Examen Scheikunde VWO 2017

Samenvatting
Examentips
Oude examens

Kun jij met gemak reactievergelijkingen opstellen en ken je het periodiek systeem als je broekzak? Kun jij rekenen met chemische reacties? Op deze pagina kun je alles lezen over het examen Scheikunde VWO.

De examenstof

Het examen Scheikunde VWO 2017 bestaat uit een aantal onderdelen, namelijk:

1. Stoffen en materialen in de chemie

In dit onderdeel worden deeltjes en bindingen besproken. Je moet weten hoe atomen zijn opgebouwd uit protonen, neutronen en elektronen. Ook moet je kunnen omgaan met atoomnummers en elementen kunnen aflezen uit het periodiek systeem. Je moet verder van verschillende elementen weten hoeveel bindingen een atoom aan kan gaan. Dit wordt ook wel de covalentie genoemd.

Moleculaire stoffen bestaan uit moleculen. Op het examen is het handig als je de symbolen kent van enkele belangrijke metalen, niet-metalen, stoffen, zouten, zuren en basen. Daarnaast moet je structuren van koolstofverbindingen goed kennen. Zorg dat je goed kunt werken met Binas.

Stoffen zijn op te delen in zuivere stoffen en mengsels. Ook zijn stoffen op te delen in moleculaire stoffen, zouten, metalen of niet-metalen. Je moet op het examen van elk soort bepaalde eigenschappen kennen. Bijvoorbeeld het kookpunt, smeltpunt, ontleedbaarheid en vorm (vast, vloeibaar, gas). Verder moet je per soort begrijpen wat voor bindingen mogelijk zijn. Daarnaast moet je een verband kunnen leggen tussen de structuur en eigenschappen van een aantal stoffen.

2. Chemische processen en behoudswetten

In dit onderdeel moet je chemische processen kunnen beschrijven. Dit doe je door reactievergelijkingen op te stellen. Je moet weten wat zuren en basen zijn en hoe deze zijn opgebouwd. Op het examen moet je een zuur-base reactie kunnen opstellen. Daarnaast moet je kunnen beschrijven welke bindingen worden verbroken of gevormd bij verschillende processen. Denk aan verdampen, condenseren, smelten of stollen (let op, er zijn er meer). Verder moet je verschillende soorten reacties kennen. Zomoet je weten wat een redoxreactie is. Zorg dat je reactievergelijkingen hiervan kunt opstellen.

Op het examen moet je ook chemisch kunnen rekenen. Bijvoorbeeld om aan te kunnen geven hoeveel van een bepaald deeltje in een stof aanwezig is. Je moet onder andere de formules kennen om molaire massa, gehalte en molariteit te kunnen berekenen. Ook moet je kunnen omgaan met massapercentages, volumepercentages en dichtheid.

Bij een chemische reactie heb je input, reactie en output. Je moet in deze context de wet van behoud van energie kennen. Bij dit onderdeel moet je ook bepaalde kringlopen kennen. Denk aan de koolstofkringloop en stikstofkringloop. Stoffen reageren met elkaar, waardoor deze kunnen verdwijnen en nieuwe stoffen kunnen ontstaan. De reactiesnelheid geeft weer hoe snel de reactie tussen stoffen plaatsvindt. Zorg dat je weet welke factoren de reactiesnelheid beïnvloeden. Bijvoorbeeld temperatuur en concentratie.

Op het examen moet je weten wat een chemisch evenwicht is. Hierbij moet weten wat aflopende en omkeerbare reacties zijn. Bij een evenwichtsreactie moet je een evenwichtsconstante kunnen berekenen. Ten slotte moet je kunnen omgaan met energieberekeningen. Zorg dat je energiediagrammen kunt lezen en dat je het verschil kent tussen exotherme en endotherme reacties.

3. Ontwikkelen van chemische kennis

Dit onderdeel gaat in op chemische vakmethodes en procesontwerpen. Er zijn verschillende manieren om een mengsel van stoffen te scheiden. Je moet onder andere weten wat filteren, centrifugeren, destilleren en extraheren doet. Let op, er zijn meer scheidingsmethoden die je moet kennen. Wanneer je de aanwezigheid van een stof moet aantonen, zijn daar verschillende manieren voor. Op het examen moet je het principe van chromatografie, en in het bijzonder papierchromatografie en dunnelaagchromatografie, kennen.

Een ander onderwerp binnen dit onderdeel is chemische synthese. Je moet weten wat polymerisatie is en de verschillende vormen hiervan kennen. Zorg dat je weet wat thermoplasten en thermoharders zijn.

4. Innovatie en chemisch onderzoek

In het onderdeel innovatie en chemisch onderzoek wordt onder andere gekeken naar geleidbaarheid en reactiviteit. Je moet weten dat stoffen met vrije elektronen in hun rooster goed geleiden. Denk aan metalen en opgeloste ionen. Je moet verder weten dat metaalroosters makkelijk vervormbaar zijn en dat een legering dat tegengaat. Zorg ook dat je weet hoe roosterfouten kunnen ontstaan en wat voor rol de temperatuur speelt.

Een ander onderwerp gaat over selectiviteit en specificiteit. Structuurisomeren zijn stoffen met dezelfde molecuulformule, maar met een andere structuurformule. Zorg dat je van structuurisomeren de smelt- en kookpunten kunt opzoeken in Binas. Zorg dat je ook weet wat cis-trans-isomeren en spiegelbeeldisomeren zijn.

5. Industriële (chemische) processen

Naast diepe chemische kennis, moet je begrijpen hoe de industrie omgaat met chemie. Je moet hierbij chemische processen in de industrie kennen, weten hoe energieomzettingen werken en wat groene energie is. Zorg dat je het verschil kent tussen fijnchemie en bulkchemie, batchprocessen en continuprocessen. Zorg verder van je weet hoe een productieproces gebruikmaakt van reactoren, scheidingsinstallaties, warmtewisselaars en koelwater. Je moet de stappen in een chemisch proces kunnen beschrijven. Hierbij moet je gebruik kunnen maken van blokschema’s.

Omdat grondstoffen op kunnen raken en het milieu moet worden beschermd, wordt ook de chemiesector verduurzaamd. Je moet weten hoe reactieomstandigheden kunnen worden aangepast en hoe katalysatoren tot minder energieverbruik kunnen leiden. Het nuttige deel van energie kun je met de kwalitatieve energiebeschouwing meten. Je moet verder weten wat onvolledige omzetting en bijproducten zijn. Ook moet je het verschil kennen tussen overmaat en ondermaat.

In het onderdeel energieomzetting moet je begrijpen wat fossiele brandstoffen zijn en hoe generatoren werken. Vergroening van brandstof wordt geprobeerd te bereiken met onder andere biomassa en biodiesel. Daarnaast moet je weten hoe olieraffinaderijen werken en hoe gefractioneerde destillaties via kraken en reformen aardolie omzetten in andere producten.

6. Maatschappij, chemie en technologie

In het laatste onderdeel moet je chemie in de context van de maatschappij en het leven kunnen plaatsen. Je moet weten hoe eiwitten uit aminozuren bestaan. Daarnaast moet je weten hoe enzymen processen in het lichaam sneller doen verlopen. Je moet onder andere het enzym-substraat-complex kennen. Koolhydraten zijn brandstoffen voor het lichaam. Je moet het verschil kennen tussen monosachariden, disachariden en polysachariden. Ook vetten zijn brandstoffen. Je moet het weten wat het verschil is tussen verzadigde en onverzadigde vetten.

Een ander onderdeel gaat over milieueffectrapportages. Je moet weten wat dit inhoudt en wanneer de overheid hierom vraagt. Ten slotte moet je weten hoe een kolencentrale en een aardgascentrale werkt.

Het examen Scheikunde VWO

Scheikunde is de wetenschap die de samenstelling en bouw van stoffen onderzoekt. Op het examen Scheikunde VWO 2017 komen vijf hoofdonderwerpen terug. Het examen Scheikunde VWO bestaat uit open vragen over deze onderwerpen. Hieronder leggen we uit wat voor vragen je kunt verwachten.

Op het centraal examen Scheikunde moet je deeltjesmodellen kunnen beschrijven en eigenschappen van stoffen en materialen kennen. En kennis hebben van bindingen. Ook wordt er verwacht dat je chemische reacties, kringlopen en productieprocessen scheikundig kunt uitleggen. Ten slotte dien je scheikundige berekeningen te kunnen uitvoeren.

Andere vragen gaan rechtstreeks over de begrippen. Leer de begrippen daarom goed. Laat je eventueel overhoren door een klasgenoot. Daarnaast komt het ook voor dat je begrippen in een context moet plaatsen. Probeer goed te letten op de relatie van de begrippen in combinatie met een groter onderwerp.

Hoe kunnen wij jou helpen bij het eindexamen?

Wij geloven dat iedereen kan slagen voor het eindexamen. Om jou te helpen goed voorbereid het examen in te gaan, hebben wij de volgende drie hulpmiddelen voor jou:

De examenperiode is de meest stressvolle tijd van de middelbare school. Maar als jij onze samenvatting goed doorneemt, veel oefenvragen maakt en onze examentips leest, dan ga jij straks slagen voor het eindexamen!

3 Items

per pagina
Aflopend sorteren
  1. Samenvatting Scheikunde (VWO) €12

    Van € 9,00

    Naar € 15,00

  2. Samenvatting + Oefenboek Scheikunde (VWO) €26
    € 26,00 Normale prijs € 28,00

3 Items

per pagina
Aflopend sorteren