Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
Digitaal te lezen in de app
40.000+ leerlingen gingen je voor

Centrum en periferie

Landen zijn tot op zekere hoogte afhankelijk van elkaar. Deze afhankelijkheidsrelatie tussen gebieden bestaat op alle schaalniveaus. De belangrijkste theoreticus die het wereldwijde systeem van economische verbondenheid en afhankelijkheid beschrijft is Immanuel Wallerstein. Hij deelt de wereld in drie categorieën in: het centrum, de semi-periferie en de periferie. In dit artikel lees je meer over dit centrum-periferie model.

Centrum en periferie

Wat is het centrum-periferie model?

Wat is het centrum-periferie model?

Het centrum-periferie model wordt gebruikt om gebieden in te delen naar mate van economische (en politieke) macht en invloed. Het centrum in een gebied bezit de macht (regeringscentrum), het geld (banken) en is het meest ontwikkeld. De periferie van een gebied is achtergebleven en is afhankelijk van de maatregelen, het werk en het geld in het centrum. Er bestaat ook een semi-periferie; die valt ertussenin.

Hieronder kun je de wereldmap zien waarop landen zijn ingedeeld in het centrum, de periferie en de semi-periferie.

Wereldindeling van centrum, semi-periferie en periferie

Wat zijn de kenmerken van landen in het centrum-periferie model?

Wat zijn kenmerken van landen in het centrum-periferie model?

Verschillende soorten gebieden in het centrum-periferie model hebben verschillende kenmerken.

De kenmerken van het centrum:

  • De economie is voornamelijk gebaseerd op dienstverlening (tertiaire sector);
  • Er is veel (technologische) kennis en kapitaal aanwezig;
  • Gefocust op de winstgevende kanten van de productieketen, bijvoorbeeld design en marketing;
  • Hoog gemiddeld inkomen.

De kenmerken van de semi-periferie:

  • De economie is sterk gericht op industriële activiteit (secundaire sector), maar er is vaak ook een groeiende dienstensector;
  • Profiteert van de uitschuiving van de productieketen. Hier bevindt zich de maakindustrie;
  • Er is vaak een sterke economische groei en het gemiddeld inkomen stijgt (bijvoorbeeld in de BRIC-landen). Dit leidt overigens ook tot groeiende ongelijkheid.

De kenmerken van de periferie:

  • De conomie hangt in sterke mate af van de primaire sector (landbouw, visserij, mijnbouw);
  • Levert met name grondstoffen en (goedkope) arbeidskracht;
  • Blijft economisch achter op de rest van de wereld.

Centrum en periferie verhoudingen uitleg

Wallerstein vat zijn theorie samen in het model dat je hierboven ziet. Om dit model te kunnen begrijpen moet er gekeken worden naar de productieketen en de waarde die elke schakel toevoegt aan een product.

Hoe ziet de internationale arbeidsverdeling eruit?

Hoe ziet de internationale arbeidsverdeling eruit?

Er worden producten bedacht, grondstoffen gewonnen, producten gemaakt, producten verzonden en producten verkocht. Al die zaken hangen met elkaar samen in één groot wereldwijd netwerk: de productieketen. Elk soort land heeft een andere rol in deze keten. Deze verdeling waarbij verschillende landen bijdragen aan het maken van producten over de hele wereld, wordt ook wel internationale arbeidsverdeling genoemd. In deze verdeling zitten centrumlanden aan de uiteinden van de productieketen, want ze zich bezighouden met de pre- en post-productie. Dit is bijvoorbeeld het bedenken van producten (pre-productie) en het afhandelen van de verkoop (post-productie), zoals marketing, financiën en de technische infrastructuur voor een goede klantervaring. Hier is veel kennis en kapitaal voor nodig, waardoor het de meeste waarde toevoegt aan een product. De afgelopen decennia wordt er steeds meer waarde toegevoegd aan het begin en eind van de productieketen. In het midden, bij de daadwerkelijke productie, steeds minder. De waardeverdeling langs de productieketen wordt daarmee ongelijker.

Het daadwerkelijk maken en verzenden van producten gebeurt hoofdzakelijk in de semi-periferie. De grondstoffen die de semi-periferie landen gebruiken voor het maken van de producten ontvangen zij van periferie landen. De periferie landen winnen namelijk de grondstoffen. Op die manier is de wereld dus economisch met elkaar verbonden en bestaat er een wederzijdse afhankelijkheid.

Deze internationale arbeidsverdeling ontstaat en wordt verder gestimuleerd door specialisatie. Hierbij is het belangrijkste doel om zo kostenefficiënt mogelijk te produceren. Specialisatie maakt produceren op grotere schaal mogelijk, wat de kosten per product drukt. Als je lage kosten hebt, betekent het dat je je prijs laag kan houden waardoor meer mensen je product willen kopen. Dit zorgt er vervolgens voor zorgt dat je een grotere winstmarge overhoudt. We zullen dit wat duidelijker maken met een voorbeeld.

Voorbeeld

Stel jij verkoopt in de zomer ijsjes voor 1 euro per stuk. Elk ijsje kost jou 50 cent, dus je winstmarge is 50 cent per ijsje. Je buurman verkoopt ook ijsjes, maar dan voor 2 euro per stuk. Elk ijsje kost hem 1 euro, dus zijn winstmarge is ook 1 euro. Toch kan jij uiteindelijk meer winst maken. Jouw ijsjes zijn namelijk goedkoper, dus meer mensen kopen ijsjes van jou. Jij verkoopt er 100, dat is 50 euro winst. Hij verkoopt er 40, dat is maar 40 euro winst.

Dit is de manier waarop schaalvergroting als gevolg van specialisatie kan leiden tot hogere winst. Dit is in onze kapitalistische wereld het uiteindelijke doel van bedrijven en daarmee de reden dat de internationale arbeidsverdeling bestaat zoals beschreven in het centrum-periferie model. De specifieke gebiedskenmerken zoals de aanwezigheid van technologie in centrumlanden en lage lonen in de (semi-)periferie zijn belangrijke voorwaarden die specialisatie mogelijk maken.

Wat zijn de oorzaken van de centrum-periferie verhoudingen?

Wat zijn de oorzaken van de centrum-periferie verhoudingen?

Een belangrijke oorzaak van de ongelijke verdeling tussen het centrum en de (semi-)periferie is het kolonialisme van vroeger. Europese landen gebruikten voormalig koloniën om hun eigen rijkdom te vergroten, ook al was dit ten koste van de kolonie. Grondstoffen en arbeidskrachten werden geëxploiteerd. Daarnaast diende de kolonie, voornamelijk sinds de industriële revolutie, als afzetmarkt voor het overheersende land. Sinds de officiële bestuurlijke onafhankelijkheid van voormalig koloniën zijn deze gebieden nog steeds in grote mate economisch afhankelijk van het rijke westen.

De afhankelijkheidsrelatie tussen landen is een veelbesproken zaak. Ondanks dat er beweging mogelijk is binnen het wereldsysteem, is het een feit dat arme landen meer afhankelijk zijn van rijke landen dan andersom. Neokolonialisme zou dit in stand houden. Door handelsverdragen, economische hulp of andere vormen behouden rijke landen arme landen, vaak voormalig koloniën, als afzetmarkten voor hun producten en grondstofbronnen. Een kritiekpunt op dit idee is dat de schuld volledig buiten de arme landen wordt gelegd. Zij zijn in het bovengenoemde alleen maar passief, terwijl arme landen zelf ook een rol spelen.

Wat zijn de gevolgen van de centrum-periferie verhoudingen?

Wat zijn de gevolgen van de centrum-periferie verhoudingen?

De centrum-periferie verhoudingen hebben veel gevolgen, zoals dat arme landen afhankelijker worden van rijke landen en dat centrumlanden dominanter worden. Hieronder bespreken we nog wat meer gevolgen.

Backwash effecten gaan over het onttrekken van waardevolle elementen uit armere gebieden. Het worden ook wel terugspoeleffecten genoemd. Dit soort effecten versterkt de ongelijkheid tussen het centrum en de periferie. Voorbeelden van backwash effecten zijn arbeidsmigratie, braindrain, weghalen van grondstoffen, uitputten van de bodem en milieuverontreiniging.

Daarnaast kan er sprake zijn van ruilvoetverslechtering. De ruilvoet is de verhouding tussen de prijs van de export en de import van een land. Indien de exportprijzen sterker stijgen dan de importprijzen, is er sprake van ruilvoetverbetering; in het andere geval van ruilvoetverslechtering. Het laatste kan voorkomen als het centrum bijvoorbeeld de eigen productie van grondstoffen gaat subsidiëren, waardoor de periferie dezelfde grondstoffen wel goedkoper moet exporteren. Anders is de handel niet meer kostenefficiënt voor het centrum. Dit laat zien dat de periferie in grotere mate afhankelijk is van het centrum.

Spread effecten gaan erover dat de periferie kan profiteren van het centrum. Dit worden ook wel spreidingseffecten genoemd. Door deze effecten wordt de verhouding tussen het centrum en periferie gelijker. Voorbeelden van spread effecten zijn een overdracht van kennis, investeringen in de periferie en aanleg van infrastructuur in de periferie. Kennisoverdracht van bedrijven uit centrumlanden naar lokale bedrijven in de periferie komt bijvoorbeeld als gevolg van outsourcing. Dit is het uitbesteden van werk, in dit geval aan de periferie. Hierdoor leren mensen die in de periferie wonen en werken dus ook ingewikkelder werk te doen. Verder creëren buitenlandse investeringen mogelijkheden die met name de semi-periferie in staat stellen om hun economie te ontwikkelen naar een meer hoogwaardige productiestructuur.

China is verreweg het beste voorbeeld dat laat zien dat je als land kunt opklimmen richting het centrum. Het land heeft geprofiteerd van de uitschuiving van de maakindustrie en zit nu in een fase waarin ‘made in importsubstitutie en exportvalorisatie.

Hoe ziet de centrum-periferie verhouding eruit in Nederland?

Hoe ziet de centrum-periferie verhouding eruit in Nederland?

Ook in Nederland bestaat er een centrum-perferie verhouding. Zo denken sommige mensen in de Randstad dat er niks te doen is in het ‘buitengebied’ van Nederland. Tegelijkertijd blijkt uit onderzoek dat men buiten de Randstad zich regelmatig niet gehoord of serieus genomen voelt door de landelijke media en politiek. Bestaat die kloof tussen Randstad en de rest van Nederland nou echt? 

Als we statistiek erop loslaten dan is er zeker een verschil te zien tussen de Randstad, enkele grote steden daarbuiten en de rest van het land. Men heeft in de Randstad gemiddeld een hoger opleidingsniveau, een hoger inkomen en er is meer werkgelegenheid. Het tijdschrift Geografie heeft al eens uitgezocht dat dit een gevolg is van de verhuizingspatronen van met name jonge, hoogopgeleide mensen. De ruime aanwezigheid van goedbetaald, specialistisch kenniswerk in de Randstad maakt dat deze doelgroep door onderwijs- en carrièremogelijkheden de kans heeft om een betere sociaaleconomische positie te krijgen.

Er is een wisselwerking tussen de aanwezigheid van bedrijven en arbeidskrachten, zowel kwalitatief als kwantitatief. Ze hebben elkaar nodig, dus zijn ze op dezelfde plek te vinden. Dit maakt de Randstad het centrum van arbeid, cultuur, kennis en kapitaal in Nederland. Ook is het door de ligging van Den Haag het politieke centrum. De op deze vlakken minder ontwikkelde buitengebieden van Nederland, de periferie, kunnen hier niet tegenop en hebben een zekere afhankelijkheid van wat er gebeurt in de Randstad.

Video

Wil je meer weten over het centrum-periferie model? Check dan onderstaande uitlegvideo van Digistudies.

Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren
Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren