Alles wat je moet weten over de rekentoets

De rekentoets. Iedereen op de middelbare school heeft hier weleens van gehoord. Of je nu VMBO, HAVO of VWO doet, je zal er aan moeten geloven. De toets is een paar jaar geleden ingevoerd en is een verplicht onderdeel. Het cijfer van de rekentoets telt alleen niet écht mee voor je diploma. In sommige gevallen is een vervolgopleiding geïnteresseerd in het cijfer voor de rekentoets, maar in veel andere gevallen ook weer niet. Dus waarom bestaat de rekentoets dan? En wat is het nut? In dit artikel vertellen we je alles wat je moet weten over de rekentoets.

Alles wat je moet weten over de rekentoets

Wat is de rekentoets?

De rekentoets is een digitale toets om te beoordelen of leerlingen op het juiste niveau kunnen rekenen met alledaagse situaties. Let op dat het hier gaat om rekenen en niet om wiskunde! Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen en percentages. Dat soort zaken komen in de toets naar voren. Naast getallen moet je verder kunnen omgaan met verhoudingen, meten/meetkunde en verbanden.

De rekentoets bestaat uit 45 vragen. 15 daarvan zijn zonder context, 30 zijn met context. Vragen mét context schetsen een alledaagse situatie waarin je bepaalde sommen moet kunnen oplossen. Bijvoorbeeld rekenen met geld als je iets op de markt koopt, of rekenen met verhoudingen als je een taart bakt. Bij sommige vragen mag je een rekenmachine gebruiken en bij sommige andere vragen niet. Je mag echter niet je eigen rekenmachine meenemen. Je mag enkel de rekenmachine gebruiken die in het computerprogramma van de rekentoets is ingebouwd.

De rekentoets is een verplicht onderdeel van het eindexamen voor alle leerlingen. Dit is ongeacht of je wiskunde in je pakket hebt, of wiskunde A of B volgt. De rekentoets geldt dus voor alle niveaus (VMBO, HAVO en VWO).



Waarom bestaat deze?

Om deze vraag te kunnen beantwoorden moeten we terug naar 2010. Het bedrijfsleven, universiteiten en hogescholen klaagden indertijd over de slechte rekenvaardigheden van jongeren. De Tweede Kamer gaf gehoor aan deze klachten en besloot in 2010 om een toets in te voeren voor alle eindexamenkandidaten, om vast te stellen dat zij konden rekenen. Dit werd de rekentoets. De rekentoets moest volgens de Tweede Kamer verplicht worden gesteld, omdat scholieren anders de toets wellicht niet serieus zouden nemen. Uiteindelijk werd in het schooljaar 2014/2015 de rekentoets voor het eerst in voortgezet onderwijs afgenomen.

Voordelen

De Tweede Kamer zag onder andere als voordeel dat alle leerlingen die het voortgezet onderwijs zouden verlaten, een basisniveau rekenvaardigheid zouden hebben. Het cijfer kwam tenslotte op je cijferlijst te staan en je zou er liever geen onvoldoende hebben staan. De algemene gedachte was dat leerlingen hun best zouden doen om een goed cijfer te halen op de rekentoets. Andere voordelen waren het verschaffen van inzicht in de rekenvaardigheid van examenkandidaten bij de doorstroom naar het vervolgonderwijs. Ook kon de overheid naar de gemiddelde cijfers per school kijken en scholen zo met elkaar vergelijken. Geen school zou de slechtste willen zijn (wat scholen dus zou aansporen beter rekenonderwijs te geven). Door een transparante rekentoets in te voeren konden leerlingen, ouders, docenten, scholen en de overheid dus inzicht krijgen in de rekenprestaties.

Wellicht goed om te weten is dat van de in totaal 530 scholen in Nederland, 495 scholen een gemiddeld cijfer van 6 of hoger halen op de rekentoets. Dit is los van het niveau waarop je de toets doet. Twee scholen haalden gemiddeld een onvoldoende, en 60 scholen haalden gemiddeld hoger dan een 7. Als je wilt weten hoe jouw school het dit jaar heeft gedaan, kan je de uitslag van de rekentoets per school bekijken.

Nadelen

De rekentoets is ondanks de goede bedoelingen nooit goed uit de verf gekomen en blijft tot de dag van vandaag omstreden. Veel scholen zijn van mening dat het rekenonderwijs in zijn totaliteit verkeerd is opgezet. Dit zou volgens de scholen de reden zijn waarom vervolgopleidingen en het bedrijfsleven al jaren klagen over de rekenprestaties. Dus je kan wel een rekentoets invoeren, maar als leerlingen nooit goed hebben leren rekenen, dan worden leerlingen eigenlijk afgerekend op iets waar ze zelf weinig aan hebben kunnen doen. Als compromis heeft de Tweede Kamer besloten dat alle leerlingen de toets wel moeten maken, maar dat het cijfer niet meetelt op je diploma. Dit principe haalt vervolgens de inzet van de rekentoets weer verder onderuit. Want als de rekentoets niet echt meetelt (met uitzondering van VWO), waarom moet je deze dan überhaupt maken? In het examenjaar 2016-2017 telde de rekentoets voor het VWO wel mee. Echter heeft de politiek besloten dat de rekentoets per 2017-2018 ook voor het VWO niet meer meetelt op het diploma.
Veel mensen zijn het erover eens dat een rekentoets pas nut heeft, als je deze succesvol moet afronden om je diploma te kunnen halen.

Hoe komt de rekentoets tot stand?

Nu je hebt kunnen lezen dat de rekentoets voorlopig blijft bestaan, vraag je je wellicht af hoe de rekentoets tot stand komt. Zoals je eerder hebt kunnen lezen, heeft de Tweede Kamer de rekentoets ingesteld. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt uiteindelijk bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Zij stellen het kader waarin de rekentoets vorm moet krijgen. Het College van Toetsen en Examen (CvTE) is verantwoordelijk voor de rekentoets zelf. Deze zet het CITO vervolgens in om de opgaven te maken. Dit alles is vergelijkbaar met de manier waarop de eindexamens tot stand komen. Naar de richtlijnen van het CvTE maken constructiegroepen bij CITO vragen. Deze vragen zijn gebaseerd op de dagelijkse praktijk. De constructiegroepen bestaan uit vier vakdocenten en een toetsdeskundige van het CITO.

Wanneer de vragen zijn opgesteld door de constructiegroepen, worden deze gecontroleerd door de vaststellingscommissie. Dit is een commissie, samengesteld door het CITO, bestaande uit docenten uit het veld. Deze docenten kunnen met een frisse blik de vragen beoordelen en toetsen aan de richtlijnen van het CvTE. Als alle vragen zijn goedgekeurd, worden deze in een digitale opgavebank gezet. Het DUO ondersteunt het digitale afnamesysteem waar uiteindelijk de toets wordt samengesteld met opgaven uit de opgavebank.

Niveaus en verschillen

Als je de rekentoets moet maken is het goed om te weten dat niet alle niveaus dezelfde toets krijgen. De overheid wil dan wel dat iedereen kan rekenen met alledaagse situaties, maar dat betekent niet dat je als VMBO-er dezelfde toets krijgt als een VWO-er. Voor VMBO-ers bestaat er de rekentoets 2F. HAVO en VWO maken de rekentoets 3F. Mocht je naar het MBO gaan, kan het zijn dat je opnieuw een rekentoets moet maken. In dat geval moet je wél 3F maken. F staat in dit geval voor de standaard variant. Naast 2F en 3F bestaat er ook een variant 2ER en 3ER. ER staat voor ernstige rekenproblemen. Dit kan bijvoorbeeld zijn als gevolg van dyscalculie (de wiskundige vorm van dyslexie). De tijd die je hebt om de rekentoets te maken verschilt per variant van minimaal 90 minuten tot maximaal 150 minuten.

De rekentoets wordt een paar keer per jaar afgenomen, namelijk in januari, maart en mei/juni. Elke keer verandert de samenstelling van de vragen, zodat je niet weet welke vragen je krijgt. De toets wordt digitaal gemaakt en automatisch nagekeken. Welk cijfer wordt gekoppeld aan het aantal goede antwoorden, ligt net als bij de normale examens aan de normering. In totaal krijgt iedere leerling vier kansen in de laatste twee jaren om de toets succesvol af te sluiten. Maximaal drie van deze kansen mogen gebruikt worden in het laatste schooljaar. Tenminste één kans moet gebruikt worden in het voorlaatste jaar. Mocht je blijven zitten, dan vervalt de uitslag van de rekentoets en moet je de toets opnieuw maken (ook als je een voldoende had gehaald voor de rekentoets). Je krijgt vervolgens wel opnieuw vier kansen om de toets te halen. Als je wilt oefenen voor de rekentoets kan dat hier.

We hebben de verschillen voor je op een rij gezet:

Rekentoets 2018

De toekomst van de rekentoets

De Tweede Kamer heeft in december 2016 een motie aangenomen om alternatieven voor de rekentoets te onderzoeken. De staatssecretaris van onderwijs moest samen met Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren op zoek naar een alternatief. Twee expertgroepen voor het VMBO en voor HAVO/VWO werkten hieraan. In november 2018 hebben de ministers van onderwijs de Tweede Kamer geïnformeerd dat er een nieuw plan ligt voor de rekentoets. De belangrijkste boodschap: rekenen gaat in het voortgezet onderwijs weer meetellen voor het behalen van je diploma!

De rekentoets wordt een onderdeel van het schoolexamen en dus niet van het centraal examen. Dit moet scholen de ruimte geven om zelf te bepalen hoe en hoe vaak ze de rekenkennis willen testen. Scholen kunnen er daarnaast voor kiezen om van rekenen een apart vak te maken of om het een onderdeel te maken van een bestaand vak. Een logische keuze kan het vak Wiskunde zijn, maar rekenen zou ook passen bij vakken als Economie, M&O, Natuurkunde of Scheikunde. Uiteindelijk moet het rekenonderwijs een vaste plek in het voortgezet onderwijs krijgen.

Wat we verder op dit moment weten is dat je de rekentoets moet maken in het voorlaatste jaar van de middelbare school. Dus in de derde voor VMBO, in de vierde voor HAVO en in de vijfde voor VWO. Daarnaast moet je voor de rekentoets minimaal een 4 halen. Als de Tweede Kamer zich in het voorstel kan vinden, wordt de nieuwe rekentoets vanaf schooljaar 2019-2020 een feit. Of 2019-2020 ook echt gaat lukken is nog maar de vraag. Zo is coalitiepartner D66 bijvoorbeeld kritisch op de huidige plannen, waardoor bovenstaande plannen nog onzeker zijn. Zodra er meer bekend wordt, updaten we dit artikel.

Conclusie

Hierboven heb je kunnen lezen dat de rekentoets wel verplicht is, niet meetelt voor je diploma, maar wel weer op je cijferlijst komt te staan. We leggen je dit punt graag nogmaals puntgewijs uit.

  • De rekentoets telt bij VMBO en HAVO nog niet mee voor je diploma, maar staat wel op je cijferlijst.
  • Bij VWO telde de rekentoets vroeger wel mee en moest je minimaal een 5 halen. Dat is niet meer het geval. Sinds 2017-2018 telt de rekentoets niet meer mee voor het diploma op het VWO. 
  • Als je van het VMBO naar HAVO gaat moet je opnieuw de toets maken (rekentoets 3F).
  • Als je van het HAVO naar VWO gaat hoef je geen rekentoets te maken wanneer je een voldoende hebt gehaald voor de rekentoets op de HAVO.
  • Zit je in 2019-2020 in het voorlaatste jaar van de middelbare school? Dan krijg je mogelijk te maken met een nieuwe rekentoets. Plannen hiervoor liggen nu bij de Tweede Kamer.