Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
Digitaal te lezen in de app
40.000+ leerlingen gingen je voor

Examen Geschiedenis HAVO 2021

Direct naar onze producten
Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren
  1. Examentraining Geschiedenis (HAVO)
    Examentraining Geschiedenis (HAVO)
    €285

    Van € 285,00

    Naar € 360,00

  2. Samenvatting + Oefenboek Geschiedenis (HAVO)
    Samenvatting + Oefenboek Geschiedenis (HAVO)
    €31
    € 31,00 Normale prijs € 34,00
Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren
Binnen 2 werkdagen in huis
Direct te lezen in de app
Veilig betalen
40.000+ leerlingen gingen je voor

Kun jij de Geschiedenis over de tijd in context plaatsen? Ken jij de belangrijke gebeurtenissen uit de Nederlandse geschiedenis? Op deze pagina kun je alles lezen over het Geschiedenis eindexamen HAVO.

De examenstof

Het eindexamen Geschiedenis HAVO 2021 bestaat uit een aantal onderdelen, namelijk:

1. De tijdvakken

Het eerste onderdeel gaat in op de tijdvakken. Tijdvak 1 t/m 4 is geen examenstof voor de HAVO. Je hoeft enkel nog maar tijdvak 5 tot en met 10 te kennen op het eindexamen. Hieronder geven we per tijdvak aan wat je moet kennen.

Tijdvak 5: Tijd van ontdekkers en hervormers

Dit is de periode tussen 1500 en 1600. Ook wel de renaissancetijd genoemd. In deze tijd veranderde het beeld dat mensen van zichzelf en de wereld hadden. Onder andere door de ontdekkingstochten. Je moet weten waarom mensen in deze tijd op ontdekkingstocht gingen. Ook moet je de belangrijkste ontdekkingsreizigers kennen. Ook moet je begrijpen hoe het wetenschappelijk denken veranderde en wat de relatie is met de oudheid. Het rooms-katholieke geloof kreeg een protestantse afsplitsing, de reformatie genoemd. Ook hier moet je de belangrijkste personen kennen. Gedurende deze periode begon ook ‘Nederland’ zich te vormen. Zorg dat je de periode van Karel V tot de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden goed kent.

Tijdvak 6: Tijd van regenten en vorsten

Dit is de periode tussen 1600 en 1700. Centraal staat het streven naar absolute macht. Dit moet je met name voor Frankrijk kennen. Ook moet je weten in welke opzichten de Nederlandse Republiek floreerde. Daarnaast ontstond er een eerste vorm van wereldwijde handel. Met name de rol van de Verenigde Oost-Indische en West-Indische Compagnie zijn hierin belangrijk. Tegelijk ontstond er een wetenschappelijke revolutie waarin de kijk van de mens op de wereld opnieuw veranderde. Het empirisme kwam op en vele wetenschappelijke doorbraken kwamen in deze tijd naar voren.

Tijdvak 7: Tijd van pruiken en revoluties

Dit is de periode tussen 1700 en 1800. Je moet weten in welke opzichten er sprake was van verlichting. Bijvoorbeeld in godsdienst, economie, politiek en sociale verhoudingen. De verlichting zorgde voor aanpassingen in aansturing van de bevolking, waarmee de macht verschoof richting het volk. Terwijl wereldwijd het aantal koloniën uitbreidde, ontstond het eerste verzet tegen het houden van koloniën. Tegen het einde van de eeuw ontstonden de eerste revoluties tegen de absolute (over)heersers. In Frankrijk kwam Napoleon aan de macht. Tevens werd Amerika onafhankelijk van de Britten.

Tijdvak 8: Tijd van burgers en stoommachines

Dit is de periode tussen 1800 en 1900. Ook wel de industrialisatietijd genoemd. Je moet weten hoe de landbouwstedelijke samenleving veranderde in een industriële samenleving. Zorg dat je de transportrevolutie en agrarische revolutie kent. Er kwam tegelijk aandacht voor sociale kwesties, zoals de leefomstandigheden van arbeiders. Verschillende groeperingen begonnen zich te emanciperen. De maatschappij werd steeds democratischer en er ontstonden verschillende stromingen. De industrialisatie leidde ook tot het modern imperialisme. Zorg dat je deze samenhang kent.

Tijdvak 9: Tijd van wereldoorlogen

Dit is de periode tussen 1900 en 1950. De eerste helft van de 20e eeuw. Je moet hierbij de aanleiding tot de Eerste Wereldoorlog kennen en weten welke partijen aan deze oorlog deelnamen. In deze oorlog werd voor het eerst gebruikgemaakt van massavernietigingswapens. Ook is het belangrijk te weten hoe de Eerste Wereldoorlog eindigde en wat de gevolgen waren. In de tussenperiode tussen de eerste en tweede wereldoorlog moet je weten wat het verband is tussen de economische situatie en de stijging in de populariteit van totalitaire ideeën en fascisme. Zorg dat je weet hoe propaganda en communicatiemiddelen hierin een rol speelden. Je moet weten hoe dit uiteindelijk uitmondde in de Tweede Wereldoorlog. Zorg dat je weet wat de gevolgen van deze oorlog waren voor Nederland en Joden in het bijzonder.

Tijdvak 10: Tijd van televisie en computer

Dit laatste tijdvak gaat in op de periode vanaf 1950. De tweede helft van de 20e eeuw. Je moet in deze context snappen wat de geopolitieke gevolgen waren van de Tweede Wereldoorlog. Ook moet je het proces van dekolonisatie kunnen beschrijven voor de westerse landen. De wereld werd verdeeld in ideologisch verschillende blokken die tot een gespannen wapenwedloop leidde tussen oost en west. Je moet verder begrijpen hoe de consumptiemaatschappij en informatiemaatschappij ontstonden. En wat de gevolgen waren van ontzuiling. Ook de eenwording van Europa en immigratievraagstukken staan centraal.

2. Historische context: het Britse Rijk (1585 - 1900)

De drie centrale vragen waar deze historische context om draait gaan over het Britse Rijk dat een paar eeuwen geleden erg groot en machtig was. Eerst wordt er gekeken naar de Engelse koloniën in Amerika, vervolgens zoomen we in op India als kolonie en ten slotte kijken we naar hoe de koloniën invloed hadden op de sociaal-economische ontwikkelingen in Groot Brittannië.

Op welke manieren ontwikkelden zich de Engelse koloniën in de Amerika’s?

Aan het begin van de 16e eeuw trokken veel Britten en andere European naar Amerika. Al snel begonnen zij daar koloniën op te zetten en er handel te drijven. Tevens maakten zij hierbij gebruik van slaven. Na een tijd ontstond er onenigheid tussen de kolonisten en de regering in Groot-Brittannië, wat uiteindelijk in 1776 leidde tot de Onafhankelijkheidsverklaring van de kolonisten. De Verenigde Staten van Amerika waren geboren.

Waardoor werd India in de 19e eeuw de belangrijkste kolonie binnen het Britse Rijk?

Het contact tussen de Britten en Indiase Mogol-vorsten begon rond 1600 vriendschappelijk en economisch: ze dreven handel met elkaar via de Britse East India Company. De Indiase vorsten voerden onderling soms oorlog, waarbij de Britten na een tijdje kant begonnen te kiezen in deze conflicten. De Mogol-vorsten en Mogol-keizer pikten dit uiteindelijk niet langer en begonnen een strijd met de Britten: de Britten wonnen. Hierna kregen de Britten allerlei economische voordelen in grote delen van India en werden zij steeds machtiger.

Door een goede infrastructuur en opzet van het leger konden relatief weinig Britten een enorm aantal Indiërs onder controle houden. Dit zorgde ervoor dat de Britten voor lange tijd veel geld konden verdienen aan India. Tegelijkertijd probeerden de Britten hun cultuur bij te brengen aan de Indiërs, wat soms botste met de normen en waarden die men in India had. Dit leidde tot een bloedige opstand van de Indiërs, die er zelfs voor zorgde dat Britse regering niets meer te maken wilde hebben met de East India Company. De Indiase bevolking kreeg hierna meer zeggenschap. Echter, volledige gelijkheid tussen de Indiërs en de Britten ging de Britten te ver.

Welke rol speelden de koloniën in sociaal-economische ontwikkelingen in Groot-Brittannië?

In de 18e en 19e eeuw was Groot-Brittannië één van de rijkste of misschien wel het rijkste land ter wereld. Dit werd veroorzaakt door een combinatie van de winstgevendheid van de koloniën (vooral India) en de opkomst van de industriële revolutie. De industriële revolutie zorgde ervoor dat dezelfde hoeveelheid werk door minder mensen kon worden gedaan. Aan de andere kant kochten de Britten goedkoop producten in uit India, verwerkten die in Groot-Brittannië en verkochten ze door middel van oneerlijke economische regelingen aan mensen in India.

In Groot-Brittannië trokken steeds meer mensen van het platteland naar de stad en hadden steeds meer mensen genoeg te eten. Verder werd het in Groot-Brittannië steeds beter mogelijk om producten goedkoop en op grote schaal te produceren. Hierdoor ontstond er veel werk in de fabrieken, wat er weer voor zorgde dat de fabriekseigenaren in Groot-Brittannië steeds machtiger werden. Deze ondernemers streefden naar vrijhandel. Tegelijkertijd waren de arbeiders ontevreden over hun leef- en werkomstandigheden.

Londen groeide door dit alles in de 19e eeuw uit tot het financiële hart van de wereld. Hier waren de Britten gigantisch trots op, waarop zij besloten de eerste wereldtentoonstelling te organiseren. Later breidde Groot-Brittannië zich door middel van het modern imperialisme nog verder uit, waardoor zij rond 1900 de macht hadden over een kwart van de wereldbevolking.

3. Historische context: Duitsland in Europa (1918 - 1991)

In deze historische context wordt er gekeken naar de ontwikkeling van Duitsland tussen 1918 en 1991. Hierbij houden we ons bezig met de opkomst van het nationaalsocialisme, de Tweede Wereldoorlog, de Koude Oorlog en besteden we aandacht aan de hereniging van Oost- en West-Duitsland.

Wat leidde tot de opkomst van het nationaalsocialisme en welke gevolgen had dit voor Duitsland en Europa?

Na de Eerste Wereldoorlog moest Duitsland volgens het Verdrag van Versailles enorm veel goedmaken. Dit kostte enorm veel geld, waardoor Duitsland arm werd. De Verenigde Staten boden economische steun aan als onderdeel van het Dawesplan. Toen in 1929 de aandelenbeurs in de Verenigde Staten instortte viel deze steun weg, waardoor Duitsland een economische klap voor de kiezen kreeg die zij niet kon verwerken. De zittende politici kregen hier de schuld van, waardoor er veel wantrouwen was naar de leiders van Duitsland.

Het volk wilde daarom een sterke leider die het compleet anders zou aanpakken. Hierdoor kwamen extremistische bewegingen, zoals de NSDAP van Adolf Hitler, op. Hitler trok steeds meer macht naar zich toe en begon mensen die volgens hem inferieur aan de Duitsers waren op te sluiten in concentratiekampen. Vooral Joden waren het slachtoffer. Tegelijkertijd begon Hitler landen binnen te vallen, waardoor Nazi-Duitsland zich uitbreidde. Uiteindelijk was Nazi-Duitsland dusdanig extreem dat Joden massaal werden vermoord in gaskamers.

Hoezeer beïnvloedde het ontstaan en het verloop van de Koude Oorlog de geschiedenis van Duitsland na de Tweede Wereldoorlog?

Na de Tweede Wereldoorlog lag Duitsland compleet in puin, zowel op sociaal, economisch, politiek als moreel vlak. De geallieerden hielden zich bezig met de vraag 'hoe moet het nu verder met Duitsland (en Europa)?' Zij besloten zowel Duitsland als Berlijn op te delen in vier bezettingszones. De geallieerden verschilden van mening over hoe de toekomst van Europa eruit moest komen te zien. De Verenigde Staten, Engeland en Frankrijk (de Westerse geallieerden) wilden de kapitalistische kant op, terwijl de Sovjet-Unie liever een communistisch systeem zag. Dit leidde tot steeds meer conflicten tussen deze landen, vooral tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. De Koude Oorlog was begonnen.

De Verenigde Staten en de Sovjet-Unie begonnen steeds meer maatregelen door te voeren om elkaar te dwarsbomen en meer macht naar zichzelf toe te trekken. In 1949 werden de Westerse geallieerden samengevoegd, waardoor Duitsland vanaf dat moment bestond uit de BRD (kapitalistisch) en de DDR (communistisch). De BRD gaf haar burgers meer vrijheid dan de DDR, waardoor veel mensen van de DDR naar de BRD vluchtten. Om deze vluchtelingenstroom tegen te houden bouwde de Sovjet-Unie een muur om West-Berlijn heen: de Berlijnse Muur.

Wat verklaart de hereniging van beide Duitslanden en hun succesvolle integratie in Europa?

Vanaf de jaren ’60 verbeterde de relatie tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Ook de BRD en de DDR begonnen toenadering tot elkaar te zoeken. Al wilde de DDR geen Duitse eenheid. Eind jaren ’80 begon de Sovjet-Unie echter een nieuwe koers te varen. De nieuwe Sovjet-leider Gorbatsjov wilde dat de Sovjet-Unie zich minder zou gaan bemoeien met de Oostbloklanden, zoals de DDR, en zou meer vrijheid voor het volk toelaten. De DDR was het oneens met deze nieuwe koers en bleef streng communistisch.

Ondertussen werd het volk van de DDR steeds meer ontevreden. Zij zagen namelijk op TV hoe goed het leven in de BRD was. Deze ontevredenheid werd zo groot dat in 1989 de Berlijnse Muur viel. Onder leiding van een democratisch gekozen regering werd nog geen jaar later Duitsland officieel herenigd. In de Sovjet-Unie was de politiek van Gorbatsjov inmiddels mislukt en hij trad af. De Sovjet-Unie viel uit elkaar, wat het einde van de Koude Oorlog betekende.

Hoewel de hereniging tussen de BRD en de DDR in het begin niet soepel verliep, is het toch gelukt. Inmiddels heeft Duitsland een leidende rol in Europa op zich genomen. Zij willen geen ‘Duits Europa’ meer, maar een ‘Europees Duitsland’.

4. Historische context: Nederland (1948 - 2008)

Na de Tweede Wereldoorlog is er veel veranderd in Nederland. Hoe dat er precies heeft uitgezien, vertellen we in deze historische context. Eerst behandelen we de periode van 1948 tot 1978, en daarna de periode van 1978 tot 2008.

Waardoor veranderden de maatschappelijke verhoudingen in Nederland van 1948 tot 1978?

Nederland lag in puin na de Tweede Wereldoorlog. We kwamen er mede bovenop door financiële steun uit de Verenigde Staten. Daarnaast maakten we een einde aan de neutraliteitspolitiek en begonnen steeds meer samen te werken met Westerse landen (en dus niet met communistische landen). Deze economische groei zorgde ook voor veel nieuwe baby’s. Dit wordt ook wel de babyboom genoemd.

Eind jaren ’40 en begin jaren ’50 werd Nederland omgevormd tot een verzorgingsstaat. Dit is een samenleving waarbij de overheid zorgt voor het welzijn van de burgers. Dit kostte veel geld, maar Nederland kon het betalen.

In de jaren ’60 stegen de lonen in Nederland hard, waardoor mensen steeds meer luxe goederen konden kopen en niet alleen meer voor brood op de plank werkten. Ook begon Nederland te ontzuilen. In de eerste helft van de 20e eeuw was Nederland verzuild geraakt: verdeeld in de katholieke, protestants-christelijke, socialistische en liberale zuil. Mensen leefden daardoor gescheiden, maar door de economische groei hadden mensen steeds meer met elkaar te maken, bijvoorbeeld als collega’s, maar ook via radio- en TV-shows. Mensen gingen hierdoor steeds meer met elkaar om. Ten slotte trok de economische groei ook veel arbeidsmigranten naar Nederland.

Naast dat Nederland een welvarend land was geworden, was het er ook onrustig. Dit kwam met name door allerlei jongerenculturen, zoals nozems, provo’s en hippies, die het oneens waren met de gevestigde orde. Ook vrouwenemancipatie-groepen kwamen op en streden voor vrouwenrechten.

In 1973 raakten Nederland in de oliecrisis, waardoor er een eind kwam aan de economische groei. Het werd daardoor moeilijk om de verzorgingsstaat te betalen.

Waardoor veranderden de maatschappelijke verhoudingen in Nederland tussen 1978-2008?

In de jaren ’80 brak een nieuwe economische crisis uit. De werkloosheid schoot omhoog en Nederland was nog altijd een verzorgingsstaat. Daarom moesten in deze crisis relatief weinig werkenden de uitkeringen van relatief veel niet-werkenden betalen. Mede de kritiek die hieruit voort kwam, zorgde voor een liberale koers van de regering. Zo werden uitkeringen verlaagd en kwamen sommige staatsbedrijven in handen van investeerders. Ook de zelfredzaamheid van de burgers kwam hoog in het vaandel te staan.

Aan het eind van de jaren ’80 herstelde de economie zich, grotendeels dankzij Europese samenwerking en globalisering. Na de Koude Oorlog in de jaren ’90 doken er ook nog eens nieuwe zakenkansen op in het voormalig Oostblok. Verder liep Nederland voorop in allerlei liberale maatregelen, zoals euthanasie en het homohuwelijk. Nederland was een trots land. Dat veranderde halverwege de jaren ’90, toen de internationale macht van Nederland verminderde en de Val van Srebrenica plaatsvond.

Ook de jaren ’70,’80 en ’90 waren soms onrustig door nieuwe subculturen, zoals de punkers, krakers, rap-aanhangers en gabbers. Vanaf het jaar 2000 nam de polarisatie in Nederland toe. Politieke partijen leken vervreemd te raken van een groeiend deel van de bevolking. Deze ontevredenheid leidde onder andere tot een beleid waarin gefocust wordt op integratie en assimilatie van immigranten. Daarna is er nog relatief veel ontevredenheid over de Europese samenwerking geweest en brak er in 2008 een nieuwe economische crisis uit.

Het Geschiedenis eindexamen HAVO

Geschiedenis is de wetenschap die het verleden onderzoekt. Hiermee wordt inzicht verkregen in culturen en volken uit het verleden. Het Geschiedenis eindexamen HAVO bestaat uit drie historische contexten verdeeld over verschillende tijdvakken. Op het examen hoef je, naast de historische contexten, alleen tijdvak 5 t/m 10 te kennen.

Op het examen kun je open vragen over deze onderwerpen verwachten. Je moet onder andere kunnen aangeven waarom bepaalde gebeurtenissen zijn gebeurd. En wat de gevolgen hiervan zijn geweest op politiek, economisch en cultureel gebied. Daarnaast moet je bronnen kunnen interpreteren en de betrouwbaarheid ervan kunnen vaststellen.

Andere vragen gaan rechtstreeks over de begrippen. Leer de begrippen daarom goed. Laat je eventueel overhoren door een klasgenoot. Daarnaast komt het ook voor dat je begrippen in een context moet plaatsen. Probeer goed te letten op de relatie van de begrippen in combinatie met een groter onderwerp.

Hoe kunnen wij jou helpen bij het eindexamen?

Wij geloven dat iedereen kan slagen voor het eindexamen. Om jou te helpen goed voorbereid het examen in te gaan, hebben wij de volgende drie hulpmiddelen voor jou:

De examenperiode is de meest stressvolle tijd van de middelbare school. Maar als jij onze samenvatting goed doorneemt, veel oefenvragen maakt en onze examentips leest, dan ga jij straks slagen voor het eindexamen!