Examen Wiskunde VMBO TL/GL 2018

Samenvatting
Examentips
Oude examens

Kun jij tabellen, grafieken en formules snel doorgronden? Kun jij met de gangbare maten en grootheden makkelijk rekenen in alledaagse situaties? Op deze pagina kun je alles lezen over het eindexamen Wiskunde VMBO TL/GL.

De examenstof

Het eindexamen Wiskunde VMBO TL/GL 2018 bestaat uit een paar onderdelen, namelijk:

A. Algebraïsche verbanden

Het onderdeel algebraïsche verbanden gaat voor VMBO TL/GL in op verbanden. Denk aan lineaire verbanden, exponentiële verbanden, wortelverbanden en machtsverbanden. Je moet deze kennen en kunnen toepassen.

Bij lineaire verbanden ontstaat een verband wanneer een reeks getallen steeds hetzelfde patroon laten zien. In een lineair verband is dat verband stijgend, dalend of constant. Als je dat in een grafiek uittekent, krijg je een rechte lijn die steeds met eenzelfde hoeveelheid stijgt of daalt.

Je moet tijdens het examen het bovenstaande uit een grafiek of tabel kunnen afleiden. Je moet dan bijvoorbeeld de lineaire formule kunnen opstellen. Bijvoorbeeld y = -2x + 25. Ook moet je een lineair verband kunnen uittekenen. Dit doe je op een grafiek met een x-as en y-as. Zo is y = -2x + 25 is een rechte lijn die daalt.

Een exponentieel verband is geen rechte lijn, maar een kromme lijn. Een lijn die steeds sneller stijgt of daalt. In dit soort verbanden zit een machtsfunctie. Ook bij exponentiële verbanden moet je een grafiek kunnen opstellen. Of waardes uit een tabel/grafiek kunnen aflezen.

Lineaire en exponentiële verbanden zijn op het examen het belangrijkst om te kennen. Daarnaast wordt van je verwacht wat te weten over machtsverbanden en wortelverbanden. Je moet vooral met beiden kunnen rekenen.

Verder wordt van je verwacht dat je kunt rekenen met procenten. Zo moet je onder andere de groeifactor kunnen berekenen. Maar ook uit alledaagse situaties moet je toenames en afnames kunnen berekenen. Daarnaast moet je weten wat rente is en hoe je met rente kunt rekenen.

B. Tabellen, grafieken en formules

Onderdeel B gaat in op tabellen, grafieken en formules. Je moet hierbij weten hoe je een tabel opstelt en wat rijen en kolommen zijn. Zo kan het zijn dat je informatie in een tabelvorm moet zetten. Maar het kan ook zijn dat je informatie uit de tabel moet kunnen aflezen. Met de informatie uit de tabel moet je vervolgens kunnen rekenen.

Voor grafieken geldt een vergelijkbaar iets. Je moet deze kunnen opstellen en aflezen. Ook moet je schommelingen, trends en periodiciteit uit de grafieklijnen kunnen aflezen. Als je meerdere lijnen in een grafiek zet, kan het zijn dat de lijnen elkaar ergens snijden. Dit is het snijpunt. Je moet op het examen in staat zijn om meerdere lijnen uit te tekenen om vervolgens het snijpunt te benoemen.

Het onderwerp formules is vergelijkbaar met wat bij algebraïsche verbanden is beschreven, maar bij dit onderdeel gaat het vooral om het kunnen rekenen met formules. Je krijgt dan bijvoorbeeld een formule waar je x of y moet berekenen. Dit doe je door de formule op te lossen.

C. Rekenen, meten en schatten

Het onderdeel rekenen, meten en schatten gaat in op alledaagse situaties. Je moet hierbij gangbare maten (grootheden) kennen. Voor lengte bijvoorbeeld kilometer, of meter. Voor oppervlakte bijvoorbeeld vierkante kilometer, of vierkante meter. Voor inhoud bijvoorbeeld kiloliter liter of kubieke meter. Voor gewicht bijvoorbeeld kilo of gram. Voor tijd bijvoorbeeld minuut, of dag. En tenslotte ook voor temperatuur; geld en snelheid.

Voor alle gangbare maten geldt dat je er ook mee moet kunnen rekenen. Dus bijvoorbeeld kilometers kunnen omzetten in meters (of andersom). Je mag je rekenmachine hierbij gebruiken. Dus zorg dat je ook goed weet hoe je met je rekenmachine om moet gaan. Bijvoorbeeld als het gaat om de wetenschappelijke notatie van grote getallen (met veel nullen).

Meten en schatten gaat in op het zoeken naar maatstaven. Hiermee kun je op een onderbouwde manier tot een afmeting te komen. Bijvoorbeeld de gemiddelde lengte van een man gebruiken om de lengte van een boom te bepalen.

Bij het onderwerp breuken en verhoudingen moet je weten dat een breuk een verhouding is. Een breuk is een deling van twee gehele getallen met een teller en een noemer. Zorg dat je weet hoe een breuk is opgebouwd, maar nog belangrijker hoe je ermee moet rekenen. Zo moet je meerdere breuken bij elkaar kunnen optellen.

Voor het stuk verhoudingen moet je vooral de verhouding kunnen opschalen of verkleinen. Bijvoorbeeld: 1 fles cola vult vier glazen. Om 16 glazen cola te vullen zijn dus 4 flessen cola nodig.

D. Meetkunde

In het onderdeel meetkunde moet je kunnen rekenen met figuren en hoeken. Maar denk ook aan voorstellingen kunnen maken van objecten. Of kunnen redeneren en tekenen.

Zo kan het zijn dat je op een plattegrond gezichtsvelden (kijklijnen) moet kunnen uittekenen. Of van een foto een plattegrond moet kunnen maken. Ook moet je figuren kunnen benoemen. Denk aan een driehoek, parallellogram, rechthoek, vierkant, ruit, en cirkel.

Van standaard figuren wordt verwacht dat je de oppervlakte en inhoud kunt berekenen. Zorg dat je dit goed onder de knie krijg. Hiermee kun je namelijk ook de oppervlakte van driedimensionale figuren berekenen. Denk aan een kubus, balk, prisma, cilinder, kegel, bol of piramide. Naast de oppervlakte moet je ook de inhoud van driedimensionale figuren kunnen berekenen.

Bij het onderdeel redeneren en tekenen moet je kunnen beredeneren hoe een symmetrisch object eruitziet. Als je bijvoorbeeld bij een symmetrisch plaatje de helft van het plaatje ziet, moet je kunnen beredeneren hoe de andere helft eruitziet.

Het examen Wiskunde VMBO TL/GL

Wiskunde is de wetenschap die zich bezighoudt met de eigenschappen van getallen, patronen en structuren. Op het examen Wiskunde VMBO TL/GL 2018 komen vier hoofdonderwerpen terug. Het examen Wiskunde VMBO TL/GL zal bestaan uit enkele open vragen en een groot deel meerkeuzevragen over deze onderwerpen. Hieronder leggen we uit wat voor vragen je kunt verwachten:

Een deel van de vragen gaat in op het kunnen aflezen van een tabel of grafiek. Zorg dat je weet wat in een tabel regels en kolommen zijn. En hoe je uit een grafiek schommelingen, trends en periodiciteit uit de grafieklijnen kunt aflezen. Oefen ook met het opstellen van lineaire formules. Kijk hierbij goed naar de x-as en y-as. Zoek in een grafiek naar duidelijke snijpunten met het rooster (afgeronde getallen). Dit rekent namelijk makkelijker.

Ook moet je grootheden kunnen omzetten naar andere grootheden. Bijvoorbeeld dag naar jaar of meter naar kilometer. Zorg dat je weet hoeveel van een kleinere maat er in een grotere maat passen. Bijvoorbeeld 1 kilometer is 1000 meter. Je kunt ook vragen krijgen waar je iets moet uittekenen. Neem daarom pen, potlood, gum en liniaal (geodriehoek) mee. Daarnaast kunnen er op het examen vragen komen waar je logisch moet redeneren. Dit soort vragen zijn lastig, want het gaat hier om inzicht. Dit leer je alleen door veel te oefenen. Het inzicht komt dan vanzelf. Ook zijn er vragen waarbij je moet rekenen, zoals vermenigvuldigen, delen, optellen, aftrekken. Zorg dat je weet hoe je met je rekenmachine om moet gaan. Dat scheelt je tijd tijdens het examen.

Hoe kunnen wij jou helpen bij het eindexamen?

Wij geloven dat iedereen kan slagen voor het eindexamen. Om jou te helpen goed voorbereid het examen in te gaan, hebben wij de volgende drie hulpmiddelen voor jou:

De examenperiode is de meest stressvolle tijd van de middelbare school. Maar als jij onze samenvatting goed doorneemt, veel oefenvragen maakt en onze examentips leest, dan ga jij straks slagen voor het eindexamen!

1 Item

per pagina
Aflopend sorteren
  1. Samenvatting Wiskunde (VMBO TL/GL) €12

    Van € 9,00

    Naar € 15,00

1 Item

per pagina
Aflopend sorteren