Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
Digitaal te lezen in de app
40.000+ leerlingen gingen je voor

De industriële revolutie: wat moet je weten?

Halverwege de 18e eeuw begon de industriële revolutie in Engeland. Later kwam de industrialisatie ook in andere Europese landen op gang. Wat waren de oorzaken, het verloop en de grootste gevolgen van deze ingrijpende revolutie?

Alles over de industriële revolutie

Video

Wil je een korte samenvatting van de industriële revolutie zien? Check dan onderstaande video van JORTgeschiedenis.

 

Ontstaan en oorzaken

Ontstaan en oorzaken van de industriële revolutie

De industriële revolutie begon in Engeland rond 1750. Echter gingen hier enkele belangrijke uitvindingen en ontwikkelingen aan vooraf. De wetenschappelijke revolutie die in de 17e eeuw tot stand kwam, zorgde voor doorbraken in de natuurkunde, sterrenkunde en wiskunde. De uitvindingen van de wetenschappelijke revolutie werden gebruikt bij het produceren van nieuwe goederen en zorgden voor veel optimisme. De Verlichting die volgde versterkte de wetenschappelijke en rationele manier van denken.

De uitvindingen in de landbouw, mijnbouw en nijverheid volgden elkaar in rap tempo op. Door uitvindingen als een ploegschaar, een waterpomp op stoom en een zaaimachine nam de opbrengst in de landbouw, mijnbouw en nijverheid aanzienlijk toe. Door de groeiende opbrengsten waren er minder mensen nodig in de landbouw en kwam er ruimte voor mensen om zich te specialiseren en in opkomende industrieën te gaan werken.

Wat ook meehielp aan het op gang komen van de industrialisatie was het feit dat er rust was in Engeland. Er werden geen oorlogen op Engels grondgebied gevoerd, er was politieke stabiliteit en economische vooruitgang. Hierdoor was er rust en ruimte voor de wetenschap en techniek om zich goed te ontwikkelen. Engeland beschikte daarnaast over een enorm koloniaal rijk en kon dus aan veel grondstoffen komen, zoals rubber, goud en katoen.

Dit betekende dat Engeland over alles beschikte wat nodig was om fabrieken met machines te bouwen, wat dan ook vanaf de tweede helft van de 18e eeuw gebeurde.

Het verloop van de industrialisatie en belangrijke uitvindingen

Belangrijke uitvindingen tijdens de industriële revolutie

De industriële revolutie was de overgang van kleinschalige, ambachtelijke productie naar op grote schaal, machinaal geproduceerde goederen. Een kenmerk van een revolutie is in het algemeen dat het snel gebeurt. De industriële revolutie duurde echter erg lang. Toch wordt er van een revolutie gesproken, omdat de gevolgen ingrijpend waren.

Er zijn in de industriële revolutie drie fases te onderscheiden:

  • De ‘voorbereidingsfase’ (1700-1760): de wetenschappelijke verbeteringen en uitvindingen in de landbouw en nijverheid.
  • De ‘eerste fase’ (1760-1867): de echte industriële revolutie begon in Engeland.

Dit kwam met name door uitvindingen in de textielindustrie en drong door in andere sectoren van de economie toen de stoommachine verbeterd was. Door de stoommachine, een uitvinding van James Watt, kon er sneller en efficiënter worden geproduceerd. Naast stoommachines was de komst van stoomtreinen en stoomschepen ook erg belangrijk. Zo werd de eerste spoorlijn gebouwd in Engeland in 1825.

  • De ‘tweede fase’ (1867-1914). Deze fase van de industriële revolutie wordt ook wel de ‘technologische revolutie’ genoemd. Naast stoomkracht en ijzer werden nu ook elektriciteit en staal gebruikt. Dit leidde tot revolutionaire uitvindingen, zoals gloeilampen, de auto, fotografie, telegrafie, vliegtuigen, radio en film.

Naast de industriële revolutie waren er ook andere revoluties aan de gang, omdat de ontwikkelingen en uitvindingen in de ene industrie de ontwikkelingen in andere industrieën versterkten. Zo was er ook een agrarische revolutie (door een verbetering van landbouwmethodes) en een transportrevolutie (door de bouw van kanalen en spoorlijnen) aan de gang.

Gevolgen

Gevolgen van de industriële revolutie

Door de industriële revolutie veranderde de landbouwstedelijke samenleving in een industriële samenleving. De industrialisatie maakte massaproductie mogelijk van goederen, voedsel, machines, apparaten en vervoersmiddelen. Dit zorgde ervoor dat de winning van grondstoffen en de productie van goederen gigantisch toenam. Zo groeide de steenkoolproductie in Engeland van ongeveer drie miljoen ton in 1700 tot tien miljoen ton aan het eind van de 18e eeuw.

Engeland groeide zo uit tot het middelpunt van de wereldeconomie. Het land importeerde grondstoffen en leverde industrieproducten aan andere landen. Maar ook op het Europese vasteland was de industriële revolutie inmiddels aan de gang. Ook op het vasteland van Europa werden er fabrieken uit de grond gestampt en kwamen er grote hoeveelheden arbeiders. Mensen trokken voor werk massaal van het platteland naar de steden, welke enorm groeiden. Terwijl de elites genoten van de groeiende welvaart, leidden de slechte werk -en leefomstandigheden van de arbeiders in sommige Europese landen tot de sociale kwestie.

In de steden was daarnaast veel milieuvervuiling en er ontstond een nieuwe levenswijze, die gedicteerd werd door de klok, dus door fabriekstijden en treintijden. Het dagelijkse leven veranderde ook ingrijpend door de ontwikkelingen op het gebied van communicatie en transport. Door de telegraaf, de telefoon, de trein, de auto en het vliegtuig werd de wereld gevoelsmatig veel kleiner.

De industriële revolutie heeft ook enorme maatschappelijke gevolgen gehad op de langere termijn. De samenleving veranderde, ook mede door de Franse Revolutie, van een standensamenleving naar een klassenmaatschappij. Dit betekende dat je economische positie (klasse) steeds meer je aanzien bepaalde, in plaats van de familie(stand) waarbinnen je geboren was.

Imperialisme

Imperialisme

Iets anders dat verband hield met de industriële revolutie was het moderne imperialisme. Sinds de ontdekkingsreizen van de 15e en de 16e eeuw waren de Europese mogendheden begonnen met het stichten van handelsposten en nederzettingen in Azië, Afrika en Amerika. Rond 1800 had Engeland de meeste koloniën, een grote vloot en een economisch overwicht. Vanaf 1870 kreeg Engeland echter meer concurrentie, toen het moderne imperialisme ontstond. Dit hield in dat Europese mogendheden hun koloniale rijken fors probeerden uit te breiden. Het was een indirect gevolg van de industriële revolutie. Er was namelijk door de industrialisatie een behoefte aan grondstoffen en afzetgebieden, want de afzetmogelijkheden in eigen land waren vaak beperkt. Landen gingen daarom grondstoffen en afzetgebieden buiten hun eigen land zoeken. Daarnaast was het imperialisme niet mogelijk geweest zonder de komst van industriële producten zoals de spoorwegen, de stoomboot en de telegraaf.

Er ontstond hierdoor een zogenaamde wedloop tussen Europese staten, om zoveel mogelijk overzeese gebieden, voornamelijk in Afrika en Azië, in te lijven. De Europese landen wilden meer koloniën en de koloniën die ze al hadden beter beheersen, ook omdat dit hun politiek en militair aanzien gaf. Zo werden door middel van oorlogen ook binnenlanden van koloniën onder het bestuur van het Europese moederland geplaatst. Door de beschikking over moderne wapens, geproduceerd in fabrieken, hadden veel Europese landen een militair overwicht ten opzichte van de koloniën. Na gebieden te hebben ingelijfd, kwamen er ambtenaren uit Europa om de bestuurstaken op zich te nemen.

Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren
Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren