Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
Digitaal te lezen in de app
40.000+ leerlingen gingen je voor

Examen Bedrijfseconomie HAVO 2020

Direct naar onze producten
View as Grid List

1 Item

per pagina
Set Descending Direction
View as Grid List

1 Item

per pagina
Set Descending Direction
Binnen 2 werkdagen in huis
Direct te lezen in de app
Veilig betalen
40.000+ leerlingen gingen je voor

Begrijp jij hoe organisaties hun activiteiten financieren? En snap jij hoe een jaarrekening in elkaar steekt? Met andere woorden: ben jij al klaar voor het eindexamen Bedrijfseconomie? Op deze pagina kun je alles lezen over het Bedrijfseconomie eindexamen HAVO.

De examenstof

Het eindexamen Bedrijfseconomie HAVO 2020 bestaat uit een aantal onderdelen, namelijk:

1. Van persoon naar rechtspersoon

In je leven kom je voor belangrijke financiële keuzes te staan. Deze kunnen een grote impact hebben op jouw toekomst. Denk aan opleiding, verzekeren, sparen, lenen of beleggen. Op het examen moet je weten wat deze keuzes inhouden en wat de financiële gevolgen ervan zijn. Daarnaast moet je verschillende vormen van een hypothecaire lening kennen. Belangrijk is te weten hoe aflossing en rente zich bij de verschillende hypotheekvormen tot elkaar verhouden. Ook moet je de verschillende samenlevingsvormen kennen en weten wat de financiële en wettelijke gevolgen zijn van schenken en erven.

Daarnaast gaat dit onderdeel over rechtsvormen. Je dient alle rechtsvormen zoals eenmanszaak, stichting of BV te kennen. Belangrijk is ook te snappen hoe de aansprakelijkheid en het eigendom bij de verschillende rechtsvormen is geregeld. Afhankelijk van de rechtsvorm is tussenkomst van een notaris soms noodzakelijk. Ook gelden er andere belastingregels. In sommige vormen dient het bestuur verder verantwoording af te leggen aan leden of aandeelhouders. Zorg dat je per rechtsvorm weet hoe dit werkt. Ten slotte moet je de plaats van organisaties in onze maatschappij kunnen beschrijven.

2. Interne organisatie en personeelsbeleid

Organisaties nemen personeel aan en hebben daar meestal een personeelsbeleid voor. Vaak ligt de verantwoordelijkheid hiervan bij de HR-afdeling, ook wel bekend als personeelszaken. HR houdt zich zoal bezig met het aannemen van medewerkers, ontslag, ontwikkeling van het personeel en arbeidsvoorwaarden. Op het examen moet je weten welke vormen van individuele arbeidsovereenkomsten er zijn. Zo moet je bijvoorbeeld weten wat het verschil is tussen een contract voor bepaalde tijd, onbepaalde tijd, op oproepbasis of een nul-urencontract. Ook moet je weten wat het verschil is tussen een individuele arbeidsovereenkomst en een collectieve arbeidsovereenkomst.

3. Investeren en financieren

Particulieren en organisaties kunnen op verschillende manieren geld aantrekken. Zorg dat je het verschil kent tussen de geldmarkt en kapitaalmarkt. Aan de vraagzijde en aanbodzijde van de vermogensmarkt staan verschillende spelers. Ieder met een eigen belang. Bedrijven kunnen ook naar de beurs om geld aan te trekken. Zorg dat je weet hoe de beurs werkt, wat dividend is en hoe een beursgang werkt. Zorg daarnaast dat je weet welke financiële toezichthouders er in Nederland zijn.

Je moet verschillende vormen van vreemd vermogen op lange termijn kennen. Zo moet je weten wat het verschil is tussen aandelen en obligaties, maar ook tussen een onderhandse lening en een obligatielening. Daarnaast moet je verschillende vormen van kort vreemd vermogen kennen. Denk bijvoorbeeld aan leverancierskrediet en afnemerskrediet. Bij de eerste vorm krijg je uitstel van het betalen van de rekening. Bij de andere vorm betaal je vooraf. Kort krediet kan ook worden verkregen via de rekening-courant. Dit noemen we in de volksmond ook wel ‘rood staan’.

4. Marketing

Marketing omvat alles wat een bedrijf doet om de verkoop van haar producten of diensten te verhogen. Op het examen moet je het marketingbeleid van organisaties kunnen beschrijven. Dit wil zeggen dat je bijvoorbeeld moet weten wat de 4 P's zijn en op welke manier organisaties invulling kunnen geven aan het productbeleid, prijsbeleid, plaatsbeleid en promotiebeleid.

5. Financieel beleid

Zowel financiële informatie als niet-financiële informatie zijn van belang om een onderneming te kunnen besturen. Op het examen moet je onder andere weten wat het verschil is tussen voorraadgrootheden en stroomgrootheden en hoe afschrijvingen werken. Je moet weten wat het verschil is tussen constante kosten en variabele kosten en hoe btw werkt. Ook moet je weten wat het verschil is tussen het kasstelsel en het periodetoerekeningsstelsel.

6. Verslaggeving

Je moet weten wat het verschil is tussen interne en externe verslaggeving. De extern gepubliceerde jaarrekening dient te worden gecontroleerd door externe accountants. Deze geven ten slotte een controleverklaring op het jaarverslag, waarmee wordt aangegeven dat het jaarverslag betrouwbaar is.

Verslaggeving door commerciële organisaties kent ten minste een balans. Zorg dat je de posten op de balans en het verschil tussen debet en credit kent. Onderdelen zijn onder andere (im)materiële vaste activa, financiële activa, voorraad, passiva, voorzieningen, kort- en langlopende schulden. Daarnaast moet je weten wat een winst- en verliesrekening is. Om de liquiditeit van een bedrijf te kunnen meten moet je de current ratio, quick ratio, solvabiliteit, debt ratio, rentabiliteit en cashflow kunnen berekenen.

7. De oprichting van een eenmanszaak

Op het examen moet je kennis hebben over de oprichting van een eenmanszaak. Zo moet je weten wat een ondernemingsplan is en welke onderdelen dit bevat. Denk aan het marketingplan, financieel plan en persoonlijk plan. Van deze plannen wordt er op het examen verwacht dat je globaal weet wat er instaat. Ten slotte moet je het verschil tussen twee verschillende benaderingswijzen van ondernemen kennen, namelijk causation en effectuation.

Het Bedrijfseconomie eindexamen HAVO

Bedrijfseconomie gaat over het functioneren van organisaties. Op het Bedrijfseconomie eindexamen HAVO 2020 komen bovenstaande hoofdonderwerpen terug. Het Bedrijfseconomie eindexamen HAVO bestaat uit voornamelijk open vragen over deze onderwerpen. Hieronder leggen we uit wat voor vragen je kunt verwachten:

Er komen op het eindexamen veel rekenvraagstukken terug. Zorg dat je goed met percentages kunt rekenen, bijvoorbeeld om rente te berekenen. Zorg dat je ook de formules kent voor het berekenen van de current ratio, quick ratio, solvabiliteit, debt ratio en rentabiliteit.

Andere vragen gaan rechtstreeks over de begrippen. Leer de begrippen daarom goed. Laat je eventueel overhoren door een klasgenoot. Daarnaast komt het ook voor dat je begrippen in een context moet plaatsen. Probeer goed te letten op de relatie van de begrippen in combinatie met een groter onderwerp.

Hoe kunnen wij jou helpen bij het eindexamen?

Wij geloven dat iedereen kan slagen voor het eindexamen. Om jou te helpen goed voorbereid het examen in te gaan, hebben wij de volgende drie hulpmiddelen voor jou:

De examenperiode is de meest stressvolle tijd van de middelbare school. Maar als jij onze samenvatting goed doorneemt, veel oefenvragen maakt en onze examentips leest, dan ga jij straks slagen voor het eindexamen!

Beoordelingen

Examenoverzicht.nl krijgt een 9.3/10 uit 881 reviews op Feedback Company