Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
Digitaal te lezen in de app
40.000+ leerlingen gingen je voor

Interne EU markt

De Europese Unie is een gemeenschappelijke markt. Dit betekent dat er in de Europese Unie geen handelsbelemmeringen zijn. Om handelsbelemmeringen tegen te gaan, zijn er in de gemeenschappelijke markt vier vrijheden: de vrijheid van goederen, diensten, personen en kapitaal. Maar wat houden deze vrijheden precies in, en welke gevolgen hebben ze? In dit artikel lees je meer over de interne markt en deze vier vrijheden in de Europese Unie.

Gemeenschappelijke EU markt

Wat is een gemeenschappelijke markt?

Wat is een gemeenschappelijke markt?

Een gemeenschappelijke markt is een vorm van economische integratie tussen verschillende landen. Een ander woord voor een gemeenschappelijke markt is een interne markt. Als verschillende landen een interne markt vormen, verdwijnen de economische grenzen tussen deze landen en kunnen de verschillende productiefactoren (goederen, diensten, personen en kapitaal) zich zonder handelsbelemmeringen tussen de verschillende landen bewegen.

De Europese Unie is een gemeenschappelijke markt sinds het Verdrag van Maastricht van 1992. Hierin is vastgelegd dat de landen van de Europese Unie samen een interne markt gingen vormen. Momenteel bestaat de interne markt uit de 27 lidstaten van de Europese Unie plus IJsland, Liechtenstein en Noorwegen. Dit gebied wordt de Europese Economische Ruimte (EER) genoemd. Tussen de 30 landen in de EER zijn er geen economische binnengrenzen: de landen die lid zijn van de interne markt mogen bijvoorbeeld geen handelsbelemmeringen invoeren tegen andere landen die ook lid zijn van de interne markt. De economische buitengrens is gemeenschappelijk: de landen in de EER kunnen niet zelf beslissen over of zij handelsbelemmeringen willen instellen tegen landen van buiten de EER. Dat wordt op Europees niveau besloten.

Om de gemeenschappelijke markt te bevorderen, is een aantal landen binnen deze interne markt ook toegetreden tot de eurozone.

Welke vier vrijheden zijn er in de interne EU markt?

Welke vier vrijheden zijn er in de interne EU markt?

In de gemeenschappelijke markt van de EER bestaan vier vrijheden: het vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal. Goederen en diensten lijken op elkaar, maar zijn niet hetzelfde. Goederen zijn producten die stoffelijk zijn. Deze kun je dus aanraken. Dit kan bijvoorbeeld een stoel, een auto, melk, brood of olie zijn. Diensten zijn niet stoffelijk. Denk bijvoorbeeld aan een knipbeurt bij de kapper of een verzekering.

Vrij verkeer van goederen

Vrij verkeer van goederen

In de interne markt van de EU bestaat vrij verkeer van goederen. De verschillende leden van de interne markt mogen niet discrimineren tussen goederen uit hun eigen land en goederen uit een ander land dat lid is van de interne markt. Er zijn twee soorten handelsbelemmeringen die niet zijn toegestaan: tarifaire belemmeringen en non-tarifaire belemmeringen. Landen uit de gemeenschappelijke EU markt kunnen dus bijna geen protectionistische maatregelen nemen.

Tarifaire belemmeringen

Het is in de Europese interne markt niet toegestaan om in- en uitvoerrechten of heffingen toe te passen. Invoerrechten en heffingen zijn eigenlijk belastingen op import.

Stel je voor dat in zowel Nederland als Duitsland tomaten geproduceerd worden. In een bepaald seizoen kosten tomaten in Nederland € 1,50 per kilo en in Duitsland € 2,00 per kilo. Voor Duitse consumenten zou het dan goedkoper zijn om in Nederland tomaten te kopen: de tomaten zijn daar € 0,50 per kilo goedkoper. Als Duitse consumenten Nederlandse tomaten gaan kopen, is dit slecht voor de Duitse producenten van tomaten: hun afzet verdwijnt doordat de Duitse consumenten hun tomaten niet meer kopen. In dat geval zou het voor Duitsland aantrekkelijk kunnen zijn om een invoerheffing in te voeren op tomaten uit Nederland. Een invoerheffing is een belasting op import. Als Duitsland een invoerheffing op tomaten uit Nederland invoert, zou de prijs van Nederlandse tomaten in Duitsland kunnen stijgen van € 1,50 tot bijvoorbeeld € 2,10. De prijs van tomaten uit Duitsland stijgt niet: alleen de import wordt belast. In Duitsland worden Nederlandse tomaten zo duurder dan Duitse tomaten.

Dit is goed nieuws voor Duitse producenten van tomaten: zij gaan weer tomaten verkopen aan de Duitse consument. Ook voor de Duitse overheid kan dit goed nieuws zijn: zij ontvangt belasting over de Nederlandse tomaten die nog wel worden geïmporteerd. Voor de Duitse consument is deze invoerheffing slecht nieuws: de prijs van tomaten stijgt van € 1,50 voor Nederlandse tomaten tot € 2,00 voor Duitse tomaten. Eigenlijk ontstaat er zo oneerlijke concurrentie: de Nederlandse producenten van tomaten kunnen door de invoerheffing niet meer concurreren met Duitse producenten.

Om dit soort oneerlijke concurrentie door invoerheffingen tegen te gaan, zijn invoerheffingen in de Europese interne markt niet toegestaan. De verschillende landen in de interne markt mogen geen invoerheffingen heffen op goederen uit andere landen uit de interne markt.

Vrij verkeer van goederen en handelsbelemmeringen

Non-tarifaire belemmeringen

Non-tarifaire belemmeringen zijn handelsbeperkingen die niet bestaan uit invoerheffingen. Ook deze belemmeringen zijn in de Europese interne markt niet toegestaan. Een voorbeeld van een non-tarifaire handelsbelemmering is kwalitatieve beperkingen.

Bij kwalitatieve beperkingen stelt een land eisen aan het aantal producten dat geïmporteerd mag worden. Stel dat Nederland in een jaar 600 miljoen kilo tomaten naar Duitsland exporteert, en dat de Duitse regering besluit dat er het volgende jaar maar 300 miljoen kilo tomaten uit Nederland geïmporteerd mogen worden. Duitse consumenten zullen dan meer Duitse tomaten moeten kopen, voor een hogere prijs.

Tarifaire en non-tarifaire belemmeringen hebben hetzelfde doel: ervoor zorgen dat producten in eigen land en niet in het buitenland worden gekocht. Door producten uit het buitenland duurder of minder goed beschikbaar te maken, hebben producenten in eigen land minder last van concurrentie. Hierdoor kunnen zij hun producten gemakkelijker verkopen en meer afzet genereren.

Het nadeel hiervan is dat de prijs van producten stijgt: consumenten kopen door de handelsbelemmeringen niet meer goedkope producten uit het buitenland, maar duurdere producten uit eigen land. Door de oneerlijke concurrentie die ontstaat door handelsbelemmeringen kunnen producenten uit het buitenland niet meer concurreren met producenten uit eigen land.

Daarom zijn handelsbelemmeringen in de Europese interne markt niet toegestaan: een land mag niet discrimineren tussen een product uit eigen land en een product uit een ander land dat lid is van de interne markt. Doordat handelsbelemmeringen op de handel in goederen binnen de interne markt niet zijn toegestaan, ontstaat er in de interne markt vrij verkeer van goederen. Er zijn wel enkele uitzonderingen op het vrij verkeer van goederen. Dit gaat bijvoorbeeld om goederen die schadelijk zijn voor de veiligheid of de gezondheid, of om historisch of archeologisch erfgoed.

Vrij verkeer van diensten

Vrij verkeer van diensten

Net zoals het vrij verkeer van goederen, is er in de Europese interne markt ook een vrij verkeer van diensten. Dit betekent dat de leden van de interne markt dienstverleners uit andere landen van de interne markt niet mogen discrimineren.

Stel je voor dat een Nederlands advocatenbureau in België zijn diensten wil aanbieden. Dit advocatenbureau mag dan in België niet geweigerd worden omdat het buitenlands is. Dienstverleners hebben in de Europese interne markt vrijheid van vestiging: zij mogen zich vrijelijk vestigen in alle landen van de interne markt. Net zoals het vrij verkeer van goederen draagt het vrij verkeer van diensten bij aan eerlijke concurrentie in de interne markt: als er geen onderscheid mag worden gemaakt tussen de dienstverleners uit de verschillende landen, kunnen zij eerlijk concurreren.

Vrij verkeer van personen

Vrij verkeer van personen

Een derde vrijheid die in de Europese interne markt wordt geregeld, is het vrij verkeer van personen. Volgens deze vrijheid mogen werknemers uit de verschillende lidstaten van de Europese interne markt niet worden gediscrimineerd.

Een Nederlands bedrijf mag, omdat Nederland lid is van de gemeenschappelijke markt, geen werknemers uit andere lidstaten van de gemeenschappelijke markt weigeren op grond van hun nationaliteit. Ook kunnen Nederlandse werknemers zonder problemen in andere lidstaten van de gemeenschappelijke markt gaan werken. Net als bij het vrij verkeer van goederen en diensten zijn er wel enkele uitzonderingen op het vrij verkeer van personen. Zo geldt het vrij verkeer van werknemers bijvoorbeeld niet voor ambtenaren.

De vier vrijheden in de Europese gemeenschappelijke markt zijn vooral bedoeld om economische integratie te stimuleren. Met het vrij verkeer van personen wordt hier dus alleen het vrij verkeer van werknemers bedoeld, niet het reizen binnen de Europese Unie zonder grenscontroles. Vrij reizen voor niet-werknemers wordt in de Europese Unie geregeld door het Schengenverdrag, waardoor het Schengengebied ontstaat.

In het Schengenverdrag staat vastgelegd dat de verschillende leden van het Schengengebied geen grenscontroles zullen toepassen bij de onderlinge grenzen. Dit hoort niet bij het vrij verkeer van werknemers: dat gaat meer over de mogelijkheid van werknemers uit de verschillende landen uit de EEG om in de hele interne markt te werken, of ze daar nou wel of niet een grens voor moeten oversteken. Het Schengengebied is kleiner dan de EEG: Bulgarije, Cyprus, Kroatië en Roemenië zijn wel onderdeel van de EU, maar niet van het Schengenverdrag. Ook hebben Ierland en Denemarken een aparte overeenkomst met de EU over het Schengenverdrag.

Vrij verkeer van kapitaal

Vrij verkeer van kapitaal

De laatste vrijheid in de Europese interne markt is het vrij verkeer van kapitaal. Volgens het Europees recht moet kapitaal zich vrij kunnen bewegen door de Europese interne markt. Kapitaal kan geld zijn, maar ook waardepapieren zoals aandelen, obligaties en investeringen.

In de praktijk beweegt kapitaal zich niet heel vrij door de interne markt. In 2015 heeft de Europese Commissie daarom een plan voor een zogenaamde ‘kapitaalmarktenunie’ gelanceerd. Deze is nog niet volledig geïmplementeerd. Net zoals bij de andere vrijheden zijn er ook bij het vrij verkeer van kapitaal uitzonderingen mogelijk. Zo kan een land dat lid is van de interne markt bijvoorbeeld kapitaalstromen blokkeren als de orde en veiligheid in het geding zijn.

Hoe wordt er gehandeld tussen de Europese interne markt en de rest van de wereld?

Hoe handelt de interne EU markt met de rest van de wereld?

In de Europese interne markt zijn handelsbelemmeringen niet toegestaan. De verschillende landen in de interne markt mogen zo bijvoorbeeld geen importheffingen invoeren tegen andere landen in de interne markt. Hoewel dit gebrek aan handelsbelemmeringen ertoe leidt dat er in de interne markt vrijer gehandeld kan worden, heeft het wel tot gevolg dat de verschillende landen van de interne markt de mogelijkheid verliezen om zelf hun importheffingen te bepalen tegenover zogenaamde derde landen, landen buiten de interne markt. In plaats hiervan worden importheffingen tegenover derde landen op Europees niveau besloten en moeten alle landen in de interne markt dezelfde importheffingen heffen tegenover derde landen.

Stel je voor dat een auto uit de Verenigde Staten € 10.000 kost, en dat de verschillende landen in de interne markt verschillende importheffingen invoeren op auto’s uit de Verenigde Staten. Nederland zou zo bijvoorbeeld een importheffing van 10% in kunnen voeren, terwijl Duitsland een importheffing van 20% invoert. In Nederland moet dan een importheffing van € 10.000 × 10% = € 1.000 betaald worden, waardoor de auto € 10.000 + € 1.000 = € 11.000 gaat kosten. In Duitsland gaat dezelfde auto € 10.000 × 120% = € 12.000 kosten. Doordat Nederland en Duitsland verschillende importheffingen hebben, krijgt dezelfde geïmporteerde auto dus een andere prijs in de twee landen. Voor Duitsers zou het zo niet aantrekkelijk zijn om in Duitsland een auto te kopen: zij kunnen dezelfde auto goedkoper in Nederland kopen. Omdat Nederland en Duitsland lid zijn van de interne markt, zouden Duitsers deze auto zonder invoerrechten te betalen uit Nederland kunnen importeren.

Als alle landen in de interne markt verschillende invoerheffingen zouden heffen, zouden goederen van buiten de interne markt via het land met de laagste invoerheffingen geïmporteerd worden, om vervolgens doorgevoerd te worden naar het land van bestemming. Om deze situatie te voorkomen worden invoerrechten voor derde landen op Europees niveau vastgelegd. Op deze manier blijft het vrij verkeer van goederen mogelijk.

Op dezelfde manier worden ook de regels tegenover derde landen voor het verkeer van diensten, personen en kapitaal op Europees niveau bepaald. Als dit niet zou gebeuren, zouden bijvoorbeeld aanbieders van diensten en werknemers via het land in de interne markt met de minste belemmeringen binnenkomen, om vervolgens naar andere landen in de interne markt te gaan.

Echter, als landen samen een interne markt met vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal willen vormen, moeten zij dus gezamenlijk de economische buitengrenzen voor deze productiefactoren vastleggen en allemaal dezelfde handelsbelemmeringen hanteren.

Video

Wil je meer weten over de gemeenschappelijke EU markt? Bekijk dan onderstaande uitlegvideo!

Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren
Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren

Ontvang exclusieve tips in het examenjaar

Graag helpen we jou in het examenjaar richting je diploma!
Zit jij in je examenjaar en wil jij slagen? Schrijf je dan in voor:

Exclusieve tips
De geheimen van het eindexamen
Een template voor jouw leerplanning
Dat extra zetje in de rug

Ik ben