Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
100.000+ leerlingen gingen je voor

Wat is quantitative easing?

Bij quantitative easing (kwantitatieve verruiming) vergroot de centrale bank de geldhoeveelheid in een poging de economie te stimuleren. Dit gebeurt door het opkopen van effecten met geld dat speciaal voor dat doel is gecreëerd. Hoewel dit kan leiden tot extra bestedingen bestaat er ook het risico op inflatie. Wil je meer weten over quantitative easing? Lees dan snel verder.

Quantitative easing

Wat is het doel van quantitative easing?

Doel

Het doel van quantitative easing is om de conjunctuur te stimuleren door het vergroten van de geldhoeveelheid. Het idee is dat als er meer geld in omloop komt, dat geld uitgegeven zal worden door consumenten, bedrijven en overheden. Hierdoor zal de geaggregeerde vraag stijgen, wat tot een stijging van het BBP kan leiden.

Bij quantitative easing wordt de maatschappelijke geldhoeveelheid vergroot. De maatschappelijke geldhoeveelheid is de hoeveelheid geld die consumenten, bedrijven en de overheid in bezit hebben. In de verkeersvergelijking van Fisher wordt naar de maatschappelijke geldhoeveelheid verwezen met de letter ‘M’.

De grootte van de maatschappelijke geldhoeveelheid wordt bepaald door de centrale bank. De centrale bank is het enige orgaan dat geld kan uitgeven: zij hebben een monopoliepositie voor het uitgeven van nieuw geld. In de Europese Unie is de Europese Centrale Bank (ECB) de enige bank die euro’s mag uitgeven.

Hoe vergroten centrale banken de geldhoeveelheid?

Geldhoeveelheid

Bij het vergroten van de geldhoeveelheid wordt er meestal niet letterlijk geld bijgedrukt. In plaats daarvan heeft de centrale bank verschillende middelen waarmee zij de geldhoeveelheid kunnen vergroten. De “gewone” middelen voor het conjunctuurbeleid die een centrale bank gebruikt zijn het verlagen van de rente of het aanpassen van de reserveverplichtingen voor gewone banken. Als dit niet werkt kan een centrale bank overgaan op quantitative easing, oftewel het opkopen van effecten, zoals staatsobligaties, met geld dat speciaal voor dat doel is gecreëerd.

Wat gebeurt er bij quantitative easing?

Quantitative easing

Als het de centrale bank niet lukt om de economie te stimuleren door renteverlagingen of aanpassingen van de reserveverplichtingen kan er worden overgegaan op quantitative easing. Bij quantitative easing vergroot een centrale bank de geldhoeveelheid met zogenaamde open-markttransacties. Hierbij koopt de centrale bank obligaties op met geld dat eerst niet in omloop was. Stel je voor dat de ECB voor 100 miljoen euro aan Nederlandse staatsobligaties koopt. Nederland leent dan 100 miljoen euro van de ECB. Deze 100 miljoen euro was eerst niet in omloop: het geld stond op de rekening van de ECB en was geen deel van de maatschappelijke geldhoeveelheid. Op het moment dat de ECB 100 miljoen euro uitleent aan Nederland, krijgt de Nederlandse overheid 100 miljoen euro in handen die er eerst niet was. Op deze manier groeit de maatschappelijke geldhoeveelheid: het geld dat eerst op de rekening van de ECB stond is nu in omloop. Naast staatsobligaties kan de centrale bank ook andere effecten opkopen, zoals aandelen of andere obligaties. Het opkopen van deze effecten leidt tot een stijging van de maatschappelijke geldhoeveelheid, omdat de effecten worden gekocht met geld dat eerst niet bestond. Omdat de ECB een monopoliepositie heeft voor het creëren van euro’s, kan zij ervoor zorgen dat er nieuwe euro’s worden gecreëerd om effecten mee te kopen.

Hoe kan quantitative easing leiden tot inflatie?

Inflatie

Een gevaar wat optreedt bij quantitative easing is dat het kan leiden tot inflatie. Bekijk eens het volgende filmpje:

 

In dit voorbeeld heeft bijdrukken van grote hoeveelheden geld ertoe geleid dat dat geld bijna niets meer waard is. Er is in dat geval sprake van hyperinflatie. Bij het constant bijdrukken van geld wordt dat geld in verhouding tot de productie steeds minder waard. Dit kan leiden tot inflatie.

Bij quantitative easing treedt een vergelijkbaar gevaar op. Hoewel er niet letterlijk geld wordt bijgedrukt, wordt de maatschappelijke geldhoeveelheid wel vergroot. Als de geldhoeveelheid wordt vergroot maar de productie niet stijgt, zullen de prijzen van producten gaan stijgen. Er ontstaat zo inflatie. In de verkeersvergelijking van Fisher kan dit worden uitgelegd als een sterke stijging van de M, waarbij de T gelijk blijft en P dus stijgt.

Video

Wil je toch meer weten over kwantitatieve geldverruiming? Kijk dan onderstaande video van The Economist (in het Engels).

6 Items

Set Descending Direction
per pagina

Ontvang exclusieve tips in het examenjaar

Graag helpen we jou in het examenjaar richting je diploma!
Zit jij in je examenjaar en wil jij slagen? Schrijf je dan in voor:

Exclusieve tips
De geheimen van het eindexamen
Een template voor jouw leerplanning
Dat extra zetje in de rug

Ik ben
© 2024 ExamenOverzicht.nl