Het examen Aardrijkskunde VWO in 2018

Samenvatting
Examentips
Oude examens

Begrijp jij de geografie van de aarde en snap jij al volledig hoe bijvoorbeeld cultuur, milieu, landschap, natuur en verkeer hierin acteren? Op deze pagina kun je alles lezen over het examen Aardrijkskunde VWO.

De examenstof

Het examen Aardrijkskunde VWO 2018 bestaat uit een aantal onderdelen, namelijk:

1. Wereld: samenhangen en verschillen in de wereld

Dit eerste onderdeel gaat over globalisering en tijd-ruimtecompressie, mondiale spreidingspatronen en grootstedelijke gebieden.

Globalisering is het proces van wereldwijde economische, politieke en culturele integratie. Op het examen moet je de kenmerken van globalisering kennen op elk van deze dimensies. Ook moet je de wereld-systeem theorie kennen. Je moet deze theorie kunnen toepassen op de verschuiving van productie naar lagelonenlanden of de groei van megasteden. Globalisering wordt mogelijk gemaakt door het begrip tijd-ruimtecompressie. Je moet het verschil kennen tussen relatieve en absolute afstand. Daarnaast moet je technologische ontwikkelingen in transport en IT hierop kunnen toepassen. Ten slotte moet je het proces van globalisering en de economisch, politieke en geografische impact door de eeuwen heen op hoofdlijnen kunnen beschrijven.

Mondiale spreidings- en relatiepatronen gaat in op de manier waarop landen kunnen worden gecategoriseerd en vergeleken. Belangrijke begrippen hierbij zijn bevolkingsdichtheid en urbanisatiegraad. Zorg verder dat je begrijpt hoe demografische, sociale, culturele en economische factoren het sterfte- en geboortecijfer in een gebied beïnvloeden. Welvaart in een gebied of tussen gebieden kun je meten onder andere via het bruto nationaal product. Je moet de voordelen, maar ook de beperkingen van dit soort indicatoren kennen.

Globalisering leidt tot het ontstaan van wereldsteden. Dit zijn steden die wereldwijd een belangrijke economische, culturele of politieke rol spelen. De top-3 wereldsteden zijn New York, Londen en Tokyo. Je moet op het examen de kenmerken van een wereldstad kunnen benoemen. Zorg dat je in deze context ook begrippen als metropool, stedelijk netwerk en mainportregio kunt beschrijven. Op het examen moet je drie stedelijke gebieden in de Verenigde Staten kennen. Dit zijn New York, Los Angeles en Washington. Zorg dat je van elk gebied de economische, culturele en politieke eigenschappen kent.

2. Aarde: de aarde als natuurlijk systeem; samenhang en diversiteit

Dit onderdeel gaat over de aarde als natuurlijk systeem, landschapszones en het Middellandse Zeegebied.

De aarde heeft te maken met endogene en exogene processen. Deze processen hebben invloed op de vorming van de aarde. Endogene processen komen vanuit de aarde. Exogene processen beïnvloeden de aarde van buitenaf.

Bij endogene processen moet je de verschillende lagen van de aarde kennen. Door de vloeibare kern bewegen de bovenliggende platen. Zorg dat je de verschillen kent tussen divergerende, convergerende en transforme plaatgrenzen. Deze ‘platentektoniek’ zorgt voor het ontstaan van aardbevingen, vulkanen en gebergten. Zorg dat je weet hoe een vulkaan werkt, aardbevingen ontstaan of wat voor gebergten er kunnen ontstaan. Bij exogene processen moet je verwering, erosie en sedimentatie kunnen beschrijven. Bijvoorbeeld fysische- en chemische verwering. Of hoe materiaal bij erosie wordt getransporteerd en gesedimenteerd. Aardverschuivingen kunnen ook voor een groot transport van materiaal zorgen. Zorg dat je ook de verschillende vormen aardverschuivingen kent.

Endogene en exogene processen zorgen voor het creëren en afbreken van gesteente. In dit kader is het ook goed om de hydrologische, gesteentekringloop en koolstofkringloop te kunnen plaatsen. Zorg dat je snapt hoe water verdampt en via regen terugstroomt naar de zee. En hoe dit proces verwering en sedimentatie beïnvloedt. Daarnaast is het goed om verschillende soorten gesteente (en het ontstaan ervan) te kennen. Ten slotte moet je snappen hoe koolstof wordt opgeslagen en vrijkomt. Andere factoren die invloed uitoefenen op de buitenkant van de aarde, zijn de sferen rondom de aarde. Denk bijvoorbeeld aan de atmosfeer, hydrosfeer en biosfeer. Je moet hiervan onder andere de atmosferische en oceanische circulatie kennen. Zorg dat je begrijpt hoe hoge- en lagedrukgebieden ontstaan. En hoe warme en koude zeestromen lopen. Beide hebben grote invloed op het klimaat en het ontstaan van verschillende klimaatgebieden.

Bij het onderwerp landschapszones moet je de zes polaire zones kennen en begrijpen hoe landdegradatie het landschap doet veranderen. Zorg dat je de voornaamste vormen van landdegradatie kent. Denk bijvoorbeeld aan verzilting, overbeweiding en ontbossing. Ten slotte moet je de natuurlijke en landschappelijke kenmerken van het Middellandse Zeegebied kennen. Je moet begrijpen hoe tektonische platen het landschap hebben gevormd. Zorg dat je ook het klimaat in het gebied kent, en begrijpt hoe dit de vegetatie en waterbalans beïnvloedt.

3. Gebieden: afbakening en gebiedskenmerken

Dit onderdeel gaat over het gebied Zuidoost-Azië. Je moet de karakteristieken van dit gebied kennen en kunnen afzetten tegen andere regio’s. Ook moet je de ontwikkelingsprocessen in Zuidoost-Azië kennen.

Je moet van Zuidoost-Azië de relatieve en absolute ligging kennen. Je moet weten welke landen tot deze regio behoren en aan welke andere landen dit gebied grenst. Op geologisch gebied moet je begrijpen hoe tektonische platen het gebied hebben gevormd. Ook moet je de verschillende klimaten in het gebied kennen. Op sociaal vlak moet je weten waar er een bevolkingsdichtheid is en welke geloven aanwezig zijn. Daarnaast moet je de landen in het gebied op welvaart kunnen rangschikken. Maar ook weten wat het belang van landbouw en toerisme is voor de regio. Ten slotte moet je op hoofdlijnen de geschiedenis/ontwikkeling van het gebied sinds 1800 kunnen beschrijven.

De regio Zuidoost-Azië kent een proces van deagrarisatie, wat het urbanisatietempo verhoogt. Een deel van de mensen werkt in de formele sector. Echter niet iedereen vindt hier werk, waardoor er ook een vrij grote informele sector ontstaat. Je moet begrijpen wat de invloed van de informele sector op de officiële welvaartscijfers is. Ook moet je de verdeling van de beroepsbevolking over de sectoren kunnen beschrijven en weten wat de regio exporteert. Welvaart zorgt voor een verandering in demografie. Je moet het demografisch transitiemodel kennen en weten hoe de regio hierop scoort. Ten slotte is het belangrijk om te weten dat de regio meer emigratie dan immigratie kent.

Er bestaat een relatie tussen de beschikbaarheid van natuurlijke hulpbronnen en de mogelijkheid tot ontwikkeling van een land. Je moet de verdeling en spreiding van deze hulpbronnen over de regio kunnen beschrijven. Zorg dat je weet in hoeverre intensieve en extensieve landbouw mogelijk zijn in de regio. De regio heeft nog altijd te kampen met de erfenis van kolonisatie en oorlog. Je moet het proces van dekolonisatie kunnen beschrijven en de afhankelijkheidsrelatie met het westen kennen. Ten slotte moet je kunnen beschrijven hoe de regio ruilvoetverslechtering aanpakt.

4. Leefomgeving: nationale en regionale vraagstukken

Dit onderdeel gaat over de manier waarop Nederland met water en ruimtelijke vraagstukken rond steden omgaat.

Op het examen moet je de overstromingsgevaren voor Nederland kennen (vanuit de rivieren en de zee). En welke factoren de kans op een overstroming versterken. Bijvoorbeeld de gevolgen van klimaatverandering. Er zijn twee belangrijke rivieren die je op het examen moet kennen, namelijk de Rijn en Maas. Belangrijk is te snappen hoe deze rivieren zijn opgebouwd. Denk bijvoorbeeld aan het stroomstelsel en waar het water uit de rivier vandaan komt.

Om het water te managen worden onder ander dijken ingezet. Zorg dat je weet hoe dijken het water tegenhouden en tegelijkertijd de ruimte bieden. Daarnaast moet je de speerpunten uit het waterbeleid van de overheid kennen. Namelijk vasthouden, bergen en afvoeren. Verder moet je weten hoe rivierbedverruiming werkt. Ook moet je de kenmerken van de Nederlandse kust kennen. Zorg dat je de speerpunten uit het beleid van kustbeheer kent om de Basiskustlijn te handhaven.

Voor de ruimtelijke vraagstukken moet je op het examen de Randstad, mainports, Noordvleugel, Zuidvleugel en het Groene Hart kennen. Zorg dat je het verschil kent tussen sectoraal en regionaal beleid. Maar ook de criteria van ruimtelijke ordening. Daarnaast moet je het Nederlandse beleid tot de jaren ’90 en daarna kennen. Veel mensen wonen of werken in of rond grote steden. Deze dienen daarom goed bereikbaar te zijn. Tegelijkertijd raken grote steden snel vol, waardoor grondprijzen stijgen, verkeerscongestie toeneemt en het milieu vervuilder raakt. Om de druk van grote steden af te halen, wordt de trek naar grote steden op verschillende manier geremd. Hoge parkeertarieven is één voorbeeld. Regionale samenwerking en voorzieningen buiten de stad aanleggen zijn andere voorbeelden.

Naast stadsniveau, moet je op het examen ook weten wat woonwijken en buurten zijn. Belangrijk is te weten welke factoren de leefbaarheid van een buurt beïnvloeden. Zorg dat je weet hoe het stadsbestuur wijken leefbaar en veilig kan maken/houden.

Het examen Aardrijkskunde VWO

Aardrijkskunde is de leer van de aarde. Op het examen Aardrijkskunde VWO 2018 komen vier hoofdonderwerpen terug. Het examen bestaat enkel uit open vragen over deze onderwerpen. Hieronder leggen we uit wat voor vragen je kunt verwachten.

Op het centraal examen Aardrijkskunde moet je de sociaalgeografische aspecten van de wereld kennen. Ook moet je de fysisch-geografische aspecten kennen. Er wordt van je verwacht dat je relaties kunt leggen tussen de natuur en de samenleving. Voor de regio Zuidoost-Azië moet je dit in detail weten. Het is belangrijk de je de unieke kenmerken van Zuidoost-Azië en de verhoudingen tussen landen in de regio kunt uitleggen. Tenslotte moet je om kunnen gaan met ruimtelijke vraagstukken. Zowel op regionale en nationale schaal, met relevante internationale kaders.

Andere vragen gaan rechtstreeks over de begrippen. Leer de begrippen daarom goed. Laat je eventueel overhoren door een klasgenoot. Daarnaast komt het ook voor dat je begrippen in een context moet plaatsen. Probeer goed te letten op de relatie van de begrippen in combinatie met een groter onderwerp.

Hoe kunnen wij jou helpen bij het eindexamen?

Wij geloven dat iedereen kan slagen voor het eindexamen. Om jou te helpen goed voorbereid het examen in te gaan, hebben wij de volgende drie hulpmiddelen voor jou:

De examenperiode is de meest stressvolle tijd van de middelbare school. Maar als jij onze samenvatting goed doorneemt, veel oefenvragen maakt en onze examentips leest, dan ga jij straks slagen voor het eindexamen!

1 Item

per pagina
Aflopend sorteren
  1. Samenvatting Aardrijkskunde (VWO) €12

    Van € 9,00

    Naar € 15,00

1 Item

per pagina
Aflopend sorteren