Alles over afschrijvingen
Afschrijven is de waardevermindering van duurzame productiemiddelen door de tijd heen. Duurzame productiemiddelen zijn activa die langer dan één productieproces meegaan. Denk aan een busje, machine of laptop. Zo'n productiemiddel betaal je vaak in één keer, maar je gebruikt het meerdere jaren. Maar hoe werkt dat dan precies met afschrijven? Op deze pagina lees je het allemaal.

Afschrijven gebeurt over de materiële vaste activa (met als uitzondering grond). Voorbeelden van vaste activa waarover we afschrijven zijn gebouwen, auto’s en inventaris (zoals computers). Afschrijvingen worden gerekend als kosten en verminderen dus het eigen vermogen. Omdat het kosten zijn, staan afschrijvingen tevens op de exploitatiebegroting. Het afschrijven mag zodra je de activa ook echt in gebruik neemt.
Hoe bepaal ik de grootte van de afschrijving?

Bij de lineaire afschrijfmethode wordt de activa met een vast percentage per jaar afgeschreven. De grootte van de afschrijving is afhankelijk van de volgende onderdelen:
- Aanschafwaarde van de activa. Dit is de waarde waarvoor de activa is gekocht. Hierbij moet rekening worden gehouden met de totale investering. We tellen hier dus ook bijvoorbeeld de instelkosten bij op.
- Levensduur van de activa. De levensduur van de activa is de duur waarvan de onderneming verwacht dat zij gebruikmaakt van de activa. Dit is dus de tijd waarover de activa wordt afgeschreven.
- Restwaarde van de activa. De restwaarde van de activa is de waarde waarvoor een onderneming verwacht dat zij de activa kan verkopen als zij het afgeschreven heeft.
Het aftrekken van de kosten mag niet allemaal in het jaar waarin het wordt gekocht. Het moet verdeeld worden over de levensduur van het bedrijfsmiddel, zodat er elk jaar wat wordt afgetrokken. Als een bedrijfsmiddel minder dan € 450 kostte, mag het wel in één keer worden afgetrokken als kosten. Bron: Rijksoverheid.
Wat is het verschil tussen de economische en technische levensduur?

Bij de levensduur van de activa maken we een verschil tussen de economische levensduur en de technische levensduur:
- Economische levensduur. Dit is de levensduur van de activa waarin het verstandig is om de activa te gebruiken. De economische levensduur eindigt wanneer de complementaire kosten hoger zijn dan wat er van tevoren werd verwacht. Voorbeelden van complementaire kosten zijn onderhoudskosten en reparatiekosten. De economische levensduur wordt (tenzij anders vermeld) gebruikt om de afschrijvingskosten te berekenen.
- Technische levensduur. Dit is de levensduur van de activa waarin de activa de prestaties kan doen waarvoor ze is aangeschaft. Aan het eind van de technische levensduur is de activa op. Een voorbeeld is wanneer een auto na 15 jaar niet meer kan rijden. De technische levensduur is dus (bijna) altijd langer dan de economische levensduur.
Wat is het nut van afschrijven?

Afschrijven zorgt ervoor dat je de kosten van een productiemiddel verspreidt over de jaren waarin een bedrijf het gebruikt. Hierdoor ontstaat er een realistischer winstbeeld en voorkom je een grote kostenpiek in het aankoopjaar. Daarnaast beïnvloeden de afschrijvingen de boekwaarde van de activa. De boekwaarde van een activa is namelijk de aanschafwaarde van de activa minus de tot dan afgeschreven kosten van de activa.
Ook fiscaal heeft afschrijven een voordeel: afschrijving is een kostenpost en verlaagt de belastbare winst. Je winst wordt er niet "hoger" van, maar als ondernemer houd je vaak wel meer over na het betalen van de belasting.
Voorbeeld
Stel dat een ondernemer € 50.000 winst heeft gemaakt in het afgelopen jaar en productiemiddelen kocht voor € 5.000. De economische levensduur van het productiemiddel is vijf jaar en daarom schrijft de ondernemer de kosten af in vijf jaar. Elk jaar wordt er dus € 1.000 afgeschreven. In het afgelopen jaar was de belastbare winst dan € 50.000 - € 1.000 = € 49.000.
Hoe bereken ik de afschrijving?

Bij het berekenen van de afschrijvingskosten wordt er rekening gehouden met de totale investering in de activa. Er wordt dus niet alleen rekening gehouden met de aanschafwaarde van de activa, maar ook met kosten die nodig zijn om het bedrijfsmiddel in gebruik te nemen. Denk aan instelkosten bij het installeren van de activa en de de-installeerkosten wanneer de activa gede-installeerd en verkocht wordt.
De formule voor het berekenen van afschrijvingen is als volgt:
(Aanschafprijs - restwaarde) / aantal jaren
De formule voor het berekenen van het afschrijvingspercentage is als volgt:
Afschrijvingskosten per jaar / aanschafwaarde
Het afschrijvingspercentage is het percentage dat per jaar wordt afgeschreven van de activa. Het afschrijvingspercentage wordt berekend door de afschrijving per periode te delen door de totale investering.
Rekenvoorbeeld
Stel dat een activa een aanschafwaarde van € 20.000 heeft, een restwaarde van € 5.000 en een economische levensduur van 5 jaar. Dan zijn de afschrijvingskosten per jaar (20.000 - 5.000) / 5 = € 3.000. Het afschrijvingspercentage is dan dus 3.000 / 20.000 = 15% per jaar.
Bij het berekenen van de afschrijvingskosten per product worden de geproduceerde producten per jaar gedeeld door de afschrijvingskosten per jaar. Als er per jaar 1.500 producten worden geproduceerd, dan zijn de afschrijvingskosten per product dus € 3.000 / 1.500 producten = € 2 per product.
Video
Wil je een duidelijke uitleg op video over afschrijvingen zien? Check dan onderstaande video van ecobeco.
Veelgestelde vragen
Afschrijving is de jaarlijkse kostenpost waarmee je de waardevermindering van een duurzaam productiemiddel verdeelt over de jaren waarin het gebruikt wordt. Het verlaagt de belastbare winst en daardoor daalt het eigen vermogen.
Afschrijven gebeurt bij materiële vaste activa. Het gaat hierbij om productiemiddelen die langer meegaan. De uitzondering is grond, dat hoef je niet af te schrijven.
De aanschafwaarde, levensduur en restwaarde van de activa bepalen hoe groot de afschrijving is.
Dit is de levensduur van de activa waarin het slim is om de activa nog te gebruiken. Als de complementaire kosten hoger zijn dan verwacht, eindigt de economische levensduur. Denk bijvoorbeeld aan een situatie waarin een prdouctiemiddel zodanig verouderd is, waardoor de onderhoudskosten hoger zijn dan het aanschaffen van een nieuw productiemiddel.
De economische levensduur is de levensduur dat het slim is om de activa te gebruiken. De technische levensduur is de levensduur dat de activa nog functioneert. De technische levensduur is bijna altijd langer dan de economische levensduur.
De formule voor het bereken van afschrijvingen is: (aanschafprijs - restwaarde) / aantal jaren. Om het afschrijvingspercentage te berekenen, gebruik je deze formule: afschrijvingskosten per jaar / aanschafwaarde.





