Examen Geschiedenis VMBO TL/GL 2018

Samenvatting
Examentips
Oude examens

Ken jij de ontwikkeling van de Nederlandse staatsinrichting sinds 1848? Of weet jij alles over de Nederlandse en Europese geschiedenis sinds 1900? Op deze pagina kun je alles lezen over het eindexamen Geschiedenis VMBO TL/GL.

De examenstof

Het eindexamen Geschiedenis VMBO TL/GL 2018 bestaat uit een paar onderdelen, namelijk:

A. Staatsinrichting van Nederland

Onderdeel A gaat in op ontwikkeling van de Nederlandse staatsinrichting sinds 1848. Dit onderwerp start met het moment dat in onze monarchie koning Willem II nog de absolute macht had. Het onderwerp eindigt met de politieke situatie vandaag de dag. Met een parlement en beperkte/geen politieke macht voor de koning.

In dit thema komt onder andere terug hoe Johan Thorbecke in 1848 de eerste grondwet schreef. Deze grondwet beschreef hoe het parlement de zeggenschap kreeg over het besturen van het land. Zorg dat je weet hoe de Eerste en Tweede kamer verantwoording afleggen. Maar ook wat de rechten en plichten van de bestuurders in de Eerste en Tweede Kamer zijn.

Een ander onderdeel gaat in op de verschillen tussen kiesrecht nu en ruim een eeuw geleden. Er wordt vooral stilgestaan bij de invoering van het algemeen kiesrecht. Je moet hierbij weten dat dit voor mannen in 1917 en voor vrouwen in 1919 werd ingevoerd. Ook moet je weten hoe verkiezingen verlopen voor de Eerste en Tweede kamer (directe versus indirecte verkiezingen). Verder wordt van je verwacht dat je weet hoe een regering wordt gevormd en wat een coalitie is.

Nederland heeft in de 19e en 20e eeuw verschillende politieke stromingen en partijen gekend. Een aantal daarvan waren belangrijk voor de vorming van het (grond)recht. Zorg dat je de belangrijkste politieke stromen en partijen uit de laatste eeuw kent. Je moet daarnaast ook de stroming, voorman/vrouw en politieke bijdrage per partij kunnen beschrijven.

Grondwetten spelen een belangrijke rol bij de manier waarop wij in Nederland ons leven kunnen leiden. Je moet de belangrijkste grondwetten uit de laatste eeuw kennen. Denk bijvoorbeeld aan de vrijheid van meningsuiting of het recht op onderwijs. Verder moet je weten hoe wetten tot stand komen. Maar ook hoe we via een scheiding van machten deze wetten tot uitvoering laten komen.

In deze tijd veranderde de samenleving snel. Er ontstonden groeperingen die opkwamen voor arbeiders, kinderen en vrouwen en de totale bevolking. Zorg dat je de belangrijkste veranderingen voor iedere groep kent (bijvoorbeeld feminisme, de schoolstrijd of de arbeidsovereenkomst). Maar ook welke wetten deze groepen hebben weten af te dwingen.

B. Historisch overzicht vanaf 1900

Onderdeel B is een groter onderdeel en gaat in op de belangrijkste gebeurtenissen en ontwikkelingen uit de Nederlandse en Europese geschiedenis. Dit onderdeel is onder te verdelen in 5 tijdsvakken, namelijk:

  • B1: De Eerste Wereldoorlog (1914 – 1918)
  • B2: Het interbellum / herstel en crisis (1918 – 1939)
  • B3: De Tweede Wereldoorlog (1939 – 1945)
  • B4: Europa en de wereld (1945 – 1989)
  • B5: Een nieuwe wereldorde (vanaf 1990)

B1: De Eerste Wereldoorlog (1914-1918)

Bij de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) is het goed om te weten hoe de grenzen van de Europese landen in 1900 liepen ten opzichte van nu. Daarnaast is belangrijk te weten welke spanningen de landen onderling hadden. Vanuit deze context begrijp je de aanleiding voor de Eerste Wereldoorlog. Zorg dat je daarbij ook de aanslag op de Oostenrijk-Hongaarse troonopvolger Frans Ferdinand kent. En hoe de oorlog tussen het Oostenrijk-Hongaarse rijk en Servië leidde tot een Europese oorlog. Je moet hierbij de Centralen en Triple Entente kennen en welke landen hieraan deelnamen. Binnen dit onderwerp wordt ook stilgestaan bij de manier van oorlog voeren. Maar ook bij de impact van de oorlog op het dagelijks leven. Dit onderwerp eindigt op het moment waarop de Duitse keizer Wilhelm II zich in 1918 overgaf.

B2: Het interbellum / herstel en crisis (1918 - 1939)

Na de Eerste Wereldoorlog volgt het thema interbellum. Dit thema gaat in op de periode van herstel en crisis tot aan de Tweede Wereldoorlog (1918 – 1939). Hierin komt onder andere het Verdrag van Versailles aan bod. In dit verdrag stond hoe de Duitse republiek moest boeten voor de Eerste Wereldoorlog. Het thema gaat verder in op het herstel van de overige Europese landen. Ook de Verenigde Staten en de beurskrach van 1929 komen aan bod. Zorg dat je de gevolgen van de Amerikaanse crisis kent. En vooral de impact op de Duitse republiek. De crisis en het Verdrag van Versailles leidde tot de opkomst van het nationaal-socialisme. Het thema eindigt met de opkomst van Adolf Hitler. Hierbij moet je de impact op de Duitse republiek, de omringende landen en de Joodse bevolking kunnen beschrijven.

B3: De Tweede Wereldoorlog (1939 - 1945)

In het thema de Tweede Wereldoorlog wordt uitgelegd hoe nazi-Duitsland tussen 1939-1945 Europa veroverde. Belangrijke veldslagen die je moet kennen zijn (1) de slag om Engeland, (2) de aanval op de Sovjet-Unie en (3) het Amerikaanse Pearl Harbor. Deze slagen zorgden ervoor dat het strijdtoneel van Europees naar wereldwijd ging. Ook wordt in dit thema de impact op het dagelijks leven in Nederland besproken. Van de overgave van Nederland op 15 mei 1940 tot de bevrijding op 5 mei 1945. Het thema eindigt met de manier waarop de geallieerden Europa terug veroverden op de Duitsers. En hoe de Amerikanen met twee kernbommen op Hiroshima en Nagasaki de oorlog met Japan eindigden.

B4: Europa en de wereld (1945 - 1989)

In het thema Europa en de wereld wordt de periode 1945 - 1989 uitgelegd. Hierin komt terug hoe Duitsland en Europa werden opgedeeld in het Oosten en het Westen. Nieuwe bondgenootschappen werden gesloten om economisch en militair samen te werken (o.a. NAVO, Warschaupact, EEG, VN). Belangrijk is om te weten wat communisme en kapitalisme inhoudt. Maar ook hoe de uitbreiding van het communisme tot spanningen in het Westen leidden. De wapenwedloop en Koude Oorlog waren het gevolg van deze spanningen. Verder wordt het gewapende conflict in Korea in de jaren ’50 en de Cubacrisis in de jaren ‘60 besproken.

Naast het communisme en de Koude Oorlog wordt stilgestaan bij de dekolonisatie en migrantenstromen naar West-Europese landen. Je moet hierbij weten wat de impact was op Nederland. Ook wordt er een speciaal stuk gewijd aan de vorming van de joodse staat Israël. Je moet weten hoe deze staat tot stand kwam en welke oorlogen hier zijn gevoerd (en waarom). Dit thema eindigt bij de val van de Berlijnse muur  in 1989.

B5: Een nieuwe wereldorde (vanaf 1990)

Het thema een nieuwe Wereldorde (vanaf 1990) start na de val van het communisme. Zo wordt het vormen van de Europese Unie besproken. Ook wordt uitgelegd hoe terrorisme na het communisme de nieuwe vijand van de vrije wereld werd. Daarnaast wordt de opkomst van de multiculturele samenleving besproken. Als laatste onderwerp van de recente geschiedenis komt de Nederlandse omvorming tot verzorgingsstaat aan bod. Ten slotte is belangrijk om te weten hoe sinds de eeuwwisseling nationalisme geleidelijk aan weer op begint te komen.

Het examen Geschiedenis VMBO TL/GL

Geschiedenis is de wetenschap die het verleden onderzoekt. Het examen Geschiedenis VMBO TL/GL 2018 gaat over de Nederlandse staatsinrichting vanaf 1848; en de belangrijkste gebeurtenissen en ontwikkelingen van de Nederlandse en Europese geschiedenis vanaf 1900. Het examen Geschiedenis VMBO TL/GL zal bestaan uit open vragen en meerkeuzevragen. Hieronder leggen we uit wat voor vragen je kunt verwachten:

Een deel van de vragen zal rechtstreeks over begrippen gaan. Leer de begrippen daarom goed en laat je eventueel overhoren door een klasgenoot. Daarnaast komt het ook voor dat je begrippen in een context moet plaatsen. Zorg daarom dat je alle begrippen rondom een onderwerp kent en de relatie tot het onderwerp begrijpt. Ook zijn er vragen waarbij je een aantal belangrijke gebeurtenissen op een opeenvolgend rijtje moet zetten. Zorg daarom dat je goed de volgorde van gebeurtenissen weet.

Een ander deel richt zich op het gebruik van bronnen. Weet daarom hoe je een bron moet beoordelen (van wie komt de bron, wanneer is de bron gemaakt, wat zie je in de bron, wat is de intentie van de maker/bron). Door jezelf deze vragen te stellen kun je de bron vaak beter plaatsen. Dit helpt de vraag daardoor makkelijker te beantwoorden. Ten slotte komen er af en toe beweringen terug waar je iets (onderbouwd met argumenten) van moet vinden. Zorg dat je hier altijd goed oplet hoeveel argumenten je moet geven. Maak in je antwoord goed duidelijk wat argument 1, 2, etc. is.

Als laatste punt geven we je graag mee dat je je antwoorden vaak het best beknopt kunt opschrijven. Zorg uiteraard wel dat je antwoord volledig is, maar schrijf niet teveel of extra’s op. Die extra zaken kosten tijd om op te schrijven (en dat is zonde). Daarnaast kan het zijn dat je met die extra zaken een fout maakt, waardoor gelijk je hele antwoord fout is.

Hoe kunnen wij jou helpen bij het eindexamen?

Wij geloven dat iedereen kan slagen voor het eindexamen. Om jou te helpen goed voorbereid het examen in te gaan, hebben wij de volgende drie hulpmiddelen voor jou:

De examenperiode is de meest stressvolle tijd van de middelbare school. Maar als jij onze samenvatting goed doorneemt, veel oefenvragen maakt en onze examentips leest, dan ga jij straks slagen voor het eindexamen!

1 Item

per pagina
Aflopend sorteren
  1. Samenvatting Geschiedenis (VMBO TL/GL) €12

    Van € 9,00

    Naar € 15,00

1 Item

per pagina
Aflopend sorteren