Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
Digitaal te lezen in de app
40.000+ leerlingen gingen je voor

Functiewoorden

Functiewoorden zijn ontzettend handig voor het verduidelijken van de structuur van een tekst. Hoe dat precies in zijn werk gaat, lees je in dit artikel!

Functiewoorden

Wat zijn functiewoorden?

Wat zijn functiewoorden?

Functiewoorden kun je koppelen aan een stukje tekst. Zo'n stukje tekst is een tekstgedeelte dat binnen een tekst een bepaalde functie vervult. Een tekstgedeelte kan een alinea zijn, maar ook een stukje van een alinea of juist meerdere alinea's. Functiewoorden staan dus niet letterlijk in een tekst.

Voorbeeld

Stel je voor: je leest een betoog. In de inleiding geeft de schrijver zijn mening over gamende jongeren. Hij zegt: ''Jongeren gamen tegenwoordig veel te veel!'' Bij deze alinea past dan het functiewoord 'stelling' of 'standpunt'. Verderop in dit betoog wordt een onderbouwing gegeven van deze stelling. De schrijver zegt hier: 'Gamen heeft een slechte invloed op de slaap van de jeugd.' Aan de alinea waar dit wordt verteld, kun je het functiewoord 'argument' koppelen. Als in de volgende alinea dit argument verder wordt uitgewerkt, past daar het functiewoord 'uitwerking' bij. In het slot herhaalt deze schrijver nogmaals zijn stelling en zijn argumenten daarbij. Hier past dan het functiewoord 'samenvatting' bij.

Hoe beantwoord je een vraag over functiewoorden op het examen?

Hoe beantwoord je een vraag over functiewoorden op het examen?

Als er op een examen (of leestoets) wordt gevraagd naar de functie van een tekstgedeelte, dan kun je ervan uitgaan dat het een meerkeuzevraag is. Je moet dan dus kiezen tussen een aantal gegeven functiewoorden. Er zijn namelijk misschien wel honderd functiewoorden in de Nederlandse taal.

Hoe beantwoord je nu zo'n vraag over de functie van een tekstgedeelte? Allereerst onderstreep je de belangrijkste zin van het tekstgedeelte waar de vraag over gaat. Onderstreep ook signaalwoorden. Kijk daarnaast niet alleen naar het gevraagde tekstgedeelte, maar ook naar de alinea ervoor en de alinea erna. Soms kan een alinea een uitwerking zijn van een alinea ervoor en dit kun je alleen zien als je ook de alinea ervoor gelezen hebt. Bedenk eerst zelf wat de functie van de alinea is en kijk vervolgens of deze functie inderdaad tussen de antwoordmogelijkheden staat. Is dit niet het geval? Kijk dan welk functiewoord er het dichtst bij in de buurt komt.

Wat zijn voorbeelden van functiewoorden?

Wat zijn voorbeelden van functiewoorden?

Hieronder geven we een overzicht en een uitleg van een aantal veelvoorkomende functiewoorden.

Aanbeveling
Staat vaak aan het eind van een tekst; de schrijver geeft een advies aan de lezer.

Aanleiding
De reden van de schrijver om de tekst te schrijven.

Anekdote
Een persoonlijk of grappig verhaaltje, vaak in de inleiding.

Argument
De schrijver geeft een onderbouwing van zijn mening (standpunt of stelling).

Beoordeling
De schrijver geeft een oordeel over een onderwerp of situatie.

Bewijsvoering
Er wordt een onderbouwing met feiten gegeven om de juistheid van een stelling aan te tonen.

Conclusie
Staat in het slot van een tekst, de schrijver concludeert iets op grond van de inhoud van de rest van de tekst.

Constatering
De schrijver ziet iets/merkt iets op.

Doelstelling
De schrijver geeft aan wat hij wil bereiken met zijn tekst.

Gevolg(en)
De schrijver noemt de gevolgen van een situatie of verschijnsel.

Hypothese
De schrijver spreekt zijn verwachting uit, maar deze verwachting moet nog bewezen worden.

Nuancering
De schrijver zwakt een genoemd standpunt af, door meerdere (andere) kanten van een zaak te belichten.

Oorzaak
Er wordt aangegeven waardoor iets is geworden zoals het is.

Oplossing
Als er een probleem in de tekst wordt genoemd, wordt er verderop vaak een oplossing gegeven.

Opsomming
Er wordt een reeks van voorbeelden/onderwerpen/onderdelen/verklaringen, etc. gegeven.

Probleemstelling
De schrijver noemt een probleem.

Samenvatting
Aan het eind van een tekst of tekstgedeelte wordt nogmaals het belangrijkste herhaald.

Standpunt/Stelling
De mening van de schrijver wordt gegeven.

Tegenargument
De schrijver ontkracht een eerder genoemd standpunt.

Toekomstverwachting
De schrijver vertelt over een volgens hem mogelijke ontwikkeling.

Toelichting
De schrijver geeft een uitleg om iets wat eerder genoemd is te verduidelijken.

Uitwerking
De schrijver bespreekt iets wat eerder genoemd is nu uitgebreider en in detail.

Vergelijking
Er worden twee of meer zaken/situaties met elkaar vergeleken.

Voorbeeld
De schrijver verduidelijkt iets door een concreet geval uit de praktijk (een voorbeeld) te noemen.

Vraagstelling
Staat meestal in de inleiding; de schrijver stelt een vraag die hij verderop zal beantwoorden.

Weerlegging
Er wordt een uitspraak gedaan waarmee een argument teniet wordt gedaan/ontkracht wordt.

Video

Wil je meer uitleg over functiewoorden? Bekijk dan deze video van Arnoud Kuijpers:

Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren
Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren

Ontvang exclusieve tips in het examenjaar

Graag helpen we jou in het examenjaar richting je diploma!
Zit jij in je examenjaar en wil jij slagen? Schrijf je dan in voor:

Exclusieve tips
De geheimen van het eindexamen
Een template voor jouw leerplanning
Dat extra zetje in de rug

Ik ben