Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
Digitaal te lezen in de app
40.000+ leerlingen gingen je voor

Hoe werkt de verkeersvergelijking van Fisher?

De verkeersvergelijking van Fisher legt een verband tussen de geldstroom en de goederenstroom. Je kunt eruit afleiden of een toename of afname van de hoeveelheid geld die wordt uitgegeven leidt tot een stijging van de productie of van de prijzen. Wil je meer weten? Lees dan snel verder.

Verkeersvergelijking van Fisher

Video

Wil je meer weten over de verkeervergelijking van Fisher? Kijk dan onderstaande video van Economie-Academy.

 

Wat is de verkeersvergelijking van Fisher?

Verkeersvergelijking van Fisher

De verkeersvergelijking van Fisher luidt als volgt:

M × V = P × T

  • M staat voor de hoeveelheid geld
  • V staat voor de omloopsnelheid
  • P staat voor het prijsniveau
  • T staat voor het aantal transacties

De linkerkant van de  vergelijking (M × V) staat voor de geldstroom. De rechterkant van de vergelijking (P × T) staat voor de goederenstroom. Omdat er sprake is van een vergelijking, moeten de twee altijd in balans zijn. Als in de geldstroom M of V stijgt moet in de goederenstroom P of T ook stijgen, en andersom.

Voorbeeld

Verkeersvergelijking van Fisher

Stel je voor dat al het geld in een land 5 euro is, en alle producten 5 appels.

Voorbeeld

De prijs van een appel is dan 1 euro. Stel je voor dat de geldhoeveelheid hoger wordt. Er komt 5 euro aan geld bij:

Voorbeeld

De totale hoeveelheid geld is nu 10 euro. De totale hoeveelheid goederen is 5 appels. De prijs van één appel wordt dan € 2.

In de verkeersvergelijking van Fisher werkt dit als volgt:

Verkeersvergelijking van Fisher

De hoeveelheid geld stijgt: in de verkeersvergelijking van Fisher stijgt dan de M. Aan de andere kant van de vergelijking, in de goederenstroom, verandert de P: de prijs van appels stijgt ook.

Stel je voor dat nu de hoeveelheid appels ook met 5 stijgt:

Voorbeeld

Bij een grotere hoeveelheid appels en dezelfde hoeveelheid geld zal de prijs van appels dalen: die wordt weer één euro.

Verkeersvergelijking van Fisher

De geldstroom verandert niet: er wordt nog steeds 10 euro uitgegeven. De goederenstroom verandert wel: de productie van appels (T) stijgt en de prijs van appels (P) daalt.

Stel je voor dat 5 euro niet wordt uitgegeven. Dit geld wordt weggestopt en komt niet in de economie terecht.

Voorbeeld

De omloopsnelheid van het geld (V) daalt dan: de helft van het geld is niet meer in omloop. Bij een gelijk aantal appels zal dit leiden tot een daling van de prijs. Als er 5 euro wordt uitgegeven aan 10 appels, wordt de prijs van één appel € 0,50.

Verkeersvergelijking van Fisher

Wat kun je met de verkeersvergelijking van Fisher?

Wat kun je met de verkeersvergelijking van Fisher?

De verkeersvergelijking van Fisher laat het verband zien tussen de hoeveelheid en het gebruik van geld in een economie en de hoeveelheid en prijs van producten die worden verhandeld. Dit is handig voor bijvoorbeeld een overheid die de economie wil stimuleren.

Als een overheid besluit om de economie te stimuleren door bijvoorbeeld extra overheidsbestedingen of quantitative easing, stijgt in de verkeersvergelijking van Fisher de M. Als de M stijgt moet aan de rechterkant van de vergelijking ook iets stijgen: in de goederenstroom zal P of T omhoog gaan. Als de economie zich in een hoogconjunctuur bevindt is de geaggregeerde vraag hoger dan de productiecapaciteit. T kan dan niet verder stijgen: omdat de productiecapaciteit bereikt is, kan er niet meer geproduceerd worden. In een hoogconjunctuur zal een stijging van de geldhoeveelheid daarom leiden tot een stijging van de inflatie.

In een laagconjunctuur is de geaggregeerde vraag lager dan de productiecapaciteit. Een stijging van de geldhoeveelheid kan dan leiden tot een stijging van de productie. In dat geval stijgt in de verkeersvergelijking van Fisher de T. Wat hier ook bij helpt is dat er vaak sprake is van rigide prijzen: prijzen staan op korte termijn vast. Dit komt doordat veel prijzen worden vastgelegd in contracten voor bijvoorbeeld een jaar. De prijs van een product kan dan gedurende dat jaar niet veranderen. Een stijging van M zal in dat geval alleen maar leiden tot een stijging van T, wat goed is voor de economie. Als de overheid langere tijd geld in de economie blijft pompen zal de productiecapaciteit worden bereikt. Een verdere stijging van de geldhoeveelheid (M) zal dan alleen nog maar leiden tot inflatie (P). Prijzen staan op de lange termijn niet vast: er zal onderhandeld worden over nieuwe contracten.

Wat is de liquiditeitsval?

Liquiditeitsval

Een probleem dat kan optreden als een overheid geld in de economie wil pompen is dat van de liquiditeitsval. Bij een liquiditeitsval gebruiken mensen het geld dat in de economie wordt gepompt niet om het uit te geven maar bijvoorbeeld om het te sparen. De omloopsnelheid van het geld wordt dan laag: geld wordt niet uitgegeven.

Verkeersvergelijking van Fisher

In de verkeersvergelijking van Fisher stijgt dan de M, omdat de geldhoeveelheid wordt verhoogd, maar wordt dit gecorrigeerd door een daling van de omloopsnelheid (V). In de goederenstroom verandert dan niks. De prijzen en het aantal transacties blijven gelijk. In dit geval kan een overheid wel een tekort krijgen omdat er geld wordt uitgegeven, maar verandert dit niks aan de bestedingen.

Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren
Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren