Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
Digitaal te lezen in de app
40.000+ leerlingen gingen je voor

De Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC)

In 1602 werd in de Republiek de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) opgericht. Twee eeuwen lang zou deze compagnie het monopolie hebben op de overzeese handel tussen de Republiek en Azië en binnen Azië. De succesvolle handel droeg bij aan de Gouden Eeuw. Op deze pagina kun je alles lezen over de VOC.

Alles over de Verenigde Oost-Indische Compagnie

Video

Wil je meer weten over de context van de 17e eeuw en hoe de handel overzee bijdroeg aan de welvaart? Check dan onderstaande video.

 

De oprichting van de VOC

Oprichting VOC

De 16e eeuw wordt gekenmerkt door de vele ontdekkingsreizen en de groeiende wereldhandel in exotische producten. Vanaf 1600 werden er veel handelscontacten opgezet en handelsroutes over zee aangelegd tussen Europa, Afrika, Azië en Amerika. De Nederlandse Republiek behaalde vooral veel winst uit de specerijenhandel met Azië. Er ontstonden veel compagnieën, die met elkaar concurreerden. Op een gegeven moment zorgde deze hoge concurrentie er echter voor dat de winsten daalden. Daardoor besloot de Staten-Generaal in 1602 om een grote verenigde compagnie op te richten: de VOC, die bestond uit zes gefuseerde compagnieën. Landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt zag deze compagnie niet alleen als een economisch, maar ook als een militair wapen. De inkomsten die de VOC zou gaan binnenbrengen konden immers de Tachtigjarige Oorlog met Spanje mede financieren.

Het bestuur van de VOC

Bestuur VOC

De VOC kreeg van de Staten-Generaal het alleenrecht om als enige vanuit Nederland handel te drijven met Azië en binnen Azië. Dit betekende dat de VOC het handelsmonopolie had over het zogenoemde Indië: het gebied ten oosten van Kaap de Goede Hoop en ten westen van de Straat Magellaan.

De compagnie was de eerste naamloze vennootschap ooit met vrij verhandelbare aandelen en het was ook de eerste multinational, een bedrijf met vestigingen in verschillende landen. De VOC was daarnaast een kapitalistische onderneming, wat betekende dat de aandeelhouders, vaak ambtenaren of kooplieden, zoveel mogelijk winst wilden maken. De winst van de handel werd vervolgens opnieuw in de compagnie gestopt, om nog meer winst te creëren. Dit wordt handelskapitalisme genoemd.

In zes Nederlandse steden kwamen hoofdkantoren van de VOC, de zogenaamde ‘Kamers’: in Amsterdam, Middelburg, Hoorn, Enkhuizen, Delft en Rotterdam. Zij vormden het dagelijks bestuur en mochten van het gezamenlijke kapitaal handelsreizen maken naar Indië. Elke Kamer rustte daartoe zijn eigen schepen uit. Elke stad stuurde daarnaast vertegenwoordigers naar de Heren XVII, het centrale bestuur van 17 bewindhebbers. Amsterdam had maar liefst 8 vertegenwoordigers in de Heren XVII, omdat deze stad verantwoordelijk was voor de helft van het beginkapitaal van de compagnie. Dat gaf Amsterdam de meeste macht binnen de VOC, maar ook de andere steden profiteerden van de oprichting van de VOC: er werden pakhuizen en havens gebouwd en de welvaart nam toe.

Overal waar de VOC zich in Azië had gevestigd, was een gouverneur aan de leiding. Daarnaast was bij elke handelspost een raad van adviseurs, ieder met zijn eigen taak. Ten slotte had Indië ook nog de gouverneur-generaal, de hoogste VOC functionaris en voorzitter van de Raad van Indië, die alle belangrijke beslissingen nam in het overzeese gebied.

De acties van de VOC

Acties VOC

De VOC groeide al snel uit tot het grootste handelsbedrijf ter wereld op dat moment. De compagnie dreef handel met verschillende Aziatische landen, zoals het latere Nederlands-Indië (Indonesië), de kaapkolonie (Zuid-Afrika), Ceylon (Sri-Lanka) en Japan. Ze verhandelde producten zoals specerijen, koffie, textiel en porselein. Elk jaar voer er twee of drie keer een vloot uit de Republiek naar Azië. De heenreis duurde gemiddeld acht maanden en was niet ongevaarlijk voor de zeelui.

Handel drijven was echter niet het enige waar de VOC zich mee bezighield. Langs de vaarroute stichtte de compagnie handelsposten waar de schepen tijdens de reis proviand konden inslaan. Daarnaast werd er een groot handelsnetwerk opgezet tussen de diverse handelsposten in de Aziatische regio. Overal werden kantoortjes, pakhuizen en werkplaatsen gebouwd. In al deze gebieden waar de VOC zich had gevestigd, regelde de compagnie bestuur en rechtszaak.

In 1619 werd het bestuurscentrum van de VOC gesticht in het door Jan Pieterzoon Coen ingenomen Jakarta, op Java. Deze nieuwe vestiging werd tot Batavia omgedoopt.

De VOC had daarnaast ook de  bevoegdheid om verdragen te sluiten met lokale machthebbers en sloeg zelfs tijdelijk haar eigen munten. De VOC mocht ook oorlogen voeren en had daarvoor een eigen leger en oorlogsschepen. Deze werden gebruikt ter handhaving of om handel af te dwingen met de lokale bevolking. Daarnaast werd er geprobeerd om met geweld Portugezen en andere concurrenten, vooral de Engelsen met hun East India Company (EIC), te verdrijven of op een afstand te houden. Rond 1700 was zelfs de helft van het aantal medewerkers van de VOC soldaat.

De VOC stimuleerde ook ontdekkingsreizen om snellere handelsroutes te vinden, nieuwe handelscontacten te leggen en nieuwe producten te ontdekken. Daarnaast investeerden ze in taalonderzoek met de bedoeling om het christelijk geloof onder de plaatselijke bevolking te verspreiden. Ook botanisch onderzoek kreeg aandacht, om te proberen het aantal slachtoffers van ziekten onder werknemers te laten dalen.

Ondergang en kritische kijk op de VOC

Ondergang VOC

Tussen 1780 en 1794 werd de vierde Engels-Nederlandse Oorlog gevoerd, waar de VOC zeer nadelige gevolgen van ondervond. De Engelsen namen toen meerdere Nederlandse handelsposten in en kaapten handelsschepen van de VOC. Tijdens de Bataafse Republiek werd de compagnie in 1795 genationaliseerd. De schuld van het bedrijf was intussen opgelopen tot 120 miljoen gulden. Uiteindelijk werd het alleenrecht verlengd tot 31 december 1799. Dit betekende het einde van de VOC.

Keerzijde van de macht

Het is belangrijk om kritisch te kijken naar de invloed die de VOC in de twee eeuwen van haar bestaan uitoefende. De bloeiende handel met Azië waar de VOC voor zorgde droeg bij aan de Gouden Eeuw van de Republiek. Hierdoor was de Republiek in de 17e eeuw een echte wereldmacht en één van de belangrijkste handelscentra ter wereld. Eeuwen later werd men zich pas bewust van de keerzijde van de macht die de VOC had gehad. De compagnie had de gekoloniseerde gebieden uitgebuit. Lokale gemeenschappen die weerstand boden aan een handelscontract met de VOC konden soms op een uitroeiing rekenen. Er is veel geweld gebruikt om de bevolking te onderwerpen. Zo vond in Batavia in 1740 de Chinezenmoord plaats, met ongeveer 10.000 slachtoffers als gevolg. We moeten ons dus realiseren dat de macht die wij wereldwijd hadden opgebouwd gepaard is gegaan met negatieve gevolgen voor andere volken en landen.

Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren
Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren