obligaties komen provisiekosten kijken en bij onderhandse leningen niet.

Doordat obligatieleningen via een effectenbeurs en banken op de markt worden geplaatst ontstaan provisiekosten: de effectenbeurs en bank moeten betaald worden voor het plaatsen van een obligatie. Bij een onderhandse lening is er geen sprake van provisiekosten, doordat geldvrager en geldverstrekker rechtstreeks contact met elkaar hebben en geen gebruikmaken van een effectenbeurs. Er kan gebruik worden gemaakt van een bank, maar een onderhandse lening kan bijvoorbeeld ook worden afgesloten tussen familieleden.

Het rechtstreekse contact bij een onderhandse lening zorgt er ook voor dat de rentebetaling en aflossing gemakkelijker verlopen. Bij een obligatielening verloopt alles via een bank, waardoor het proces langer kan duren.

4. Verhandelbaarheid op de beurs

Doordat obligaties vrij worden verhandeld op de beurs, kan de eigenaar van een obligatie deze verkopen. Op die manier kunnen geldverstrekkers van obligaties hun verstrekte geld eerder terugkrijgen. Geldverstrekkers van onderhandse leningen hebben die mogelijkheid niet. Geldverstrekkers van onderhandse leningen zijn dus veel meer gebonden aan de afspraken die zij met de geldvrager hebben gemaakt.

Wat is een converteerbare obligatie?

Wat is een converteerbare obligatie?

Converteerbare obligaties zijn obligaties die kunnen worden ingewisseld voor aandelen. Op het moment dat de obligaties worden ingewisseld, wordt de obligatiehouder een aandeelhouder en dus mede-eigenaar van een bedrijf. In plaats van rente wordt dan dividend uitgekeerd. 

Bedrijven kunnen ervoor kiezen om converteerbare obligaties uit te geven, omdat dit ervoor zorgt dat zij langer gebruik kunnen maken van het ingelegde vermogen: obligaties moeten aan het einde van de looptijd worden terugbetaald, maar aandelen zijn een permanent deel van het eigen vermogen.

Converteerbare obligaties zijn voor obligatiehouders aantrekkelijker dan gewone obligaties. Als een bedrijf veel winst gaat maken, kunnen houders van converteerbare obligaties deze omwisselen voor aandelen. Bij een hogere winst zal het dividend dat wordt uitgekeerd ook omhoog gaan, en als aandeelhouder kunnen zij hiervan profiteren. Ook kunnen de aandelenkoersen stijgen, waardoor het in verhouding aantrekkelijker wordt om aandelen te hebben dan om obligaties te hebben. Bij een gewone obligatie is het rentepercentage vast, waardoor een hogere winst of een hogere aandelenkoers niet leidt tot een hoger rendement op de obligaties.

Converteerbare obligaties zijn vooral aantrekkelijk omdat het niet verplicht is om de obligaties in te wisselen voor aandelen: obligatiehouders kunnen zelf kiezen of ze hun obligaties willen converteren, en zullen dit dus alleen doen als dit financieel voordelig is. Het risico van converteerbare obligaties is erg laag. Obligatiehouders hebben immers de keuze om hun obligaties in te wisselen als zij minder waard worden. Doordat converteerbare obligaties aantrekkelijker zijn dan gewone obligaties, ligt de rente van converteerbare obligaties vaak lager. Eigenlijk krijg je de optie om de obligatie in te wisselen, waar dus een lagere rente tegenover staat.

Het moment waarop een converteerbare obligatie mag worden omgezet in aandelen verschilt per converteerbare obligatielening. Dit moment wordt van tevoren bepaald. In sommige gevallen wordt het moment van converteren bepaald door de obligatie-uitgever, in andere gevallen door de obligatiehouder. Voor de obligatiehouder is het het aantrekkelijkst als die het moment van inwisselen zelf kan bepalen. Op deze manier kan de obligatiehouder proberen om maximaal financieel voordeel te halen uit het converteren van de obligaties.

Omdat deze converteerbare obligaties aantrekkelijker zijn voor obligatiehouders, hebben ze een hogere emissiekoers en een lagere rente dan gewone obligaties. Andersom kan het ook zo zijn dat de obligatie-uitgever het moment van inwisselen kan bepalen. Deze obligaties zijn minder aantrekkelijk voor obligatiehouders en zullen dus een lagere emissiekoers en een hogere rente dan gewone obligaties hebben.

Video

Wil je nog meer weten over obligaties? Kijk dan zeker even onderstaande uitlegvideo:

Bekijken als Rooster Lijst

3 Items

per pagina
Aflopend sorteren
Bekijken als Rooster Lijst

3 Items

per pagina
Aflopend sorteren