Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
Digitaal te lezen in de app
40.000+ leerlingen gingen je voor

Spelling van Engelse werkwoorden in het Nederlands

In de Nederlandse taal gebruiken we geregeld Engelse werkwoorden. Je zult vast wel eens een van je vrienden of vriendinnen woorden zoals hacken of spammen hebben horen gebruiken. Of misschien gebruik je ze zelf. Weet jij precies hoe dit soort werkwoorden in het Nederlands worden vervoegd? In dit artikel lees je hoe we omgaan met Engelse werkwoorden in het Nederlands.

Spelling Engelse werkwoorden

Wat zijn leenwoorden?

Wat zijn leenwoorden?

Leenwoorden zijn woorden die wij overnemen uit andere talen. In onze taal hebben wij leenwoorden uit bijvoorbeeld het Grieks, het Latijn, het Duits, het Frans en het Engels. Denk maar eens aan woorden zoals mysterie (Grieks), audio (Latijn), hamburger (Duits), cadeau (Frans) en computer (Engels). Verder ‘lenen’ wij ook woorden uit landen buiten Europa, zoals thee (Chinees) en karaoke (Japans).

Toch komen veruit de meeste leenwoorden uit de Engelse taal. Sinds de Tweede Wereldoorlog zien we ontzettend veel Engelse leenwoorden terug in onze taal. Engels werd de voertaal van veel organisaties en bedrijven en ook het schoolvak Engels is in veel landen, net als in Nederland, verplicht. Inmiddels is Engels de voertaal in veel universitaire studies en overal om je heen hoor je steeds vaker het gebruik van Engelse woorden, waar wij ook een Nederlands woord voor hebben. Zelf zeg je vast ook wel eens nice waar je ook ‘leuk’ zou kunnen zeggen.

Hoe spel je Engelse werkwoorden in de Nederlandse taal?

Hoe spel je Engelse werkwoorden in de Nederlandse taal?

Bij woorden zoals computer, hacken, laptop, soap en spam zul je meestal wel weten hoe je deze schrijft. Bij Engelse werkwoorden kan dit lastiger zijn. Zeg nou zelf, het woord ‘deletete’ in ‘Ik deletete het bestand vanmorgen’ ziet er best gek uit! Toch is het spellen van Engelse werkwoorden makkelijker dan je misschien zou denken. Je gebruikt namelijk dezelfde regels als bij Nederlandse werkwoorden! Hieronder zullen we de verschillende werkwoordsvormen uitleggen.

Persoonsvorm tegenwoordige tijd

In het Nederlands kun je bij de persoonsvorm tegenwoordige tijd de ik-vorm schrijven (ik vind), maar je kunt hier ook een ‘t’ achter krijgen (hij vindt). Vergelijk als je dit moeilijk vindt ‘ik loop’ maar eens met ‘hij loopt’. Is ‘ik’ het onderwerp, dan schrijf je de ik-vorm. Is ‘je’ of ‘jij’ het onderwerp en staat het achter de persoonsvorm, dan schrijf je ook de ik-vorm. Staat ‘je’ of ‘jij’ voor de persoonsvorm, dan schrijf je er een ‘t’ achter. Die ‘t’ schrijf je ook bij hij, zij, het en u. 

Bij Engelse werkwoorden werkt dit precies hetzelfde. Je schrijft dus bijvoorbeeld ‘ik hockey’ en ‘hij hockeyt’. ‘Ik rugby’ en ‘zij rugbyt’. ‘Ik mountainbike’ en ‘u mountainbiket’. Let wel op bij Engelse werkwoorden met een dubbele medeklinker aan het eind, zoals basketballen. Je haalt de dubbele medeklinker weg: ‘ik basketbal’ en ‘hij basketbalt’.

Persoonsvorm verleden tijd

Bij de persoonsvorm verleden tijd kun je ’t Kofschip gebruiken. Dit is zo met Nederlandse werkwoorden en dus ook met Engelse werkwoorden. Hoor je bijvoorbeeld niet of het ‘verhuiste’ of ‘verhuisde’ is? Kijk dan naar het hele werkwoord (verhuizen), haal de ‘en’ eraf en kijk naar de laatste letter. Dit is de ‘z’. Zit deze letter wél in ’t Kofschip, dan schrijf je een ‘t’, zit deze letter niét in ’t Kofschip, dan schrijf je een ‘d’. De ‘z’ van verhuizen zit er niet in, dus schrijf je ‘verhuisde’. Zoals je ziet, schrijf je dus de ik-vorm en daarachter kan ‘te’ of ‘de’ komen. Als het onderwerp meervoud is, krijg je ‘ten’ of ‘den’.

Nu gaan we hetzelfde doen bij Engelse werkwoorden. Kijk maar eens naar het werkwoord tapen. De ik-vorm is ‘tape’ (bijvoorbeeld: ik tape jouw voet in). Nu willen we weten of het ‘tapete’ of ‘tapede’ is. We kijken naar het hele werkwoord (tapen), halen ‘en’ eraf en kijken naar de laatste letter. Dit is de ‘p’. De ‘p’ zit in ’t Kofschip, dus we schrijven ‘ik tapete’ en ‘wij tapeten’.

Voltooid deelwoord

Ook bij het voltooid deelwoord gebruik je ’t Kofschip. Je kunt niet goed horen of woorden zoals gebeurd (het is gebeurd), verhuisd (hij is verhuisd), beloofd (ik heb beloofd) en gefietst (hij heeft gefietst) op een ‘t’ of ‘d’ eindigen. We nemen even ‘gebeurd’ als voorbeeld. We kijken naar het hele werkwoord (gebeuren), halen ‘en’ eraf en kijken naar de laatste letter. Dit is de ‘r’. De ‘r’ zit niet in ’t Kofschip, dus we schrijven ‘het is gebeurd’.

Nu gaan we weer hetzelfde doen met een Engels werkwoord. Laten we kijken naar het werkwoord ‘deleten’. De ik-vorm is ‘delete’ (bijvoorbeeld: ik delete dat bestand). Nu willen we weten of het ‘gedeletet’ of ‘gedeleted’ is. We kijken naar het hele werkwoord (deleten), halen ‘en’ eraf en kijken naar de laatste letter. Dit is de ‘t’. De ‘t’ zit in ’t Kofschip, dus we schrijven ‘ik heb dat bestand gedeletet’.

Stappenplan (Engelse) werkwoorden vervoegen

  1. Met wat voor werkwoord heb je te maken? Persoonsvorm tegenwoordige tijd, persoonsvorm verleden tijd of een voltooid deelwoord?
  2. Kijk welke regel erbij hoort. Bij persoonsvorm tegenwoordige tijd kijk je of er een ‘t’ achter de ik-vorm komt en bij de andere twee gebruik je ’t Kofschip.
  3. Laat je bij Engelse werkwoorden niet afleiden door hoe het eruit ziet. Vaak lijkt het fout geschreven, omdat je deze werkwoorden in het Engels anders schrijft. Door de vernederlandsing van deze werkwoorden schrijven wij ze met gebruik van onze eigen regels!

Video

Deze uitlegvideo over Engelse werkwoorden in de Nederlandse taal is ook erg handig:

Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren
Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren

Ontvang exclusieve tips in het examenjaar

Graag helpen we jou in het examenjaar richting je diploma!
Zit jij in je examenjaar en wil jij slagen? Schrijf je dan in voor:

Exclusieve tips
De geheimen van het eindexamen
Een template voor jouw leerplanning
Dat extra zetje in de rug

Ik ben