Aardrijkskunde eindexamen HAVO 2018

Samenvatting
Examentips
Oude examens

Begrijp jij de geografie van de aarde en kun jij de belangrijkste kenmerken per regio in de wereld benoemen? Begrijp jij nationale en regionale vraagstukken in ons land als het gaat om mens, milieu, verkeer en natuur? Met andere woorden: ben jij goed voorbereid voor het Aardrijkskunde examen? Op deze pagina kun je alles lezen over het Aardrijkskunde eindexamen HAVO.

De examenstof Aardrijkskunde

Het Aardrijkskunde eindexamen HAVO 2018 bestaat uit een aantal onderdelen, namelijk:

1. Wereld: samenhangen en verschillen in de wereld

A. Mondiale spreidings- en relatiepatronen

Mondiale spreidings- en relatiepatronen gaat in op de manier waarop landen kunnen worden vergeleken. Er zijn verschillende indicatoren die je moet kennen. Bijvoorbeeld, op economisch vlak de verdeling van de beroepsbevolking en het bruto nationaal product. Qua demografische indicatoren zijn bevolkingsspreiding, bevolkingsgroei en bevolkingsdichtheid belangrijk. Ook valt de wereld op te delen op basis van culturele kenmerken. Elke manier van categoriseren kent echter nadelen of beperkingen. Leer deze beperkingen goed.

Om de mondiale spreiding goed te begrijpen is het belangrijk om het koloniaal verleden te snappen. Zorg dat je dit snapt in relatie tot de centrum-periferie verhouding. Belangrijk is ook te weten hoe deze verhouding tegenwoordig aan het veranderen is. Hierin speelt onder andere demografische transitie een rol. Maar ook (arbeids)migratie en vrijhandel. De internationale handel vindt met name plaats tussen de VS, EU en Japan. Het is goed om te begrijpen hoe dit langzaam verschuift door opkomende economieën.

B. Het proces van globalisering

In dit onderwerp staat het globalisering centraal. Belangrijk is te weten hoe technologische ontwikkelingen in transport en ICT relatieve afstanden verkleinen. Globalisering heeft economische, politieke en culturele oorzaken en gevolgen. Zorg dat je deze kenmerken kent.

Specifiek op het Aardrijkskunde eindexamen HAVO komen Groot-Brittannië en India terug. Van beiden moet je weten hoe globalisering van invloed is. Denk bij Groot-Brittannië aan het koloniaal verleden en de internationale arbeidsverdeling. Dat laatste heeft onder andere impact op de sociale en ruimtelijke segregatie. Zorg verder dat je op economisch vlak weet dat Groot-Brittannië een sterke financiële sector kent. Door de keuze voor de Brexit in 2016 is de economische en politieke toekomst van Groot-Brittannië echter onzeker geworden.

India was vroeger een exploitatiekolonie van Groot-Brittannië. Belangrijk is te begrijpen hoe beide landen dus een historische relatie hebben. India kent een grote IT-industrie en heeft een goed opgeleide Engelssprekende bevolking. Hierdoor is India (in combinatie met lage lonen) interessant voor multinationals om naar te outsourcen. Verder is de textiel- en kledingindustrie belangrijk voor India. Zorg dat je snapt dat door de opkomende economie van India, het land uit de periferie richting de semi-periferie verschuift.

2. Aarde: samenhangen en verschillen op aarde

A. Natuurlijke verschijnselen aan het aardoppervlak en in de atmosfeer

In dit onderwerp komt de opbouw van de aarde terug. De aarde heeft te maken met endogene en exogene processen. Deze processen hebben invloed op de vorming van de aarde. Endogene processen komen vanuit de aarde. Exogene processen beïnvloeden de aarde van buitenaf. Beide processen en de wisselwerking tussen beiden moet je goed kennen.

Om endogene processen te begrijpen, moet je allereerst de verschillende lagen van de aarde kennen. Door de vloeibare kern bewegen de bovenliggende platen, waaronder de aardkorst. Belangrijk is dat je snapt hoe de tektonische platen kunnen verschuiven (bijvoorbeeld divergerende of convergerend). Deze ‘platentektoniek’ zorgt voor het ontstaan van aardbevingen, vulkanen en gebergten. Van elk van deze processen moet je meer weten. Bijvoorbeeld hoe een vulkaan werkt of wat het verschil is tussen een hypocentrum en een epicentrum bij een aardbeving. Maar ook wat voor soort gebergten er kunnen ontstaan.

De voornaamste exogene processen zijn verwering, erosie en sedimentatie. Zorg dat je weet wat fysische en chemische verwering is, en wat het verschil is tussen beiden. Erosie is een andere vorm van slijtage die je moet kennen. Belangrijk is te snappen hoe materiaal bij erosie wordt getransporteerd. Na dit transport wordt materiaal namelijk ergens anders gesedimenteerd (afgezet). Aardverschuivingen kunnen ook voor een groot transport van materiaal zorgen. Zorg dat je ook verschillende vormen van aardverschuivingen kent.

Endogene en exogene processen zorgen voor het creëren en afbreken van gesteente. In dit kader is het ook goed om de hydrologische en de gesteentekringloop te kunnen plaatsen. Zorg dat je snapt hoe water verdampt en via regen terugstroomt naar de zee. En hoe dit proces verwering en sedimentatie beïnvloedt. Verder is het goed om verschillende soorten gesteente (en het ontstaan ervan) te kennen.

Andere factoren die invloed uitoefenen op de buitenkant van de aarde, zijn de sferen rondom de aarde. Denk bijvoorbeeld aan de atmosfeer, hydrosfeer en biosfeer. Je moet hiervan onder andere de atmosferische en oceanische circulatie kennen. Zorg dat je begrijpt hoe hoge- en lagedrukgebieden ontstaan. En hoe warme en koude zeestromen lopen. Beiden hebben grote invloed op het klimaat en het ontstaan van verschillende klimaatgebieden.

B. Kenmerken van landschapszones op aarde en de veranderingen hierin

Klimaat is slechts één van de geofactoren die van invloed is op de vorming van landschapszones. Lucht, bodem, water, gesteente en reliëf zijn andere factoren die een rol spelen. In dit onderdeel moet je de zes verschillende landschapszones kennen. Bijvoorbeeld de polaire zone, boreale zone of tropische zone. Van elke landschapszone moet je de unieke zaken op gebied van temperatuur, begroeiing en neerslag kunnen benoemen.

De landschapszones zijn onderhevig aan verandering. Denk bijvoorbeeld aan verwoestijning of ontbossing. Belangrijk is om de meest voorkomende vormen van landdegradatie te kennen, inclusief het effect ervan.

3. Ontwikkelingsland: Indonesië

A. Sociaalgeografische en fysisch-geografische kenmerken van Indonesië

In het derde onderdeel staat Indonesië als ontwikkelingsland centraal. Je moet hierbij op verschillende aspecten de kenmerken van het land kunnen benoemen.

Allereerst is belangrijk de topografie van Indonesië te kennen. Zorg dat je de namen van eilanden en alle belangrijke steden kent. Verder moet je de demografische kenmerken kennen. Denk aan aantal inwoners, spreiding van de bevolking, bevolkingsgroei en migratie. Belangrijk is om vooral de oorzaken en gevolgen achter de cijfers te snappen. Waarom migreren mensen, of waarom zijn er relatief veel jonge inwoners?

Een ander kenmerk is de economie. Zorg dat je snapt hoe het BNP van Indonesië zich verhoudt tot de regio en de rest van de wereld. Maar ook hoe binnen de landsgrenzen de verhoudingen liggen tussen arm/rijk, hoogopgeleid / laagopgeleid. Je moet daarnaast kunnen uitleggen welke sectoren belangrijk zijn en wat Indonesië importeert/exporteert. De economie van Indonesië heeft ups en downs gekend in de tweede helft van de 20e eeuw. Zorg dat je een beeld hebt van de crises die het land in die tijd heeft gekend.

Andere aspecten die je moet kennen zijn culturele en natuurlijke kenmerken. Zorg dat je weet welke etnische verschillen er zijn en hoe verstedelijking de cultuur beïnvloedt. Weet verder welk klimaat Indonesië kent en wat dit voor de begroeiing betekent.

B. De sociaaleconomische positie van Indonesië in de regio en in de wereld

In dit onderdeel wordt dieper ingegaan op de verschillende economische sectoren van Indonesië. In de primaire sector zijn plantagebouw, bosbouw, rijstbouw en mijnbouw belangrijk. In de secundaire sector is onder andere de textiel- en kledingindustrie groot. Verder is Indonesië een assemblageland. Belangrijk is te begrijpen hoe dat is gekomen binnen de context van import/export en wereldhandel. In de tertiaire sector is vooral toerisme een belangrijke bron van inkomsten.

Globalisering heeft invloed op Indonesië. Op het examen moet je deze invloeden kunnen uitleggen. Bijvoorbeeld de rol van import en export, en de externe economische relaties met andere landen. Zorg dat je de voordelen en nadelen van globalisering voor Indonesië kunt benoemen.

4. Leefomgeving: nationale en regionale vraagstukken

A. Overstromingen en wateroverlast in Nederland

Dit onderdeel gaat in op de manier waarop Nederland het water managed. Je moet onder andere weten welke overstromingsgevaren we in Nederland kennen (vanuit rivieren en de zee). Maar ook welke factoren kans op overstroming versterken. Bijvoorbeeld de gevolgen van klimaatverandering. Er zijn twee belangrijke rivieren die je op het examen moet kennen. Namelijk de Rijn en de Maas. Belangrijk is te snappen hoe deze rivieren zijn opgebouwd. Denk bijvoorbeeld aan het stroomstelsel en waar het water uit de rivier vandaan komt.

Om het water te managen worden verschillende middelen ingezet. Eén daarvan is de inzet van dijken. Zorg dat je weet hoe dijken het water tegenhouden en tegelijk de ruimte bieden. Andere middelen om invloed te houden op rivieren zijn, de inzet van kribben, kanalisatie en stuwen. In het waterbeleid van de overheid staat ruimte voor de rivier centraal. Dat wil zeggen dat er naast dijkverhoging en dijkverzwaring ook ruimte is gekomen voor rivierbedverruiming. Zorg dat je weet op welke manieren dit wordt bereikt en wat de speerpunten uit het overheidsbeleid zijn.

B. Ruimtelijke en sociaaleconomische vraagstukken van stedelijke gebieden

Dit onderdeel gaat in op de manier waarop Nederland omgaat met de ruimte die het land biedt. Veel mensen wonen of werken in of rond grote steden. Deze dienen daarom goed bereikbaar te zijn. Tegelijkertijd raken grote steden snel vol, waardoor grondprijzen stijgen, verkeerscongestie toeneemt en het milieu vervuilder raakt. Om de druk van grote steden af te halen, wordt de trek naar grote steden op verschillende manieren geremd. Hoge parkeertarieven is één voorbeeld. Regionale samenwerking en voorzieningen buiten de stad aanleggen zijn andere voorbeelden.

Naast stadsniveau, moet je op het eindexamen ook weten wat woonwijken en buurten zijn. Belangrijk is te weten welke factoren de leefbaarheid van een buurt beïnvloeden. Zorg dat je weet hoe het stadsbestuur wijken leefbaar en veilig kan maken/houden.

Het Aardrijkskunde eindexamen HAVO

Aardrijkskunde is de leer van de aarde. Op het eindexamen Aardrijkskunde HAVO 2018 komen vier hoofdonderwerpen terug. Het Aardrijkskunde eindexamen HAVO bestaat enkel uit open vragen over deze onderwerpen. Hieronder leggen we uit wat voor vragen je kunt verwachten.

Op het eindexamen Aardrijkskunde moet je de sociaalgeografische aspecten van de wereld kennen. Ook moet je de fysisch-geografische aspecten kennen. Er wordt van je verwacht dat je relaties kunt leggen tussen de natuur en de samenleving. Voor het land Indonesië moet je dit in detail weten. Tenslotte moet je om kunnen gaan met ruimtelijke vraagstukken. Zowel op regionale en nationale schaal, met internationale kaders.

Andere vragen gaan rechtstreeks over de begrippen. Leer de begrippen daarom goed. Laat je eventueel overhoren door een klasgenoot. Daarnaast komt het ook voor dat je begrippen in een context moet plaatsen. Probeer goed te letten op de relatie van de begrippen in combinatie met een groter onderwerp.

Hoe kunnen wij jou helpen bij het eindexamen?

Wij geloven dat iedereen kan slagen voor het eindexamen. Om jou te helpen goed voorbereid het examen in te gaan, hebben wij de volgende drie hulpmiddelen voor jou:

De examenperiode is de meest stressvolle tijd van de middelbare school. Maar als jij onze samenvatting goed doorneemt, veel oefenvragen maakt en onze examentips leest, dan ga jij straks slagen voor het eindexamen!

1 Item

per pagina
Aflopend sorteren
  1. Samenvatting Aardrijkskunde (HAVO) €12

    Van € 9,00

    Naar € 15,00

1 Item

per pagina
Aflopend sorteren