Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
Digitaal te lezen in de app
40.000+ leerlingen gingen je voor

De Luxemburgse kwestie (1866/1867)

In 1866/1867 werd Luxemburg, tot dan toe groothertogdom onder de Nederlandse Koning Willem III, een speelbal tussen Nederland, Frankrijk en Pruisen. Dit wordt de Luxemburgse kwestie genoemd. De Luxemburgse kwestie leidde uiteindelijk bijna tot een oorlog, maar werd door ingrijpen van andere landen opgelost. In Nederland had de kwestie wel nog een grote nasleep voor de interne politiek.

Luxemburgse kwestie

Context

Context Luxemburgse kwestie

In 1815 werd na de ondergang van Napoleon Bonaparte het Congres van Wenen gehouden. Op deze conferentie bepaalden de grote Europese mogendheden die Napoleon hadden overwonnen, wat er met Europa moest gaan gebeuren. Ze waren het er met elkaar over eens dat de gevolgen van de democratische revoluties van de 18e eeuw zoveel mogelijk moesten worden teruggedraaid. Hiertoe wilden ze het ancien régime terughalen en in allerlei landen weer een machtige vorst op de troon helpen. Om Frankrijk heen moesten daarnaast sterke bufferstaten komen te liggen, om te voorkomen dat de geschiedenis met Napoleon, die de macht over verschillende landen naar zich toe trok, zich zou herhalen. Zo gebeurde het dat Nederland weer een koninkrijk werd, onder leiding van Willem I. Om het land nog sterker te maken, werd België er ook aan toegevoegd. Luxemburg werd een groothertogdom, een gebied dat bestuurd werd door koning Willem I als groothertog. Wel annexeerde Pruisen een deel van Luxemburg en installeerde Pruisen een militaire eenheid in de hoofdstad van het land. Pruisen was in deze tijd, samen met nog 40 andere Duitse staten, onderdeel van de Duitse Bond. Ook Willem I was lid van deze bond.

Later, toen België in 1830 onafhankelijk was geworden, werd het westen van Luxemburg onderdeel van België, terwijl het oosten in bezit van Willem I bleef. Ook het westen van Limburg werd Belgisch gebied. Het oostelijk deel van Limburg daarentegen werd nu, net als Luxemburg, een hertogdom binnen de Duitse Bond, met Willem I als groothertog.

Oorzaak van de Luxemburgse kwestie

Oorzaak Luxemburgse kwestie

Vanaf 1864 begon Otto von Bismarck, als minister-president en minister van Buitenlandse Zaken van Pruisen, enkele oorlogen om de macht van Pruisen uit te breiden. Daarnaast wilde Bismarck ook strijden voor oppermacht in het Duitse gebied en stuurde daarom aan op oorlog met Oostenrijk, ook een grote staat binnen de Duitse Bond. In 1866 werd daarom de Pruisisch-Oostenrijkse oorlog gevoerd, waarbij Pruisen de Oostenrijkers al vrij snel versloeg. Na deze oorlog kwam er een einde aan de Duitse Bond. Deze bond werd vervangen door de nieuwe Noord-Duitse Bond, zonder deelname van Oostenrijk en onder leiding van Pruisen.

Als gevolg van de Pruisische overwinning was er een sterke macht aan de Franse oostgrens ontstaan, waar de Franse keizer Napoleon III iets aan wilde gaan veranderen. Zijn oog viel op Luxemburg als oplossing voor het verstoorde machtsoverwicht.

De Luxemburgse kwestie

De Luxemburgse kwestie

De Franse keizer wilde Luxemburg overnemen uit de Duitse Bond, om het machtsevenwicht te herstellen. Bismarck stemde toe, als voorwaarde dat de overname buiten de publiciteit zou blijven, zodat het Pruisische parlement geen bezwaar kon maken. Nederland had intussen al geprobeerd om Limburg, dat voor een deel onderdeel was geweest van de Duitse bond, nu weg te houden bij de Noord-Duitse bond. Bismarck keurde dit echter niet goed en stelde dat het Nederlandse, oostelijke deel van Limburg zou worden geannexeerd als het niet zou toetreden tot de Noord-Duitse Bond. Nederland vroeg daarom bij Frankrijk om militaire steun, als Pruisen daadwerkelijk Limburg zou binnenvallen. Frankrijk wilde deze steun verlenen, maar eiste als voorwaarde de overname van Luxemburg.

Koning Willem III en Jules van Zuylen van Nijevelt, zijn minister van Buitenlandse Zaken, stemden toe met deze voorwaarde om Luxemburg als groothertogdom te verkopen aan Frankrijk. Dit was deels omdat Nederland bang was voor de steeds groter wordende macht van Pruisen, deels omdat Willem III financiële problemen had en voor de overname 5 miljoen gulden zou ontvangen.

Voor de zekerheid raadpleegde Willem III wel nog Pruisen, waardoor de kwestie toch nog in de publiciteit belandde. Intussen moest Luxemburg de verklaring van overname ook nog tekenen en dreigde Napoleon III met een oorlog als de overdracht alsnog niet zou doorgaan. Aangezien de kwestie in de publiciteit was beland, was het Pruisische parlement inmiddels ook op de hoogte. Hierdoor veranderde Bismarck plots van standpunt, ook onder de druk van de Duitse publieke opinie die het afstaan van Luxemburg aan de Fransen als een schandaal zagen. Door de politieke druk vanuit het Pruisische parlement dreigde Bismarck nu met een oorlogsverklaring aan zowel Frankrijk als Nederland wanneer de overname wel doorging. Luxemburg was intussen dus een speelbal geworden tussen Pruisen en Frankrijk, wat ook wel de Luxemburgse kwestie wordt genoemd.

De oplossing

Oplossing Luxemburgse kwestie

Uit vrees voor een grote Europese oorlog boden diverse landen aan te bemiddelen in het conflict, maar een oplossing werd niet gevonden. Nederland zelf wilde al snel de overname toch niet door laten gaan, omdat het land Pruisen meer vreesde dan Frankrijk. Om de Luxemburgse kwestie op te lossen, werd in mei 1867 het Tweede Congres van Londen bijeengeroepen door de Russische minister van Buitenlandse Zaken. Het congres stond onder voorzitterschap van Groot-Brittannië, maar van alle Europese grootmachten waren vertegenwoordigers aanwezig. Tijdens dit congres werd de neutraliteit van Luxemburg gegarandeerd. In het Verdrag van Londen werd Luxemburg onafhankelijk verklaard, maar bleef het nog wel in personele unie met Nederland verenigd (dit betekent dat beide staten onafhankelijk zijn, maar hetzelfde staatshoofd houden). Zowel Luxemburg als Limburg zouden geen lid worden van de Noord-Duitse Bond. Pruisen moest zijn militaire garnizoen uit Luxemburg terugtrekken.

De nasleep

Nasleep Luxemburgse kwestie

In het Nederlandse parlement werd het optreden van de minister van Buitenlandse Zaken, Jules van Zuylen van Nijevelt erg bekritiseerd. Hij had namelijk door de goedkeuring voor de verkoop door de koning de neutraliteit van Nederland in gevaar gebracht. Ook de populariteit van Willem III liep een grote deuk op, aangezien hij vanuit eigenbelang bijna een oorlog in zijn koninkrijk had veroorzaakt. Hiervoor was van Zuylen ministerieel verantwoordelijk. Er ontstond grote onrust in de politiek hierdoor, waarbij de Tweede Kamer eiste dat het kabinet zou aftreden. Dit gebeurde niet, waardoor de Tweede Kamer besloot de begroting van Buitenlandse Zaken te verwerpen. Hierna liet een woedende koning de Tweede kamer ontbinden. Het nieuwe parlement was het echter niet eens met de ontbinding van de vorige kamer en keurde opnieuw de begroting niet goed. Hierna besloot het kabinet toch af te treden en ontstond de regel dat de Tweede Kamer vanwege hetzelfde conflict maar 1 keer ontbonden mag worden.

Voor Bismarck leidde de Luxemburgse kwestie tot de wens om na Oostenrijk ook Frankrijk de superioriteit van Pruisen te laten zien. Uiteindelijk zou dit een paar jaar later gebeuren, tijdens de Frans-Duitse Oorlog van 1870.

Video

Wil je nog een samenvatting op video zien over de Luxemburgse kwestie? Kijk dan onderstaande video.

Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren
Bekijken als Rooster Lijst

4 Items

per pagina
Aflopend sorteren

Ontvang exclusieve tips in het examenjaar

Graag helpen we jou in het examenjaar richting je diploma!
Zit jij in je examenjaar en wil jij slagen? Schrijf je dan in voor:

Exclusieve tips
De geheimen van het eindexamen
Een template voor jouw leerplanning
Dat extra zetje in de rug

Ik ben