Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
Digitaal te lezen in de app
40.000+ leerlingen gingen je voor

Alles over afschrijvingen

Afschrijven is de waardevermindering van duurzame productiemiddelen door de tijd heen. Duurzame productiemiddelen zijn activa die langer dan één productieproces mee gaan. Maar hoe werkt dat precies? Op deze pagina lees je alles over afschrijvingen.

Alles over afschrijvingen

Afschrijven gebeurt over de materiële vaste activa (met als uitzondering grond). Voorbeelden van vaste activa waarover we afschrijven zijn gebouwen, auto’s en inventaris (zoals computers). Afschrijvingen worden gerekend als kosten en verminderen dus het eigen vermogen.

Video

Wil je een duidelijke uitleg op video over afschrijvingen zien? Check dan onderstaande video van Economie Academy.

Grootte van de afschrijving

Grootte van de afschrijving

Bij de lineaire afschrijfmethode wordt de activa met een vast percentage per jaar afgeschreven. De grootte van de afschrijving is afhankelijk van de volgende onderdelen:

  • Aanschafwaarde van de activa. Dit is de waarde waarvoor de activa is gekocht. Hierbij moet rekening worden gehouden met de totale investering. We tellen hier dus ook bijvoorbeeld de instelkosten bij op.
  • Levensduur van de activa. De levensduur van de activa is de duur waarvan de onderneming verwacht dat zij gebruikmaakt van de activa. Dit is dus de tijd waarover de activa wordt afgeschreven.
  • Restwaarde van de activa. De restwaarde van de activa is de waarde waarvoor een onderneming verwacht dat zij de activa kan verkopen als zij het afgeschreven heeft.

Economische versus technische levensduur

Economische versus technische levensduur

Bij de levensduur van de activa maken we een verschil tussen de economische levensduur en de technische levensduur:

  • Economische levensduur. Dit is de levensduur van de activa waarin het verstandig is om de activa te gebruiken. De economische levensduur eindigt wanneer de complementaire kosten hoger zijn dan ze van tevoren waren verwacht. Voorbeelden van complementaire kosten zijn onderhoudskosten en reparatiekosten. De economische levensduur wordt (tenzij anders vermeld) gebruikt om de afschrijvingskosten te berekenen.
  • Technische levensduur. Dit is de levensduur van de activa waarin de activa de prestaties kan doen waarvoor ze is aangeschaft. Aan het eind van de technische levensduur is de activa op. Een voorbeeld is wanneer een auto na 15 jaar niet meer kan rijden. De technische levensduur is dus (bijna) altijd langer dan de economische levensduur.

Berekenen van de afschrijving

Afschrijving berekenen

Bij het berekenen van de afschrijvingskosten wordt er rekening gehouden met de totale investering in de activa. Er wordt dus niet alleen rekening gehouden met de aanschafwaarde van de activa, maar ook met bijvoorbeeld de instelkosten wanneer de activa wordt geïnstalleerd en de de-installeerkosten wanneer de activa gede-installeerd en verkocht wordt.

Het berekenen van afschrijvingen is belangrijk aangezien het de winst van een onderneming verlaagt. Door afschrijvingen wordt het kassaldo niet lager, er wordt immers niks betaald, maar het eigen vermogen wordt wel lager. Ook beïnvloeden de afschrijvingen de boekwaarde van de activa. De boekwaarde van een activa is namelijk de aanschafwaarde van de activa minus de tot dan afgeschreven kosten van de activa. 

De formule voor het berekenen van afschrijvingen is als volgt:

(Aanschafprijs - restwaarde) / aantal jaar

De formule voor het berekenen van het afschrijvingspercentage is als volgt:

Afschrijvingskosten per jaar / aanschafwaarde

Het afschrijvingspercentage is het percentage dat per jaar wordt afgeschreven van de activa. Het afschrijvingspercentage wordt berekend door de afschrijving per periode te delen door de totale investering.

Rekenvoorbeeld 

Als een activa een aanschafwaarde van € 20.000 heeft, een restwaarde van € 5.000 heeft en een economische levensduur van 5 jaar, dan zijn de afschrijvingskosten per jaar (20.000 - 5.000) / 5= € 3.000. Het afschrijvingspercentage is dan dus 3000 / 20.000 = 15% per jaar. Bij het berekenen van afschrijvingskosten per product worden de geproduceerde producten per jaar gedeeld door de afschrijvingskosten per jaar. Als er per jaar 1.500 producten worden geproduceerd, dan zijn de afschrijvingskosten per product dus € 3.000 / 1.500 producten = € 2 per product.

Bekijken als Rooster Lijst

1 Item

per pagina
Aflopend sorteren
Bekijken als Rooster Lijst

1 Item

per pagina
Aflopend sorteren