Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
Digitaal te lezen in de app
40.000+ leerlingen gingen je voor

Klimaten

We weten allemaal dat er verschillende klimaten zijn op aarde. Het klimaat is van plek tot plek anders en daar zijn redenen voor. Het creëren van een duidelijk overzicht van klimaten op aarde is daarom lastig. Toch heeft iemand hiervoor een oplossing bedacht! In dit artikel lees je meer over de verschillende klimaten, klimaatfactoren en het classificatiesysteem van Köppen.

Verschillende klimaten op aarde

Wat is het klimaat?

Wat is het klimaat?

Het klimaat is het weer gemeten op een plek over een langere periode van tenminste 30 jaar. Je kunt het klimaat dus zien als het gemiddelde weer over een langere periode. Het klimaat kan per plek op de aarde verschillen.

De figuur hieronder geeft je een globaal beeld van hoe de klimaatzones in de wereld zijn verdeeld:

Wereldwijde klimaatzones

Wat is het Köppen-systeem?

Wat is het Köppen-systeem?

Het Köppen-systeem is een methode om de verschillende klimaten op aarde in te delen op basis van letters. De Russisch-Duitse Wladimir Köppen heeft begin 20e eeuw een systeem bedacht waarmee hij de verschillende klimaten aan de hand van vaste criteria kon indelen (classificeren) met behulp van (meestal) twee letters. Soms worden er drie of zelfs vier letters gebruikt. De criteria die voor de indeling worden gebruikt zijn de twee hoofdonderdelen van elk klimaat: temperatuur en neerslag.

De verschillende klimaten in het Köppen-systeem worden ingedeeld in de volgende categorieën: tropisch, droog (aride), zeeklimaat (maritiem), landklimaat (continentaal) en koud klimaat.

Hieronder zie je de indeling van alle mogelijke klimaten op basis van deze letters.

1e letter

  • Deze letter wordt bepaald op basis van minimale of maximale temperatuur in de koudste of warmste maand van het jaar. Alleen het B-klimaat wordt bepaald op basis van neerslag.
  • De 1e letter kan een A, B, C, D of E zijn en geeft het hoofdklimaat weer.
    • A: tropisch. De warmste maand is gemiddeld minimaal 18°C.
    • B: droog (aride). Hier groeien geen bomen en rivierbeddingen liggen minstens een deel van het jaar droog.
    • C: zeeklimaat (maritiem). De koudste maand is gemiddeld minstens 3°C en hooguit 18°C. De warmste maand is gemiddeld minstens 10°C.
    • D: landklimaat (continentaal). De koudste maand is gemiddeld hooguit -3°C. De warmste maand is gemiddeld minstens 10°C.
    • E: koud klimaat. De gemiddelde maandtemperatuur is hooguit 10°C.

2e letter (klein)

  • Deze letter wordt bepaald op basis van de neerslagverdeling.
  • Deze kleine 2e letter komt alleen voor bij A-, C- en D-klimaten.
  • Een kleine 2e letter kan een s, w, f of zijn.
    • s: sommertrocken = droge zomer
    • w: wintertrocken = droge winter
    • f: fehlt = gehele jaar neerslag
    • m: moessonklimaat = bepaald door de ITCZ-ligging. Komt alleen voor bij A-klimaten.

2e letter (groot)

  • Deze letter wordt bepaald op basis van neerslag en/of temperatuur.
  • Deze kleine 2e letter komt alleen voor bij B- en E-klimaten.
  • Een grote 2e letter kan bij B-klimaten een S of W zijn. Bij E-klimaten kan een grote 2e letter een T, F of zijn.
    • BS: steppe (semi-aride). Jaarlijks tussen de 250 en 400 mm neerslag.
    • BW: woestijn (aride). Jaarlijks minder dan 250 mm neerslag.
    • ET: toendra. De warmste maand is tussen de 0°C en 10°C.
    • EF: ijskap. De gemiddelde temperatuur ligt het hele jaar onder 0°C.
    • EH: hooggebergte. Het gebied ligt op een lagere breedte dan 70 graden.

3e letter (klein)

  • Deze letter wordt bepaald door temperatuurverschillen.
  • Deze letter komt alleen voor bij C- en D-klimaten.
  • Een kleine 3e letter kan een a, b, c of zijn.
    • a: warm. De warmste maand heeft een gemiddelde temperatuur van minstens 22°C.
    • b: gematigd. De warmste maand heeft een gemiddelde temperatuur van hooguit 22°C.
    • c: koel. De gemiddelde temperatuur is hooguit 4 maanden per jaar hoger dan 10°C.
    • d: koud. De koudste maand heeft een gemiddelde temperatuur van hooguit -38°C.

4e letter (klein)

  • Deze letter wordt bepaald door temperatuurverschillen.
  • Deze letter komt alleen voor bij B-klimaten.
  • Een kleine 4e letter kan een h of zijn.
    • h: warm. De gemiddelde jaartemperatuur is minstens 18°C.
    • k: koud. De gemiddelde jaartemperatuur is hooguit 18°C.

Hieronder zie je de mogelijke klimaten die we volgens het Köppen-systeem kunnen onderscheiden. Deze zijn ingedeeld per hoofdklimaat: tropisch, droog, zee, land en koud.

Tropische klimaten (A)

Tropisch klimaat

  • Af: tropisch regenwoudklimaat
  • Am: moessonklimaat
  • Aw/As: tropisch savanneklimaat

Droge (aride) klimaten (B)

Droog klimaat
  • BS: steppeklimaat
  • BW: woestijnklimaat
  • BSh: warm steppeklimaat
  • BSk: koud steppeklimaat
  • BWh: warm woestijnklimaat
  • BWk: koud woestijnklimaat
  • BShs: warm steppeklimaat, droog seizoen in de zomer
  • BSkw: koud steppeklimaat, droog seizoen in de winter
  • BWhs: warm woestijnklimaat, droog seizoen in de zomer
  • BWkw: koud woestijnklimaat, droog seizoen in de winter

Zeeklimaten (maritiem) (C)

Zeeklimaat
  • Cf: zeeklimaat
  • Cs: Mediterraan klimaat
  • Cw: Chinaklimaat
  • Cfa: warm zeeklimaat
  • Cfb: gematigd zeeklimaat
  • Cfc: koel zeeklimaat
  • Csa: warm Mediterraan klimaat
  • Csb: gematigd Mediterraan klimaat
  • Cwa: warm Chinaklimaat
  • Cwb: gematigd Chinaklimaat

Landklimaten (continentaal) (D)

Landklimaat
  • Df: landklimaat, hele jaar neerslag
  • Ds: landklimaat, droge zomer
  • Dw: landklimaat, droge winter
  • Dfa: warm landklimaat, hele jaar neerslag
  • Dfb: gematigd landklimaat, hele jaar neerslag
  • Dfc: koel landklimaat, hele jaar neerslag (subarctisch klimaat)
  • Dfd: koud landklimaat, hele jaar neerslag (subarctisch klimaat)
  • Dwa: warm landklimaat, droge winters
  • Dwb: gematigd landklimaat, droge winters
  • Dwc: koel landklimaat, droge winters (subarctisch klimaat)
  • Dwd: koud landklimaat, droge winters (subarctisch klimaat)
  • Dsa: warm landklimaat, droge zomers (Mediterraan landklimaat)
  • Dsb: gematigd landklimaat, droge zomers (Mediterraan landklimaat)
  • Dsc: koel landklimaat, droge zomers
  • Dsd: koud landklimaat, droge zomers

Koude klimaten (E)

Koud klimaat
  • ET: toendraklimaat
  • EF: sneeuwklimaat/ijsklimaat
  • EH: hooggebergteklimaat

Video

Wil je meer weten over het klimaatsysteem van Köppen? Check dan onderstaande uitlegvideo van Aardrijkskunde Kennisclips!

Wat zijn klimaatfactoren?

Wat zijn klimaatfactoren?

Klimaatfactoren zijn factoren op basis waarvan een klimaat wordt bepaald. Vervolgens kun je daarmee klimaatgebieden verklaren. Hieronder bespreken we een aantal klimaatfactoren.

Breedteligging

Breedteligging heeft maken met hoe ver een gebied van de evenaar af ligt.

Over het algemeen geldt: hoe verder een plek van de evenaar af ligt, hoe kouder de klimaten zullen worden. Een algemene regel is hoe hoger de breedtegraad, hoe kouder het wordt. De allerlaagste breedte is 0 graden. Deze vind je op de evenaar. De allerhoogste breedtegraad is 90 graden. Deze vind je op de noordpool en zuidpool. 

Hoogteligging

Hoogteligging verwijst simpelweg naar het hoogteniveau van een bepaald gebied.

Misschien heb je wel eens gemerkt dat het bovenop een berg kouder is dan beneden onderaan de berg. Dit komt doordat hoe hoger je komt, hoe kouder het wordt. Het wordt gemiddeld 6 graden kouder, naarmate je 1000 meter de hoogte in gaat. Zo kun je ook in gebieden op lage breedte alsnog sneeuw op de toppen van de bergen zien liggen.

Daarbij houdt een gebergte ook nog eens wind tegen en zal deze wind omhoog worden gestuwd. Aangezien deze lucht zal afkoelen, zal het condenseren en neervallen als neerslag aan deze zijde van het gebergte (stuwingsneerslag). Als de lucht eenmaal de top van het gebergte heeft bereikt, dan zal dit minder vocht bevatten en dus zal er minder neerslag aan de andere kant van de berg vallen, en de inmiddels afgekoelde lucht is zwaar en zal dalen en dus opwarmen. Warme lucht kan meer vocht bevatten voordat er condensatie plaatsvindt.

Het gevolg hiervan is dat er een klimaat kan ontstaan met aan de ene kant een natter klimaat dan aan de andere kant van de berg. De kant waar de wind tegen de berg aanbotst, noemen we de loefzijde en de kant waar minder neerslag valt de lijzijde. Op deze manier zorgt reliëf vaak voor een klimaatscheiding.

Overheersende windrichting

De overheersende windrichting kan aflandig of aanlandig zijn.

De richting die de wind overwegend opwaait kan bepalend zijn voor het klimaat. New York ligt op ongeveer dezelfde breedte als Amsterdam. Toch zijn de klimaten erg verschillend. New York heeft namelijk te maken met overheersend aflandige wind (van het land af), terwijl Amsterdam voornamelijk heeft te maken met aanlandige wind (vanaf de zee richting het land).

De manier waarop dit bepalend is voor de temperatuur en de neerslag heeft te maken met waaruit het oppervlak bestaat. Dit oppervlakte kan namelijk uit land of water bestaan. Zo zal er bijvoorbeeld meer neerslag vallen in gebieden met aanlandige wind dan in gebieden met aflandige wind.

Gesteldheid van het oppervlak

De gesteldheid van het oppervlak betekent dat er wordt gekeken naar de verhouding tussen waterlichaam en landmassa die aanwezig is in een gebied. Hoe meer water aanwezig in een gebied, hoe vochtiger de lucht zal zijn, en dus zal er mogelijk meer neerslag zijn. Daarbij is het ook zo dat gebieden die aan zee liggen een minder heftig verschil hebben in de temperatuur tussen de winter en de zomerperiode.

Water warmt langzaam op en koelt langzaam af, in tegenstelling tot land. Het gevolg is dat in Nederland de zee richting de zomer aan het opwarmen is, en richting de winter weer zal afkoelen. De zee heeft in Nederland bijvoorbeeld nog relatief veel warmte richting onze winterperiode en daarom zal het zorgen voor een relatief warme en vochtige aanlandige wind. Hierdoor zijn onze winters niet heel koud, maar wel nat.

Tegelijkertijd zorgt de zee in de zomer voor koelere temperaturen. Wij hebben zodoende een C-klimaat. De aflandige wind in New York zorgt juist voor grote verschillen tussen zomer en winter, waardoor je bijna kunt spreken van een D-klimaat. Het gebrek aan landmassa op het zuidelijk halfrond zorgt er overigens voor dat landklimaten daar nauwelijks voorkomen. De invloed van de zee is hier op de meeste plekken aanwezig.

Wat is de impact van klimaatverandering?

Wat is de impact van klimaatverandering op klimaatgebieden?

De ligging van klimaatgebieden kan wijzigen door klimaatverandering.

Zo zou een klimaatkaart op basis van het Köppen-systeem er in de laatste ijstijd heel anders hebben uitgezien. De klimaatontwikkeling wordt overal ter wereld continu gemeten. Met de huidige opwarming zal de oppervlakte met een E-klimaat waarschijnlijk afnemen. Aan de andere kant zullen B-klimaten waarschijnlijk vaker voorkomen, doordat hogere temperaturen gaan zorgen voor meer verdamping, zoals rond de Middellandse Zee.

Dit houdt in dat ook landschapszones anders kunnen komen te liggen, als het klimaat verandert. Op hoge breedte, waar nu toendra ligt, is het te koud voor bomen om te overleven. Als deze delen op aarde warmer worden, dan kan het voorkomen dat de taiga (naaldwoud) naar hogere breedte uitbreidt. De bomen zullen immers niet meer doodvriezen. 

Wat is dan de toekomst van het Köppen-systeem? Kunnen we de huidige classificatie oneindig blijven gebruiken, of verandert onze mening over de bruikbaarheid van de criteria? We gaan het zien!

Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren
Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren

Ontvang exclusieve tips in het examenjaar

Graag helpen we jou in het examenjaar richting je diploma!
Zit jij in je examenjaar en wil jij slagen? Schrijf je dan in voor:

Exclusieve tips
De geheimen van het eindexamen
Een template voor jouw leerplanning
Dat extra zetje in de rug

Ik ben