Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
Digitaal te lezen in de app
40.000+ leerlingen gingen je voor

Significantie in statistiek

Laten we zeggen dat je samen met een vriend een weddenschap aangaat. Je beweert daarbij dat mensen uit 5 havo langer zijn dan mensen uit 5 vwo, waarna je vriend beweert dat dat niet zo is omdat Siem uit 5 vwo 1.95m is en Aaron uit 5 havo 1.74m. Natuurlijk kun je op basis van de lengtes van Siem en Aaron niet zeggen dat mensen uit 5 vwo langer zijn. Hoe je met meer zekerheid kunt zeggen dat een bepaalde stelling waar of onwaar is, doe je aan de hand van significatieniveaus. In dit artikel leggen we alles uit dat jij moeten weten over significantie in de statistiek!

Wat is significantie in de statistiek?

Significantie in de statistiek laat zien of je een bepaalde hypothese wel of niet kan aannemen met een bepaalde zekerheid. Een hypothese is een onbewezen stelling die je wil onderzoeken. Uiteindelijk wil je kunnen zeggen of deze stelling bewezen is of niet. Hierbij werk je met twee hypothesen: de nulhypothese (H0) en de alternatieve hypothese (H1). Je zegt dat de nulhypothese (H0) aannemelijk is

Het lukt in de praktijk nooit om met 100% zekerheid te zeggen dat iets bewezen is. Daarom werken we vaak met significantieniveaus van 1%, 5% of 10%. Hiermee kun je dus respectievelijk 99%, 95% of 90% zekerheid zeggen dat een bepaalde hypothese bewezen is. De gegevens waarmee je werkt zijn meestal twee verschillende set aan gegevens. Denk hierbij aan de lengtes van mensen uit 5 havo klas en lengtes van mensen uit de 5 vwo klas. Deze gegevens ga je vervolgens met elkaar vergelijken.

Voorbeeld

Stel, je onderzoekt het shopgedrag van mannen enerzijds en vrouwen anderszijds. De nulhypothese (H0) zal dan luiden dat deze sets niet statistisch van elkaar zullen verschillen en dus mannen en vrouwen evenveel shoppen. Echter, het doel van de meeste onderzoeken die worden uitgevoerd, is om de nulhypothese (H0) te verwerpen. Als onderzoeker hoop je dat er wél een verschil is tussen de twee vergeleken datasets en ze niet aan elkaar gelijk zijn. In ons voorbeeld zou het dus gaan om een effect van het geslacht op het shopgedrag. De hypothese die er wél van uit gaat dat er een verschil zit tussen de datasets, wordt de alternatieve hypothese (H1) genoemd. Hier zou de alternatieve hypothese bijvoorbeeld kunnen luiden dat vrouwen meer shoppen dan mannen.

Hoe toets je hypothesen met een betrouwbaarheidsinterval?

In de praktijk acht men de nulhypothese (H0) aannemelijk, totdat er zeer sterke aanwijzingen zijn dat de alternatieve hypothese (H1) waarschijnlijker is. Dit kan worden nagegaan met behulp van het betrouwbaarheidsinterval (BI) en de populatiewaarde. De populatiewaarde kan bijvoorbeeld het gemiddelde bedrag zijn waarvoor mannen per maand shoppen of de gemiddelde lengte van de mensen uit 5 havo.

Als de populatiewaarde uit de nulhypothese (H0) NIET in het betrouwbaarheidsinterval voorkomt, dan verwerp je de nulhypothese (H0). Je zegt dan dus eigenlijk dat de nulhypothese (H0) niet aannemelijk is.

Aangezien je natuurlijk de nulhypothese (H0) pas wil verwerpen als dat statistisch gezien overduidelijk is, kies je dus altijd een betrouwbaarheidsinterval (BI) van minstens 90%. Vaak is dit 90%, 95% of 99%. Als er dus om een significantieniveau van 5% gevraagd wordt, gebruik je dus een 95%-betrouwbaarheidsinterval. Echter, een betrouwbaarheidsinterval wordt in de praktijk bijna niet gebruikt om hypothesen te testen. In plaats daarvan wordt vaker gebruik gemaakt van een significantieniveau (α). 

Hoe toets je hypothesen met een significantieniveau?

Bij een significantieniveau (α) ontstaat een zogenaamd verwerpingsgebied. Veelgebruikte significantieniveaus zijn 1%, 5% en 10%.

In het verwerpingsgebied wordt de nulhypothese (H0) verworpen als de steekproefuitkomst zich in dat gebied bevindt. 

In dat geval is het te onwaarschijnlijk dat de steekproefuitkomst afkomstig is uit de steekproevenverdeling met als gemiddelde de waarde uit de nulhypothese.

Let op dat het voor de uitkomst niet uitmaakt welke methode je gebruikt. De methode van de betrouwbaarheidsintervallen als de methode van significantieniveaus leveren namelijk allebei hetzelfde resultaat op, want het significantieniveau (α) = 100% - het betrouwbaarheidsniveau.

Om te bepalen of de steekproefuitkomst onwaarschijnlijk genoeg is onder de nulhypothese (H0), moet de overschrijdingskans (notatie: p) worden berekend. Deze p kan enkelzijdig of dubbelzijdig zijn.

  • Als de enkelzijdige overschrijdingskans kleiner of gelijk is aan het significantieniveau, dan wordt de nulhypothese verworpen en wordt de gerichte alternatieve hypothese (H1) aanvaard.
  • Als de dubbelzijdige overschrijdingskans kleiner of gelijk is aan het significantieniveau, dan wordt de nulhypothese verworpen en wordt de ongerichte alternatieve hypothese (H1) aanvaard.

Om p te bepalen, moet worden uitgerekend hoeveel standaardfouten het steekproefgemiddelde H1 verwijderd ligt van het steekproefgemiddelde H0.

Daarmee is te bepalen wat het relatieve aandeel is van de steekproefgemiddelden die groter of gelijk zijn aan H1. Er wordt dan ook wel gezegd dat de gevonden steekproefuitkomst bij H1 significant groter is dan de steekproefuitkomst bij H0.

Het significantieniveau (alfa/ α) geeft ook op voorhand aan hoe groot de kans is dat men onterecht de nulhypothese H0 verwerpt. Deze kans staat bekend als ‘type 1 fout’.

Als in de populatie de alternatieve hypothese waar is, maar vanwege een ongelukkige steekproef de de nulhypothese H0 (onterecht) niet verworpen wordt, dan wordt dat een fout van de tweede soort genoemd (bèta / ß).

4 opmerkingen die dienen worden gemaakt van praktische aard:

  1. Er dient bij gerichte hypothesen eerst te worden gecontroleerd of de steekproefuitkomst inderdaad in de verwachte richting afwijkt van de populatiewaarde onder de nulhypothese H0.
    Als dat niet het geval is dan kan de steekproefuitkomst nooit in het (enkelzijdige) verwerpingsgebied liggen en dat leidt per definitie tot het niet aanvaarden van de gerichte alternatieve hypothese.
  2. Vrijwel in alle gevallen hebben de makers van SPSS ervoor gekozen om de dubbelzijdige overschrijdingskans te vermelden in de tabellen.
    Voor de veel vaker voorkomende situatie dat de alternatieve hypothese gericht is, moet de overschrijdingskans gedeeld worden door twee.
  3. Het niet verwerpen van de nulhypothese H0 (bij p > alfa) betekent niet dat de nulhypothese H0 aanvaard wordt. Het is namelijk zeer moeilijk om voldoende aannemelijk te maken dat iets exact nul is in de populatie. Dit heeft onder andere te maken met de hoogte van het significantieniveau.
    Stel men kiest alfa heel klein, dan wordt de toetsing zo streng dat nulhypothese H0 vrijwel nooit verworpen zal worden. Dit betekent echter niet dat de nulhypothese H0 daardoor aannemelijk is geworden.
  4. Het aanvaarden van de alternatieve hypothese H1 betekent niet gelijk dat deze waar is. Dit komt omdat men met een steekproef werkt i.p.v. met de gehele populatie. Er kan wel gezegd worden dat de alternatieve hypothese H1 veel waarschijnlijker is dan de nulhypothese H0, met uiteraard het (kleine) risico dat men ernaast zit  (type 1 fout).

Al met al, binnen de statistiek betekent significantie dat de bevindingen (waarschijnlijk) niet op toeval waren gebaseerd. Bij het testen van significantie beginnen we met de nulhypothese (H0) op te stellen. Deze stelt dat het gevonden verband of het gevonden verschil op toeval berust, met andere woorden, er is eigenlijk geen verband of verschil. De nulhypothese (H0) kan worden getoetst door statistische toetsing. Als de gevonden waarde significant verschilt van de verwachte waarde onder de nulhypothese, kunnen we de nulhypothese verwerpen. De nauwkeurigheid van statistisch significante resultaten worden doorgaans weergegeven door de p-waarde. De limiet van statistische significantie wordt meestal gesteld op p = 0,05, maar het kan ook voorkomen dat er andere p-waardes worden gekozen. Let hierop.

Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren
Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren

Ontvang exclusieve tips in het examenjaar

Graag helpen we jou in het examenjaar richting je diploma!
Zit jij in je examenjaar en wil jij slagen? Schrijf je dan in voor:

Exclusieve tips
De geheimen van het eindexamen
Een template voor jouw leerplanning
Dat extra zetje in de rug

Ik ben