Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
Digitaal te lezen in de app
40.000+ leerlingen gingen je voor

BBP en BNP: wat is het verschil?

BBP en BNP zijn twee termen die worden gebruikt om de productie of inkomens in een land te meten. Ze betekenen niet hetzelfde en geven dus ook verschillende waarden weer. Hieronder lees je wat het verschil tussen het BBP en het BNP is.

BBP en BNP

Wat geeft het BBP weer?

BBP

Het BBP staat voor bruto binnenlands product en geeft het totaal van de primaire inkomens weer dat in een land wordt verdiend. Het primair inkomen is de optelsom van de beloningen van de productiefactoren kapitaal, arbeid, natuur en ondernemersschap (KANO). Het BBP is het totaal van wat er in een land in een jaar wordt geproduceerd. Dit staat gelijk aan het totaal van de inkomens die in een land in een jaar worden geproduceerd. Alles wat er door de productie met kapitaal, arbeid, natuur en ondernemerschap wordt verdiend gaat naar de mensen in Nederland als inkomen. Je kunt het BBP dus ook berekenen door het totaal van de inkomens van rente, huur, loon, pacht en winst bij elkaar op te tellen. Omdat de productie hetzelfde is als de inkomens mag je de letter P van productie in de afkorting ook vervangen door de letter I van inkomen. Het BBI is dus hetzelfde als het BBP.

Het BBP geeft aan hoe groot de economie van een land is. Als het BBP in een land hoger wordt, stijgt het totaal van de productie en inkomens in dat land. Je spreekt dan van een economische groei. De conjunctuur stijgt bij een economische groei. Bij een daling van het BBP spreek je van een economische krimp. De conjunctuur daalt dan.

Hoe kun je het BBP berekenen?

Berekenen

Je kunt het BBP op drie verschillende manieren berekenen: met de objectieve methode, met de subjectieve methode en met de bestedingsmethode.

Objectieve methode

Als je het BBP berekent door het totaal van de productie in een land op te tellen, gebruik je de objectieve methode om het BBP te meten. Stel je voor dat het BBP in Nederland € 600 miljard is. Dat betekent dan dat er in Nederland met kapitaal, arbeid, natuur en winst in totaal voor € 600 miljard aan waarde wordt geproduceerd. Bij het berekenen van het BBP met de objectieve methode moet je altijd met de toegevoegde waarde van een product rekenen.

Stel je voor dat een groenteboer appels voor € 0,50 per kilo koopt van een teler en die vervolgens verkoopt voor € 0,80. Deze groenteboer voegt dan € 0,30 aan waarde toe aan de appels: eerst waren deze € 0,50 waard en nu € 0,80. De teler voegt € 0,50 aan waarde toe aan de appels. Eerst waren er geen appels, en nu zijn er appels die € 0,50 waard zijn. De totale toegevoegde waarde van een kilo appels is dan € 0,30 + € 0,50 = € 0,80. Dat is ook de prijs van een kilo appels. 

Toegevoegde waarde

Als je de eindwaarde van deze appels mee zou tellen voor het BBP zou je dubbel gaan tellen en valt het BBP te hoog uit. De eindwaarde waarvoor de teler de appels verkoopt is € 0,50. De eindwaarde die de groenteboer ontvangt is € 0,80. De totale waarde is dan € 0,50 + 0,80 = € 1,30. Dit is te hoog: de toegevoegde waarde van een kilo appels is € 0,80.

Om het BBP te berekenen tel je alle toegevoegde waardes van alle producten bij elkaar op. Ook telt de toegevoegde waarde van de overheid mee. De toegevoegde waarde van de overheid kun je niet op dezelfde manier berekenen als die van bedrijven: de overheid verkoopt vaak geen aparte producten met een bepaalde prijs. Hierdoor worden bij het berekenen van de toegevoegde waarde van de overheid de ambtenarensalarissen bij elkaar opgeteld. Samen met de toegevoegde waardes van bedrijven vormen zij het BBP. Oftewel:

Objectieve methode: BBP = toegevoegde waarde bedrijven + ambtenarensalarissen

Subjectieve methode

Als je het BBP berekent door de totale inkomens in een land bij elkaar op te tellen gebruik je de subjectieve methode om het BBP te meten. Dit is het totaal van rente, huur, loon, pacht en winst dat in een land in een jaar wordt verdiend. Hierbij moet je weer zowel de totale inkomens van bedrijven als die van de overheid bij elkaar optellen.

In het voorbeeld van de appels is het inkomen dat een teler ontvangt voor een kilo appels € 0,50. De groenteboer verdient € 0,30 aan deze kilo appels. Het totale inkomen dat wordt verdiend met een kilo appels is dan weer € 0,50 + € 0,30 = € 0,80. Bij het berekenen van het BBP tel je zo alle inkomens bij elkaar op.

Bestedingsmethode

Bij de bestedingsmethode bereken je het BBP door alle finale bestedingen in een land bij elkaar op te tellen. Hierbij tel je dus alles wat er in een land wordt uitgegeven bij elkaar op. In de economische kringloop is dit het totaal van consumptie (C), investeringen (I), overheidsbestedingen (O) en export (E). De import (M) gaat hier vanaf: dit zijn bestedingen die niet in het land worden gedaan. Hiervoor gebruik je dan de formule C + I + O + E – M.

In het voorbeeld van de appel is de finale besteding die wordt gedaan voor een kilo appels € 0,80. Hierna zullen de appels geconsumeerd (opgegeten) worden. Een kilo appels voegt dan € 0,80 toe aan de economie. Als je alle finale bestedingen bij elkaar optelt kom je op het BBP uit.

Wat is het verschil tussen het BBP en het BNP?

BBP en BNP

Het BBP staat voor bruto binnenlands product. Dit staat voor alle primaire inkomens die in een jaar in een bepaald land worden verdiend. Als je Nederland als voorbeeld neemt, staat het BBP voor alle primaire inkomens die in Nederland worden verdiend. Nederlanders die in het buitenland werken en daar geld verdienen tellen dus niet mee voor het BBP van Nederland. Buitenlanders die in Nederland werken tellen wel mee.

Het BNP staat voor bruto nationaal product. Dit staat voor alle primaire inkomens die in een jaar door de bevolking van een bepaald land worden verdiend. In Nederland is het BNP het totaal van de primaire inkomens die door Nederlanders worden verdiend. Buitenlanders die in Nederland werken en geld verdienen tellen dus niet mee voor BNP, omdat dat alleen gaat over mensen met de Nederlandse nationaliteit. Zij tellen wel mee voor het bruto binnenlands product, omdat dat gaat over iedereen die in Nederland werkt. Andersom tellen Nederlanders die in het buitenland werken niet mee voor het BBP, maar wel voor het BNP. Zij hebben de Nederlandse nationaliteit maar dragen niet bij aan het binnenlands product, omdat zij niet in Nederland werken.

Kortom:

BBP: iedereen die in Nederland werkt

  • Inclusief buitenlanders die in Nederland werken
  • Exclusief Nederlanders die in het buitenland werken

BNP: alle Nederlanders

  • Exclusief buitenlanders die in Nederland werken
  • Inclusief Nederlanders die in het buitenland werken

Wat is het verschil tussen bruto en netto binnenlands inkomen?

Verschil bruto en netto binnenlands inkomen

Naast het verschil tussen het binnenlands en nationaal inkomen kun je ook een onderscheid maken tussen het bruto en netto inkomen. Het verschil tussen deze twee is de afschrijvingen.

Stel je voor dat een snackbar patat inkoopt voor € 1,20 en verkoopt voor € 2,00. De bruto toegevoegde waarde van patat is dan € 2,00 – € 1,20 = € 0,80. De frituur waarin de patat wordt gefrituurd zal echter langzaam zijn waarde verliezen: op een gegeven moment kan deze niet meer gebruikt worden en zal die vervangen moeten worden. Dit zijn de afschrijvingen: er wordt steeds waarde afgeschreven voor productiemiddelen, omdat die na een bepaalde periode vervangen moeten worden. Stel je voor dat een snackbar € 1.000 betaalt voor een frituurpan en daar 5 jaar mee doet. De afschrijvingen zijn dan € 1.000 / 5 = € 200 per jaar. Dat betekent dat de frituurpan ieder jaar voor € 200 aan waarde verliest. Dit zijn niet direct kosten: er hoeft niet ieder jaar € 200 voor een frituurpan te worden betaald. Wel is de frituurpan na 5 jaar zijn waarde verloren en moet er een nieuwe worden aangeschaft.

Om de netto toegevoegde waarde van een bakje patat te berekenen moet je de afschrijvingen aftrekken van de bruto toegevoegde waarde. Stel je voor dat een frituurpan € 0,05 afschrijft bij ieder bakje patat dat gebakken wordt. De netto toegevoegde waarde van een bakje patat is dan € 0,80 – € 0,05 = € 0,75.

Netto toegevoegde waarde = bruto toegevoegde waarde – afschrijvingen

Het verschil tussen het bruto binnenlands product en het netto binnenlands product werkt op dezelfde manier. Om het netto binnenlands product te berekenen moet je alle afschrijvingen in een land aftrekken van het bruto binnenlands product. Hiervoor moet je dus alle afschrijvingen op alle productiemiddelen in een land bij elkaar optellen.

Netto binnenlands product = bruto binnenlands product – afschrijvingen
NBP = BBP – afschrijvingen

Video

Wil je nog eens een samenvatting op video van BBP en toegevoegde waarde zien? Kijk dan onderstaande video van OsAcademie.

Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren
Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren