Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
Digitaal te lezen in de app
40.000+ leerlingen gingen je voor

Examen Bedrijfseconomie VWO 2021

Direct naar onze producten
Bekijken als Rooster Lijst

2 Items

per pagina
Aflopend sorteren
Bekijken als Rooster Lijst

2 Items

per pagina
Aflopend sorteren
Binnen 2 werkdagen in huis
Direct te lezen in de app
Veilig betalen
40.000+ leerlingen gingen je voor

Weet jij hoe bedrijven vermogen aantrekken, hoe opties en obligaties werken en kun jij een balans doorgronden? Oftewel: ben jij al voorbereid op het eindexamen Bedrijfseconomie? Op deze pagina vind je alles over het Bedrijfseconomie eindexamen VWO.

De examenstof

Het examen Bedrijfseconomie VWO 2021 bestaat uit een aantal onderdelen, namelijk:

1. Van persoon naar rechtspersoon

Je zult nog veel financiële keuzes gaan maken in de toekomst. Denk hierbij bijvoorbeeld aan verzekeren, sparen, lenen, beleggen of het volgen van een opleiding. In de samenvatting leggen we je uit wat elke keuze inhoudt en wat voor gevolgen ze op financieel gebied hebben. Ook het kopen van een huis is een keuze die je misschien ooit zult maken. Het is daarom van belang om op de hoogte te zijn van de verschillende hypotheekvormen en de manier waarop aflossing en rente zich daarin tot elkaar verhouden. Daarnaast zullen we ingaan op meerdere vormen van samenleven en kijken we naar de financiële en wettelijke gevolgen van schenken en erven. Je zult ook flink moeten rekenen met contante waarden en eindwaarden van reeks gelijke bedragen.

Een ander belangrijk deel van dit hoofdstuk gaat over rechtsvormen. Een eenmanszaak, VOF, BV, NV, stichting en vereniging: ze komen allemaal voorbij. Verder vertellen we je het één ander dat je moet weten over de rol van organisaties in de maatschappij.

2. Interne organisatie en personeelsbeleid

Als organisatie moet je goed voor je personeel zorgen en duidelijk met hen communiceren. Om dat voor elkaar te krijgen, hebben veel organisaties een personeelsbeleid. Dit is meestal een taak van de HR-afdeling. Op het examen moet je onder andere weten wat een functioneringsgesprek, een functiewaardering en een personeelsplanning is. Ook bespreken we verschillende contractvormen die medewerkers kunnen hebben en wat de voor- en nadelen van elke vorm zijn.

3. Investeren en financieren

Zowel particulieren als organisaties hebben voor van alles en nog wat geld nodig. Zij kunnen op allerlei manieren aan dit geld komen. Hoe dat precies in zijn werk gaat, komt uitgebreid aan bod in dit hoofdstuk. Het gaat er soms hard aan toe op de vermogensmarkt. Er zijn ook belangrijke toezichthouders (AFM, DNB en ACM) die in gaten houden of het allemaal wel eerlijk verloopt.

Verder wordt op het examen van je verwacht dat je voldoende kennis hebt van aandelen en andere effecten zoals obligaties en opties. Met alle drie deze effecten moet je tevens een aantal berekeningen kunnen uitvoeren. Bovendien moet je weten wat de netto contante waarde, leverancierskrediet en afnemerskrediet is. Voorbeelden van termen die ook nog langskomen zijn off-balance financiering en leasing.

4. Marketing

In dit hoofdstuk hebben we het over de activiteiten die bedrijven ondernemen om de verkoop van haar producten of diensten te verhogen. Marketing dus. Een bedrijf moet nadenken over wat het de klant kan bieden en hoeveel klanten voor hen waard zijn. Vervolgens kunnen zij een waardestrategie kiezen om zoveel mogelijk geld te verdienen. Zo een strategie kan de strategie van productleiderschap, operationele uitmuntendheid of klantenpartnerschap zijn.

Natuurlijk komt ook de marketingmix met de vier bekende P’s (product, prijs, plaats en promotie) aan bod. Weet jij het verschil tussen de push- en de pull-strategie? Of heb je ooit gehoord van affiliatie marketing? We sluiten af met het vijfkrachtenmodel van Porter.

5. Financieel beleid

Om een onderneming te besturen heb je informatie nodig: zowel financiële als niet-financiële informatie. Je moet bijvoorbeeld het verband kennen tussen de liquiditeitsbegroting, de exploitatiebegroting en de balans, maar ook manieren waarop je kunt afschrijven. Ook moet je kunnen beschrijven hoe niet-financiële informatie impact kan hebben op de financiële prestaties van het bedrijf.

Aangezien je de dekkingsbijdrage moet kunnen uitrekenen is het in dit hoofdstuk van groot belang dat je goed onderscheid kunt maken tussen en goed kunt rekenen met constante en variabele kosten. Ook de btw en het break-evenpunt zullen uiteraard aan bod komen. Enkele andere onderwerpen die voorbijkomen zijn waarderingsgrondslagen en winstdeling, waaronder dividendbelasting.

Een ander belangrijk onderdeel van dit hoofdstuk is verschillenanalyse. Zowel het prijsresultaat, efficiencyresultaat, bezettingsresultaat als budgetresultaat komt terug in de samenvatting.

6. Verslaggeving

Organisaties doen verslag van hun activiteiten. Dit kunnen zij intern en extern doen. BV’s en NV’s zijn verplicht om een externe verslaggeving uit te brengen. Deze externe verslaggeving wordt verpakt in een jaarverslag. Hierin staan onder andere de balans, winst- en verliesrekening, het bestuursverslag en de controleverklaring van de accountant. Op de balans en winst- en verliesrekening gaan we dieper in. Hierover kun je op het examen waarschijnlijk een vraag verwachten.

Uiteraard moet je ook kunnen rekenen met de liquiditeitskengetallen, solvabiliteitskengetallen en rentabiliteitskengetallen. Om de rentabiliteit van het totaal vermogen te berekenen is het ook handig om het DuPont schema goed te kennen. Afsluitend vertellen we iets over cashflows en dividendrendement.

7. De oprichting van een eenmanszaak

Als laatste gaan we het hebben over het oprichten van een eenmanszaak. Natuurlijk over hoe dit in de praktijk gaat, maar eigenlijk komt hierbij van alles aan bod: van het ondernemingsplan tot het marketingplan en van het financieel plan tot het persoonlijk plan. Ten slotte gaat we in het op verschil tussen causation en effectuation.

Het examen Bedrijfseconomie VWO

Bedrijfseconomie gaat over geld binnen en tussen bedrijven, maar ook over geld in jouw persoonlijke leven. Concreet gezien draait het eindexamen Bedrijfseconomie VWO om bovenstaande hoofdstukken. Tijdens het eindexamen kun je vooral open vragen verwachten. Je kunt hierbij denken aan het volgende:

Het belangrijkste is dat je goed bent voorbereid op rekenopgaven. Deze kun je gerust verwachten op een Bedrijfseconomie examen. Je doet er daarom goed aan om te leren rekenen met rentes (ook in verband met eindwaarden en contante waarden), de verschillende ratio's, variabele kosten en constante kosten. Verder zul je er waarschijnlijk profijt van hebben als je de opgaven over de verschillenanalyses onder de knie hebt.

Bovendien komen in veel vragen begrippen voor. Om de vragen allemaal goed te kunnen begrijpen, zul je de begrippen ook goed moeten kennen. Let er hierbij op dat veel begrippen met elkaar te maken hebben. Leer de begrippen dus goed en kijk met welke andere begrippen ze verband houden.

Hoe kunnen wij jou helpen bij het eindexamen?

Wij geloven dat iedereen kan slagen voor het eindexamen. Om jou te helpen goed voorbereid het examen in te gaan, hebben wij de volgende drie hulpmiddelen voor jou:

De examenperiode is de meest stressvolle tijd van de middelbare school. Maar als jij onze samenvatting goed doorneemt, veel oefenvragen maakt en onze examentips leest, dan ga jij straks slagen voor het eindexamen!