Gratis verzending vanaf 30 euro
Binnen 2 werkdagen in huis
Digitaal te lezen in de app
60.000+ leerlingen gingen je voor

Examen Economie VWO 2023

Direct naar onze producten
Bekijken als Rooster Lijst

6 Items

per pagina
Aflopend sorteren
Bekijken als Rooster Lijst

6 Items

per pagina
Aflopend sorteren
Binnen 2 werkdagen in huis
Direct te lezen in de app
Veilig betalen
60.000+ leerlingen gingen je voor

Weet jij alles over macro-economie, productie en consumptie? Begrijp jij waar het ze het over hebben tijdens RTL Z en kun je dat in perspectief plaatsen? Op deze pagina kun je alles lezen over het examen Economie VWO.

De examenstof

Het examen Economie VWO 2023 bestaat uit een aantal onderdelen, namelijk:

1. Markt

Het onderdeel markt gaat over vraag en aanbod. Je moet weten hoe de prijs van een product kan variëren. De prijs wordt onder andere beïnvloed door budget, voorkeur en substitueerbare producten. Hoe meer keuze, hoe hoger het aanbod en lager de prijs (en vice versa). Naast individuele vraag, is belangrijk ook de collectieve vraag te kunnen bepalen. Een belangrijk begrip hierbij is de prijselasticiteit. Op het examen moet je ook (individuele of collectieve) vraaglijnen en aanbodlijnen kunnen interpreteren. Daarnaast moet je de afzet en omzet van een bedrijf kunnen berekenen. Zorg ook dat je weet wat vaste en variabele kosten zijn of wat de marginale opbrengst is.

Een tweede onderwerp gaat over marktstructuur. Je moet hierbij de belangrijkste kenmerken van een markt kunnen benoemen. Denk aan aantal aanbieders, aard van het goed en toetredingsbarrières. Daarnaast moet je de verschillende marktvormen kennen. Bijvoorbeeld volkomen concurrentie of monopolie. De hoeveelheid winst die kan worden gemaakt hangt vaak samen met het type markt en het aantal concurrenten. Zorg verder dat je begrijpt hoe bedrijven prijsdiscriminatie toepassen.

Het laatste onderdeel is doelmatigheid en economische politiek. Welvaart is onder andere uit te drukken in het consumenten- en producentensurplus. Hoe hoger het surplus, hoe hoger de welvaart. De overheid ziet graag efficiënte markten, aangezien die tot het grootste surplus leiden. Zorg dat je weet hoe de overheid het marktevenwicht kan beïnvloeden. Denk aan prijsregulering, heffingen, subsidies of regelgeving.

2. Ruilen over de tijd

Dit onderdeel kijkt naar ruil. Begrippen als sparen en lenen hebben invloed op ruilen. Lenen voor een aankoop gaat ten koste van consumptie in de toekomst. Sparen gaat ten koste van consumptie op dit moment. Een factor die meespeelt bij de keuze om te sparen of lenen is de rente. Je moet het verschil tussen de nominale en reële rente kennen en hiermee kunnen rekenen.

Op de vermogensmarkt komen vraag en aanbod van financiële middelen samen. De prijs hiervoor is uitgedrukt in de rente. Je moet weten welke spelers op de vermogensmarkt actief zijn en waarom. Verder moet je op het examen de eindwaarde en contante waarde kunnen berekenen.

Bij intertemporele ruil (ofwel ruilen over de tijd) moet je de voornaamste vormen kennen voor gezinnen en de overheid. Pensioen is de belangrijkste vorm voor gezinnen die je op het examen moet kennen. Je moet het verschil kennen tussen waardevaste pensioenen en welvaartsvaste pensioenen. Daarnaast moet je weten wat het omslagstelsel is en hoe dit verschilt met het kapitaaldekkingsstelsel.

De overheid leent om begrotingstekorten te kunnen afdekken. Dit doet de staatsschuld stijgen, waarbij de belastingbetaler over de tijd de schuld terugbetaalt via belastingen. De rekening wordt in die gevallen naar komende generaties verschoven. Ditzelfde effect zie je terug bij het omslagstelsel en de pensioenen.

3. Samenwerking en onderhandeling

In dit onderdeel komen een paar theorieën terug die onderliggend zijn aan de manier waarop economen naar samenwerken en onderhandelen kijken. Zorg dat je weet wat de speltheorie is. In dat kader moet je weten wat zaken als het gevangenendilemma, de dominante strategie en het Nash-evenwicht zijn. Het gevangenendilemma laat het verschil zien tussen eigenbelang en collectief belang.

Daarnaast moet je in dit hoofdstuk het verschil kennen tussen een simultaan spel en een sequentieel spel. Bij een simultaan spel bepalen spelers hun actie tegelijkertijd, zonder kennis van wat de ander doet. Bij een sequentieel spel beslissen spelers om de beurt. De speler die als eerste een beslissing neemt is hier in het voordeel, maar moet wel de reactie van de andere spelers afwachten. Een spelboom of beslisboom brengt de mogelijke acties inzichtelijk.

Bij het onderdeel suboptimale situaties moet je weten hoe partijen door te samenwerken en te onderhandelen zich kunnen ontdoen van het gevangenendilemma. Zorg dat je collectieve goederen ook kunt plaatsen in de context van de speltheorie. Collectieve goederen kennen namelijk ook het gevangenendilemma, omdat niemand hier vrijwillig voor zou willen betalen. Dit soort goederen zou vervolgens meeliftgedrag kunnen uitlokken. Zorg verder dat je weet wat verzonken kosten zijn en welke middelen kunnen worden ingezet om positieve en negatieve externe effecten te beïnvloeden.

4. Risico en onderhandelen

De economie wordt beïnvloed door het bestaan van risico’s. Zorg dat je weet wat een risico is en hoe verzekeringen risico’s kunnen afdekken. Belangrijk is om te weten dat de hoogte van de premie in relatie staat tot de hoogte van het risico. In de relatie verzekeraar/verzekerde is er sprake van asymmetrische informatie. Zorg dat je begrijpt wat dit inhoudt en hoe dit het risico en de premie beïnvloedt. Afhankelijk van de hoeveelheid informatie die de verzekeraar over een verzekerde heeft, kan het risico anders worden ingeschat. De premie kan hierdoor per verzekerde anders zijn.

Sommige risico’s zijn verhandelbaar op de kapitaalmarkt. Deze risico’s worden effecten genoemd. Zorg dat je weet wat aandelen, bedrijfs- en staatsobligaties zijn. Doordat beleggers risico lopen op de effecten, verwachten zij een premie. Dit wordt het rendement genoemd. Zorg dat je weet hoe je het rendement kunt berekenen.

5. Welvaart en groei

Dit onderdeel kijkt naar de economie op macroniveau. Je moet het concept van toegevoegde waarde begrijpen en weten hoe het bruto binnenlands product (bbp) wordt berekend. Zorg dat je de economische kringloop tussen bedrijven, overheid, financiële instellingen, gezinnen en buitenland kent. De nationale rekeningen geven de inkomsten en uitgaven van de Nederlandse economie weer. Daarnaast moet je de welvaart kunnen meten.

Bij het subdomein structurele groei moet je weten hoe productiefactoren op kwalitatieve en kwantitatieve manieren kunnen bijdragen aan economische groei. Ook moet je de formule van de productiefunctie begrijpen en weten wat er wordt bedoeld met de totale factorproductiviteit.

Bij het subdomein inkomen, welvaart en welzijn moet je weten hoe er wordt bedoeld met de brede welvaart van huishoudens, en hoe dit verschilt van puur financiële welvaartsmaatstaven. Ook moet je weten wat het groen bbp is.

Bij het subdomein ongelijkheid en herverdeling moet je weten wat inkomensongelijkheid is en hoe dit in een land te meten is aan de hand van de Gini-coëfficiënt. Daarnaast moet je begrijpen hoe het Nederlandse belastingstelsel is opgebouwd en of deze progressief, degressief of proportioneel wordt ingestoken.

Bij het subdomein arbeidsmarkt en werkloosheid moet je weten hoe de arbeidsmarkt werkt en waar deze uit bestaat. Zorg dat je weet wat het verschil is tussen de vraag naar arbeid en het aanbod van arbeid. Daarnaast moet je verschillende soorten werkloosheid kennen.

6. Goede tijden, slechte tijden

In het eerste subdomein van dit hoofdstuk wordt ingegaan op de conjunctuur. Zorg dat je weet wat het verschil is tussen hoogconjunctuur en laagconjunctuur, en wat de gevolgen van beiden zijn voor de inkomsten en uitgaven van de overheid. Verder moet je weten wat de output gap is en kunnen rekenen met verschillende indexcijfers.

In het subdomein begrotingsbeleid komt aan bod wat het verschil is tussen een procyclisch en een anticyclisch begrotingsbeleid. Zorg dat je weet welke effecten beiden hebben. Ook moet je weten wat in- en uitverdieneffecten zijn.

In het subdomein monetair beleid en centrale bank moet je weten welke rol de ECB in het financiële stelsel heeft, en hoe de ECB de inflatie, de wisselkoers en de maatschappelijke geldhoeveelheid kan beïnvloeden met haar rentebeleid. Ook moet je exact weten hoe de wisselkoers van een valuta werkt en hoe deze de internationale concurrentiepositie van een land kan beïnvloeden. Ten slotte moet je weten wat de voor- en nadelen van een muntunie zijn en aan welke criteria een muntunie moet voldoen om te worden gezien als een optimaal valutagebied.

In het laatste subdomein moet je het IS-MB-GA model kunnen toepassen in een gesloten economie. Met dit model kun je uitleggen wat het verband is tussen inkomen, rente en inflatie. De basis hiervan is het Keynesiaanse model. Zorg dat je weet hoe dit model werkt. Je moet verder kunnen uitleggen wanneer de IS-curve, de MB-curve en de GA-curve verschuiven en welke kant ze dan op verschuiven.

Het examen Economie VWO

Economie is de wetenschap die zich bezighoudt met productie, consumptie en de verspreiding van geld, goederen en diensten. Op het examen Economie VWO 2023 komen zes hoofdonderwerpen terug. Het examen bestaat uit open vragen over deze onderwerpen. Hieronder leggen we uit wat voor vragen je kunt verwachten.

Je moet weten hoe vraag en aanbod werken en kunnen uitleggen hoe ruil over de tijd plaatsvindt. Ook moet je begrijpen dat wanneer (markt)partijen tegenstrijdige belangen hebben, het beter is om samen te werken en te onderhandelen. Je dient te weten hoe verschillende partijen omgaan met risico’s, wat de oorzaken zijn van economische groei en hoe de welvaart is verdeeld. Ten slotte moet je kunnen uitleggen waarom er sprake is van korte termijn schommelingen in economische activiteiten, welke mogelijkheden en grenzen er zijn voor conjunctuurbeleid en hoe je met het IS-MB-GA model het inkomen, de rente en de inflatie kunt analyseren.

Andere vragen gaan rechtstreeks over de begrippen. Leer de begrippen daarom goed. Laat je eventueel overhoren door een klasgenoot. Daarnaast komt het ook voor dat je begrippen in een context moet plaatsen. Probeer goed te letten op de relatie van de begrippen in combinatie met een groter onderwerp.

Hoe kunnen wij jou helpen bij het eindexamen?

Wij geloven dat iedereen kan slagen voor het eindexamen. Om jou te helpen goed voorbereid het examen in te gaan, hebben wij de volgende drie hulpmiddelen voor jou:

De examenperiode is de meest stressvolle tijd van de middelbare school. Maar als jij onze samenvatting goed doorneemt, veel oefenvragen maakt en onze examentips leest, dan ga jij straks slagen voor het eindexamen!