Examen Economie VWO 2017

Samenvatting
Examentips
Oude examens

Weet jij alles over macro-economie, productie en consumptie? Begrijp jij waar het ze het over hebben tijdens RTL Z en kun je dat in perspectief plaatsen? Op deze pagina kun je alles lezen over het examen Economie VWO.

De examenstof

Het examen Economie VWO 2017 bestaat uit een aantal onderdelen, namelijk:

1. Markt

Het onderdeel markt gaat over vraag en aanbod. Je moet weten hoe de prijs van een product kan variëren. De prijs wordt onder ander beïnvloed door budget, voorkeur en substitueerbare producten. Hoe meer keuze, hoe hoger het aanbod en lager de prijs (en vice versa). Naast individuele vraag, is belangrijk ook de collectieve vraag te kunnen bepalen. Een belangrijk begrip hierbij is de prijselasticiteit. Daarnaast moet je afzet en omzet kunnen berekenen. Zorg ook dat je weet wat vaste en variabele kosten zijn of wat marginale opbrengst is.

Een tweede onderwerp gaat over markt en toetreding. Je moet hierbij de belangrijkste kenmerken van een markt kunnen benoemen. Denk aan aantal aanbieders, aard van het goed en toetredingsbarrières. Daarnaast moet je de verschillende marktvormen kennen. Bijvoorbeeld volkomen concurrentie of monopolie. De hoeveelheid winst die gemaakt kan worden hangt vaak samen met het type markt en het aantal concurrenten. Zorg dat je verder begrijpt hoe bedrijven prijsdiscriminatie toepassen.

Het laatste onderdeel is welvaart en economische politiek. Welvaart is onder andere uit te drukken in het consumenten- en producentensurplus. Hoe hoger het surplus, hoe hoger de welvaart. De overheid ziet graag efficiënte markten, aangezien die tot het grootste surplus leiden. Zorg dat je weet hoe de overheid het marktevenwicht kan beïnvloeden. Denk aan prijsregulering, subsidie of regelgeving. Zorg dat je weet welke middelen kunnen worden ingezet om positieve en negatieve externe effecten te beïnvloeden.

2. Ruilen over de tijd

Dit onderdeel kijkt naar ruil. Begrippen als sparen en lenen hebben invloed op ruilen. Lenen voor een aankoop gaat ten koste van consumptie in de toekomst. Sparen gaat ten koste van consumptie op dit moment. Een factor die meespeelt bij de keuze om te sparen of lenen is de rente. Je moet het verschil tussen de nominale en reële rente kennen en hiermee kunnen rekenen.

Op de vermogensmarkt komen vraag en aanbod van financiële middelen samen. De prijs hiervoor is uitgedrukt in de rente. Je moet weten welke spelers op de vermogensmarkt actief zijn en waarom. Verder moet je op het examen de eindwaarde en contante waarde kunnen berekenen.

Bij intertemporele ruil (ofwel ruilen over de tijd) moet je de voornaamste vormen kennen voor gezinnen, bedrijven en overheid. Pensioen is de belangrijkste vorm voor gezinnen die je op het examen moet kennen. Je moet het verschil kennen tussen waardevaste pensioenen en welvaartsvaste pensioenen. Daarnaast moet je weten wat het omslagstelsel is en hoe dit verschilt met het kapitaaldekkingsstelsel. Bedrijven doen investeringen. Investeringen zijn ook een voorbeeld van ruilen over de tijd. Rente is hier een belangrijk component.

De overheid leent om begrotingstekorten te kunnen afdekken. Dit doet de staatsschuld stijgen, waarbij de belastingbetaler over de tijd de schuld terugbetaalt via belastingen. De rekening wordt in die gevallen naar komende generaties verschoven. Ditzelfde effect zie je terug bij het omslagstelsel en de pensioenen.

3. Samenwerking en onderhandeling

In dit onderdeel komen een paar theorieën terug die onderliggend zijn aan de manier waarop economen naar samenwerken en onderhandelen kijken. Zorg dat je weet wat de speltheorie is en wat de dominante strategie en het gevangenendilemma zijn. Deze theorie laat het verschil zien tussen eigenbelang en collectief belang. Zorg dat je collectieve goederen kunt plaatsen in de context van de speltheorie. Bij het onderdeel onderhandelen is het goed om te weten wat verzonken kosten zijn.

Bij een sequentieel spel beslissen spelers om de beurt. De speler die als eerste een beslissing neemt is hier in het voordeel, maar moet wel de reactie van de andere spelers afwachten. Een spelboom of beslisboom brengt de mogelijke acties inzichtelijk. Collectieve goederen kennen ook het gevangenendilemma, omdat niemand hier vrijwillig voor zou willen betalen. Dit soort goederen zou vervolgens meeliftgedrag kunnen uitlokken.

4. Risico en onderhandelen

De economie wordt beïnvloed door het bestaan van risico’s. Zorg dat je weet wat een risico is en hoe verzekeringen risico’s kunnen afdekken. Belangrijk is om te weten dat de hoogte van de premie in relatie staat tot de hoogte van het risico. In de relatie verzekeraar/verzekerde is er sprake van asymmetrische informatie. Zorg dat je begrijpt wat dit inhoudt en hoe dit het risico en de premie beïnvloedt. Afhankelijk van de hoeveelheid informatie die de verzekeraar over een verzekerde heeft, kan het risico anders worden ingeschat. De premie kan hierdoor per verzekerde anders zijn.

Binnen bedrijven is het goed om te weten hoe een risicobalans is opgesteld door te kijken naar het eigen vermogen ten opzichte van het vreemd vermogen. Wanneer een bedrijf meer eigen vermogen heeft, heeft het geld in kas om rekeningen te betalen. Met veel vreemd vermogen lopen de schulden op, waarmee het risico toeneemt dat het geld niet wordt terugbetaald. Wie het bedrijf is en waar dit risico wordt neergelegd verschilt per rechtsvorm. Zorg dat je de verschillende rechtsvormen van bedrijven kent.

Sommige risico’s zijn verhandelbaar op de kapitaalmarkt. Deze risico’s worden effecten genoemd. Zorg dat je weet wat aandelen, bedrijfs- en staatsobligaties zijn. Doordat beleggers risico lopen op de effecten verwachten zij een premie. Dit wordt het rendement genoemd. Zorg dat je weet hoe je het rendement kunt berekenen.

5. Welvaart en groei

Het onderdeel welvaart kijkt naar de economie op macroniveau. Zorg dat je de economische kringloop tussen bedrijven, overheid, financiële instellingen, gezinnen en buitenland kent. De nationale rekeningen geven de inkomsten en uitgaven van de Nederlandse economie weer. Daarnaast moet je de welvaart kunnen meten. Je moet het concept van toegevoegde waarde begrijpen en het bruto binnenlands product (bbp) kunnen berekenen. Van het bbp is het goed om te weten wat de voordelen zijn, maar ook welke beperkingen meten met bbp kent. Zorg dat je ook de Human Development Index kent.

Welvaart kun je op twee manieren weergeven. In enge zin en ruime zin. Zorg dat je de verschillen kent. Daarnaast moet je het systeem van de nationale rekeningen begrijpen en weten hoe het nationaal inkomen wordt berekend. De Lorenz-curve is een lijn die de verdeling van het bbp over de inwoners van een land weergeeft. Ook hiermee moet je kunnen rekenen op het examen. Daarnaast moet je begrijpen hoe het Nederlandse belastingstelsel is opgebouwd en of deze progressief, degressief of proportioneel wordt ingestoken.

In het onderwerp groei is het belangrijk om te weten hoe de structuur van de economie is opgebouwd. En wat de belangrijkste macro-economische kenmerken hiervan zijn. Groei kan over verschillende schalen worden gemeten. Zorg dat je onder andere de loonquote, arbeidsquote en economische groei kunt berekenen. Een deel van de groei in een land komt van handel met het buitenland. Het is daarom belangrijk om te weten welke rol vrijhandel en invoerrechten spelen.

6. Goede tijden, slechte tijden

In het laatste onderdeel wordt ingegaan op de conjunctuur. Je moet hierbij de verkeersvergelijking van Fisher kennen. Maar ook begrijpen hoe inflatie en deflatie invloed hebben op de economie. Ken de factoren die invloed hebben op de conjunctuur. Denk hierbij aan prijsontwikkeling, loonontwikkeling en werkloosheid. Ook wisselkoersen spelen een rol. Je moet weten hoe wisselkoersen werken en wat het effect van wisselkoersen op de economie van een land is.

Er kan over de tijd sprake zijn van hoogconjunctuur en laagconjunctuur. Zorg dat je beiden kent en weet wat de impact is op de eerdergenoemde factoren. Zorg dat je kunt rekenen met inflatie en de consumentenprijsindex. Om conjunctuurschommelingen tegen te gaan, kan de overheid een aangepast beleid voeren. Dit kan procyclisch of anticyclisch zijn. Zorg dat je weet wat dit inhoudt en wat de verwachte effecten zijn. Ken ook de manieren waarop de overheid de internationale concurrentiepositie kan versterken. Bijvoorbeeld via loonmatiging of het verhogen van de arbeidsproductiviteit. De laatste jaren speelt de ECB een steeds belangrijkere rol. Zorg dat je de rol van de ECB kent.

Het examen Economie VWO

Economie is de wetenschap die zich bezighoudt met productie, consumptie en de verspreiding van geld, goederen en diensten. Op het examen Economie VWO 2017 komen zes hoofdonderwerpen terug. Het examen bestaat uit open vragen over deze onderwerpen. Hieronder leggen we uit wat voor vragen je kunt verwachten.

Je moet weten hoe vraag en aanbod werken en kunnen uitleggen hoe ruil over de tijd plaatsvindt. Ook moet je begrijpen dat wanneer (markt)partijen tegenstrijdige belangen hebben, het beter is om samen te werken en te onderhandelen. Je dient te weten hoe verschillende partijen omgaan met risico’s, wat de oorzaken zijn van economische groei en hoe de welvaart is verdeeld. Ten slotte moet je kunnen uitleggen waarom er sprake is van korte termijn schommelingen in economische activiteiten. En welke mogelijkheden en grenzen er zijn voor conjunctuurbeleid.

Andere vragen gaan rechtstreeks over de begrippen. Leer de begrippen daarom goed. Laat je eventueel overhoren door een klasgenoot. Daarnaast komt het ook voor dat je begrippen in een context moet plaatsen. Probeer goed te letten op de relatie van de begrippen in combinatie met een groter onderwerp.

Hoe kunnen wij jou helpen bij het eindexamen?

Wij geloven dat iedereen kan slagen voor het eindexamen. Om jou te helpen goed voorbereid het examen in te gaan, hebben wij de volgende drie hulpmiddelen voor jou:

De examenperiode is de meest stressvolle tijd van de middelbare school. Maar als jij onze samenvatting goed doorneemt, veel oefenvragen maakt en onze examentips leest, dan ga jij straks slagen voor het eindexamen!

3 Items

per pagina
Aflopend sorteren
  1. Samenvatting Economie (VWO) €12

    Van € 9,00

    Naar € 15,00

  2. Samenvatting + Oefenboek Economie (VWO) €26
    € 26,00 Normale prijs € 28,00

3 Items

per pagina
Aflopend sorteren