Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
Digitaal te lezen in de app
60.000+ leerlingen gingen je voor

Welvaart

In de media hebben journalisten, economen en politici het er regelmatig over: welvaart. Dan hoor je dingen als "de welvaart is hoger dan ooit" of "Nederland is welvarender dan andere landen". Maar waar hebben deze mensen het dan eigenlijk precies over? En hoe kun je welvaart meten? In dit artikel lees je alles over welvaart.

Welvaart

Wat is welvaart?

Wat is welvaart?

Welvaart is de mate waarin iemand in zijn of haar behoeften kan voorzien met middelen die schaars zijn. Schaarse middelen zijn middelen die niet oneindig beschikbaar zijn, en waar een prijs tegenover staat. Voorbeelden van schaarse middelen zijn grondstoffen, water, kleding en voedsel.

Welvaart is dus iets anders dan rijk zijn. Iemand kan bijvoorbeeld al welvarend zijn als hij/zij eten kan kopen om in levensbehoeften te voorzien.

Verder bestaat welvaart ook op macroniveau. De macro-economie kijkt naar de totale productie van een land, in plaats van naar individuen. Het is belangrijk om de welvaart in een land in kaart te brengen zodat de overheid, beleidsmakers, economen en andere belanghebbenden inzicht hebben in hoe het met het land en de inwoners gaat. Daarnaast kunnen we landen vergelijken en kunnen er bijvoorbeeld aanpassingen in het overheidsbeleid worden gedaan om de welvaart te stimuleren.

Wat is het verschil tussen welvaart in enge zin en welvaart in ruime zin?

Wat is het verschil tussen welvaart in enge zin en welvaart in ruime zin?

Bij welvaart in enge zin wordt alleen de materiële welvaart gemeten, terwijl bij welvaart in ruime zin zowel de materiële als immateriële welvaart wordt gemeten.

Materiële welvaart is de hoeveelheid producten en diensten die een land of een individu kan kopen. Je kunt er makkelijk een bedrag aan koppelen. De welvaart in enge zin hangt af van het inkomen en van de koopkracht. Als je een hoog inkomen hebt en veel kunt kopen, dan ben je dus welvarend in enge zin. Dit is een objectieve methode om de welvaart te meten.

Immateriële welvaart zijn dingen waar je niet gemakkelijk een bedrag aan kunt koppelen. Denk aan kwaliteit van milieu, veiligheid, vrijheid, gezondheid en verschil tussen arm en rijk. Al deze zaken zijn ook belangrijk voor het welzijn van mensen en de welvaart in een land. Het nadeel is dat dit moeilijk te meten is, aangezien het vaak om subjectieve data gaat. De ene persoon vindt namelijk dat hij of zij veel vrijheid heeft in een land, terwijl iemand anders dat juist niet zo ervaart.

Daarom kan het voorkomen dat iemands welvaart in enge zin stijgt (doordat hij/zij meer kan kopen), maar zijn/haar welvaart in ruime zin daalt (doordat hij/zij harder moet werken en minder vrije tijd heeft).

Andersom kan iemands welvaart in enge zin dalen (doordat hij/zij minder inkomen heeft), terwijl de welvaart in ruime zin voor diegene stijgt (doordat het verschil tussen arm en rijk kleiner wordt).

Het BBP als maatstaf voor de welvaart

Hoe gebruik je het BBP als maatstaf voor de welvaart?

Het BBP is een populaire methode om de welvaart te meten. Het bruto binnenlands product (BBP) is waarde van alle geproduceerde goederen en diensten in een land in een jaar. Met andere woorden: het BBP is de productie in een land.

De groei van het BBP wordt vaak gebruikt als maatstaf voor de welvaart in een land, omdat:

  • het makkelijk en snel te meten is (wordt in een valuta weergegeven);
  • het laat zien of de situatie in een land is verbeterd of verslechterd;
  • landen goed vergeleken kunnen worden.

In onderstaande video wordt nog eens uitgelegd hoe het BBP wordt gebruikt als maatstaf voor de welvaart en wordt er ingezoomd op het verschil tussen welvaart in enge en ruime zin.

Waarom is er kritiek op het BBP als maatstaf voor de welvaart?

Waarom is er kritiek op het BBP als maatstaf voor de welvaart?

Er is echter kritiek op het BBP als maatstaf voor de welvaart in een land. Dat komt omdat het BBP geen rekening houdt met de volgende zaken:

  • de grootte van de bevolking;
  • de koopkracht en inflatie;
  • de inkomensongelijkheid;
  • de informele sector;
  • onbetaalde arbeid;
  • sociale en ecologische factoren.

Grootte van de bevolking

Een groot land zal bijna altijd een groter BBP hebben dan een klein land. Dat is logisch, want in een groter land wonen meer mensen. Hierdoor is het voor hen makkelijker om in totaal meer te verdienen (produceren) en uit te geven (consumeren).

Om toch rekening te houden met de bevolkingsgrootte wordt als maatstaf vaak BBP per hoofd van de bevolking gebruikt. Dit bereken je als volgt:

BBP van een land / aantal inwoners van een land

Koopkracht en inflatie

Het BBP zegt niet alles over de koopkracht, omdat het BBP ook kan toenemen door stijgende inflatie. Als de inflatie stijgt, gaan producten meer geld kosten. Hierdoor kunnen consumenten minder producten kopen met hetzelfde inkomen. Om dit te corrigeren wordt vaak gewerkt met het reële BBP. Bij het reële BBP wordt de inflatie eraf gehaald, waardoor alleen de groei van de productie nog overblijft.

Koopkracht en inflatie worden niet meegenomen in het BBP

Inkomensongelijkheid

Het BBP van een land kan erg hoog zijn, maar als alleen de rijkste 10% van de bevolking in de behoeften kan voorzien, zegt de hoge productie niet veel over de welvaart in dat land. Om deze factor toch mee te nemen, kun je kijken naar de lorenz-curve.

Informele sector

De informele sector bestaat uit inkomen dat wordt verdiend door ongeregistreerd werk. In arme landen is de informele sector vaak groot. In die landen werken bijvoorbeeld krantenverkopers of schoenenpoetsers op straat om geld te verdienen, zonder dat zij daar belasting over betalen. Aangezien dit werk niet geregistreerd staat bij de overheid, wordt dit niet meegenomen in het BBP.

Onbetaalde arbeid

Bij onbetaalde arbeid kun je denken aan vrijwilligerswerk. Hierbij wordt er geen inkomen verdiend, maar worden mensen wel geholpen. Mensen worden hier bijvoorbeeld gelukkiger van, waardoor de welvaart in ruime zin stijgt, zonder dat de welvaart in enge zin stijgt. Een ander voorbeeld van onbetaalde arbeid is huishoudelijk werk.

Sociale en ecologische factoren

Sociale en ecologische factoren dragen niet bij aan het BBP. Bij deze factoren kun je denken aan het welzijn van de mensen. Denk bijvoorbeeld aan de mate waarin mensen gelukkig of gezond zijn, en in hoeverre er sprake is van een schoon milieu. Maar ook de mate van vrijheid, mentale gezondheid, veiligheid en vrije tijd spelen een rol. 

Bovendien kunnen negatieve externe effecten ervoor zorgen dat het welzijn van mensen daalt. Denk aan de milieuvervuiling van een fabriek, of de uitputting van hulpbronnen en grondstoffen.

Verder wordt niet gekeken naar negatieve externe effecten die ergens anders kunnen ontstaan, zoals slechte werkomstandigheden in fabrieken die voor westerse bedrijven producten maken. Zo is er sprake van kinderarbeid in sommige kledingfabrieken in Azië. Het BBP in Nederland neemt die gevolgen niet mee.

Ten slotte wordt er geen rekening gehouden met de toekomst. Het BBP geeft namelijk niet aan of het bestaande beleid de welvaart op lange termijn aantast.

Andere manieren om de welvaart te meten

Andere manieren om de welvaart te meten

In de loop der jaren zijn er verschillende alternatieve manieren ontstaan om de welvaart te meten. Deze kun je hieronder vinden.

Human Development Index

De Human Development Index (HDI) is ontwikkeld door de Verenigde Naties. Deze index neemt zowel levensverwachting, educatie als het BBP per hoofd van de bevolking mee.

Voor alle landen wordt de index jaarlijks gepubliceerd, zodat landen ook gemakkelijk vergeleken kunnen worden. Soms zijn er grote verschillen te zien tussen het BBP en de HDI.

Multidimensional Poverty Index

De Multidimensional Poverty Index (MPI) voegt 10 componenten samen die te maken hebben met gezondheid, educatie en kwaliteit van leven.

Happy Planet Index

De Happy Planet Index richt zich op welzijn, levensverwachting, ongelijkheid, maar ook op de ecologische voetafdruk van een land.

Brede Welvaartsindicator

De Brede Welvaartsindicator (BWI) is ontwikkeld door de Universiteit Utrecht en de Rabobank om de welvaart op een breder niveau te meten dan dat het BBP doet. Zo worden in deze indicator werkloosheid, onderwijs, gezondheid, veiligheid, geluk, huisvesting, milieu en baanzekerheid meegenomen.

Met deze indicator is het mogelijk om regionale verschillen binnen Nederland inzichtelijker te maken. Er is bovendien een duidelijk verschil te zien tussen het BBP per hoofd en de Brede Welvaartsindicator.

Kritiek op deze andere manieren van de welvaart meten

Kritiek op andere manieren van welvaart meten

Ook op deze andere manieren van het meten van welvaart ontstaat inmiddels kritiek. De indicatoren die hierboven zijn besproken voegen meerdere factoren samen in één indicator. De vraag die steeds vaker wordt gesteld is: kun je wel allerlei verschillende factoren in één indicator meenemen?

Is het wel mogelijk om bepaalde factoren in geld uit te drukken? Denk hierbij aan hoeveel geld een levensjaar waard is. En men moet binnen een indicator nagaan of sommige factoren belangrijker zijn dan andere factoren. Laat je bijvoorbeeld gezondheid zwaarder meetellen dan baanzekerheid?

Dit soort kwesties zijn vaak nog onduidelijk. Daardoor geven critici aan dat zo een indicator vaak veel verschillende dingen zegt, waardoor het op meerdere manieren te interpreteren is. Zegt een hoge score op de Brede Welvaartsindicator bijvoorbeeld dat een bepaald land extreem veilig is, of juist een hele hoge levensverwachting heeft?

Verder is het nadeel van indicatoren die meerdere factoren meenemen dat overheden moeilijker kunnen zien waar nu precies verbetering nodig is in een land. Een score op zo een indicator geeft namelijk een soort gemiddelde score van alle factoren bij elkaar. Het is dan onduidelijk welke factor hoog of laag heeft gescoord.

Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren
Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren