Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
Digitaal te lezen in de app
40.000+ leerlingen gingen je voor

Rentebeleid van de ECB: hoe werkt dat?

In de Europese Unie worden alle euro’s in de eurozone uitgegeven door de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB heeft een monopoliepositie voor het uitgeven van euro’s. Met behulp van het rentebeleid probeert de ECB ervoor te zorgen dat de inflatie in de EU rond de 2% blijft. Wil je weten hoe dit werkt? Lees dan snel verder.

Rentebeleid van de ECB

Video

Wil je uitleg zien over het rentebeleid van de ECB? Kijk dan onderstaande video van Economie-Academy.

 

Wat is het doel van de Europese Centrale Bank?

Doel van de Europese Centrale Bank

In de Europese Unie is het doel van de ECB om de inflatie op ongeveer 2% te krijgen. Een inflatiepercentage van 2% wordt gezien als optimaal voor de groei van de economie. Meer of minder inflatie kan de groei van de economie belemmeren:

  • Bij een te hoge inflatie verliest geld zijn waarde, waardoor er minder uitgegeven kan worden. Als iemand bijvoorbeeld spaargeld heeft met een lage rente, kan dat geld zijn waarde verliezen bij een erg hoge inflatie, waardoor deze persoon dan minder uit kan geven.
  • Een te lage inflatie kan omslaan naar deflatie, oftewel een daling van de prijzen. Bij deflatie daalt het algemeen prijspeil. Consumenten zullen dan hun consumptie gaan uitstellen. Als producten in de toekomst goedkoper worden is het aantrekkelijker om te wachten met het kopen van die producten. De geaggregeerde vraag zal hierdoor dalen.

De ECB probeert de inflatie te beïnvloeden door de maatschappelijke geldhoeveelheid te vergroten of te verkleinen. Bij gelijke productie zal een stijging van de maatschappelijke geldhoeveelheid leiden tot inflatie en een daling van de maatschappelijke geldhoeveelheid tot deflatie. In de verkeersvergelijking van Fischer kan dit worden uitgelegd als een stijging of daling van M die leidt tot een stijging of daling van P.

Hoe kan de ECB de geldhoeveelheid vergroten door het aanpassen van de rente of reserveverplichtingen?

Geldhoeveelheid en ECB

Het meest gebruikte middel van de ECB  om inflatie te beïnvloeden van centrale banken is de rentestand. Bij een lagere rente van de centrale bank wordt het goedkoper voor banken om geld te lenen, wat zij vervolgens kunnen uitlenen. Een hogere rentestand zal er juist toe leiden dat banken minder gemakkelijk aan geld kunnen komen, waardoor zij minder geld kunnen uitlenen.

Voordat een bank geld kan uitlenen moet het dat geld eerst ergens vandaan halen: er moet een reserve worden opgebouwd. Vaak komt een bank aan dit geld door het te lenen van de centrale bank. Over deze leningen betaalt een bank rente: als de rente hoger is wordt het voor banken duurder om geld te lenen, en als de rente lager is wordt lenen goedkoper. Bij een monetaire verruiming zal de centrale bank de rente voor banken dus verlagen, waardoor het voor banken goedkoper is om hun reserves op te bouwen. Gewone banken kunnen dan meer geld uitlenen voor een lagere rente, waardoor de maatschappelijke geldhoeveelheid stijgt.

Een andere manier waarop de centrale bank ervoor kan zorgen dat er meer geld in omloop komt is door de reserveverplichtingen voor banken te verlagen. Banken moeten verplicht een bepaald percentage van het geld dat zij uitlenen in reserve houden. Als er besloten wordt om dit percentage te verlagen, kan een bank meer geld uitlenen in verhouding tot haar reserves. Als er meer geld wordt uitgeleend stijgt de hoeveelheid geld die in omloop is.

Op deze manier kan de ECB de hoeveelheid geld die banken kunnen uitlenen beïnvloeden. Bij een hogere rente van de ECB wordt het voor banken duurder om reserves op te bouwen, en zullen zij ook een hogere rente vragen voor hun leningen. Bij een lagere rente van de ECB wordt het voor banken goedkoper om reserves op te bouwen en zullen zij de rente voor het geld dat zij uitlenen aan consumenten, producenten of overheden ook verlagen.

Hoe kan het rentebeleid de inflatie beïnvloeden?

Rentebeleid van de ECB

De Europese Centrale Bank (ECB) kan met behulp van rentebeleid proberen de inflatie te beïnvloeden. Door de rente te verhogen of te verlagen kan de ECB consumptie aanmoedigen of juist afremmen, waardoor de inflatie zal stijgen of dalen.

In een hoogconjunctuur zal de inflatie stijgen, en om deze af te remmen kan de ECB de rente verhogen. Bij een hogere rente is het aantrekkelijker om te sparen, waardoor mensen ervoor kunnen gaan kiezen om hun geld niet uit te geven maar in plaats daarvan op de bank te zetten. Ook wordt het minder aantrekkelijk om te lenen: als je een hogere rente betaalt wordt lenen duurder. Mensen zullen zo minder snel geld gaan lenen en hun uitgaven zullen dalen. Als de geaggregeerde vraag daalt en de productie gelijk blijft, zal de inflatie dalen.

Bij een laagconjunctuur zal de ECB ervoor kiezen om de rente te verlagen. Bij een lagere rente is het minder aantrekkelijk om te sparen en aantrekkelijker om te lenen. Mensen zullen zo meer geld gaan uitgeven, waardoor de geaggregeerde vraag zal stijgen en de conjunctuur wordt gestimuleerd. Bij gelijke productie en een hogere geaggregeerde vraag zal de inflatie stijgen.

Een probleem dat zich voordoet bij het verlagen van de rente is het zero lower bound probleem. Als de ECB de rente blijft verlagen komt het moment dat de rente nul wordt. Er is dan 0% rente. Als de conjunctuur dan laag blijft, kan de ECB de rente niet nog verder verlagen.

Een ander gevaar dat optreedt is dat van de liquiditeitsval. Bij een liquiditeitsval wordt het extra geld dat wordt gecreërd met behulp van de lagere rente niet uitgegeven maar gespaard. Het geld draagt dan niet bij aan de bestedingen en heeft geen invloed op de geaggregeerde vraag. Als dit gebeurt is het erg lastig voor de ECB om de inflatie te beïnvloeden.

Een andere maatregel die de ECB kan nemen om de conjunctuur te beïnvloeden is quantitative easing.

Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren
Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren